Vanaf negen jaar

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.): Peter Pan

door Henk van Viegen

9+ - Peter Pan behoort tot die boeken die je niet gelezen hoeft te hebben om er toch van alles van te weten. Via adaptaties voor allerlei leeftijden, in allerlei vormen (boekjes, musicals, theater, een attractie in een themapark), vooral: Disneys iconische tekenfilm uit 1953. Disney zorgde voor of droeg op z’n minst bij aan het verkrijgen van de status van klassieker ook buiten Engeland. Het zou best eens kunnen dat erg weinig mensen de naam van de auteur van het oorspronkelijke werk kennen.
 
Dat boek ademt nog sterk ‘het victoriaanse’, waar Walt Disney trouwens een fan van was, zie zijn liefde voor boeken uit de Victoriaanse tijd, zoals Alice in Wonderland en de sprookjes van Andersen. We zien het aan de opvattingen over de man-vrouwverhouding, over de westerse/Britse superioriteit en die over het verlies van de kinderlijke ‘onschuld’. Het boek is, zoals dat hoort bij een klassieker, bijna steeds verkrijgbaar in het Nederlands. De laatste, Vlieg mee met Peter Pan (Zwijsen 2019, verkort, bewerkt) is de vertaling van Monique van der Zanden, met illustraties van Martijn van der Linden.
 
Peter Pan (origineel: Peter and Wendy, langzamerhand is Wendy uit de titel verdwenen) begint en eindigt in het huis van het Londense gezin Schat. Ze zijn met z’n vijven: vader, moeder, Wendy, en haar jongere broers Jan en Michiel. Dan is er nog de hond Nana die behalve gewoon hond ook kindermeisje is. Op een dag als moeder zit te dromen op de kinderkamer verschijnt Peter Pan, zoals we wel weten: de jongen die het vertikt volwassen te worden. Hij komt om Wendy te halen, maar dat lukt nu even niet, een poosje later wel. Hij haalt Wendy over mee te gaan op avontuur, naar Nooitland, maar feitelijk wil hij ook haar, op het punt kind-af te zijn, kind laten blijven. Wel met het doel tegelijk de rol van moeder op zich te nemen voor een groepje zogenoemde verloren kinderen. Jan en Michiel vliegen mee, net als de elf van Peter, Tinkelbel.
 
Nooitland is hoewel sprookjesachtig en magisch best een gevaarlijk eiland, waarop allerlei groepen elkaar naar het leven staan in een echte keten van geweld: Peter Pan en de kinderen; de eilanders, behangen met afgehakte vingers (de scalpen laat de vertaalster weg) met als niet te veroveren prinses de prachtige Tijgerlelie; de best gemene zeemeerminnen en, de ergste van allen: de piraten, met aan het hoofd kapitein Haak. Die heeft een bloedhekel aan Peter. Omdat die zijn hand heeft afgehakt en hij met een haak verder moest, maar ook omdat die in zijn ogen de verwaandheid zelve is. Haak op zijn beurt vreest voor de krokodil, aan wie Peter zijn hand heeft gevoerd.
 
Het komt tot een vreselijk treffen tussen de verschillende groepen, maar het eind is een soort van happy. Wendy en alle jongens gaan naar Londen. De verloren kinderen worden hartelijk opgenomen in het gezin Schat. Wendy stopt met kind-zijn, maar in het voorjaar gaat ze even terug naar Nooitland om de schoonmaak te doen. En zo gaat dat verder en verder, met Wendy’s dochter, de dochter van Wendy’s dochter. Zolang kinderen maar blij en onschuldig en harteloos zijn. Dat laatste lijkt slecht, maar het is een voorwaarde.
 
Je moet het avontuur naar Nooitland meegemaakt hebben, zodat ergens in jou de herinnering aan het kind levend blijft. Peter intussen vergeet bijna alles, wie zijn elf was, wie hij doodde, …
 
De tekst is nét niet helemaal getrouw, maar hier en daar in overeenstemming gebracht met opvattingen die gelden in de huidige tijd. Je zult hier dus niet het woord roodhuiden tegenkomen, of indianen; de vertaalster, Esther Ottens, koos bij ‘rednicks’ voor eilanders, een slimme ingreep. En ze verzacht hier en daar de Engelse tekst als het over hen gaat. Van ‘Do you want to lose your scalp’ (het laatste een woord dat je vroeger meteen verbond met indianen) maakt ze ‘Wil je soms een vinger kwijt?’. En ze geeft ze ook niet het kromtaaltje dat Barrie voor ze gebruikt (‘Me not let pirates hurt him’). Verder volgt ze het origineel op de voet wat deze editie onderscheidt van eerdere Nederlandse vertalingen zoals die van Van der Zanden.
 
Aan de man-vrouwverhouding hoefde ze niet veel te doen. De vrouw is weliswaar bedoeld voor huisbewaking en moederschap, maar de man, kostwinner en baas, is vooral ook een sukkel. Moeder wordt door Barrie met veel liefde neergezet, vooral omdat ze nog iets van de ontvankelijkheid voor het sprookjesachtige van het kind-zijn in zich heeft. En ze mompelt nu en dan dat ze best graag een eigen chequeboek zou willen bezitten.
 
Wendy is ook in deze nieuwe editie nog helemaal bedoeld voor het moederschap en oefent dit vast op het eiland. Ze krijgt een knus huisje, waar ze woont met de jongens en wacht op de thuiskomst van Peter, die haar trouwens ook als moeder beschouwt. Evengoed is ze net als Tijgerlelie en Tinkelbel gek op Peter (met een daverende en levensbedreigende jaloezie van Tinkerbel), maar die piekert er niet over verliefd en daarna ‘man en vader’ te worden. Áls hij al piekert, want hij vergeet een emotie meestal voor die is echt is geland.
 
De argeloze lezer zou zich best eens rot kunnen schrikken. Vooral bij Disney wordt het geweld uitbundig in de humorsfeer getrokken, maar hier is het struikelen geblazen over de dooien, die lekker laconiek vallen. Van de piraten en eilanders blijven er erg weinig over, en als Peter op avontuur geweest is, heeft hij het nu en dan ook over een lijk. In de gevechten sneuvelt er, zoals dat hoort, niemand van de ‘goeden’: Wendy en haar broers, Peter en de jongens. Aan de andere kant: een jonge lezer die gewend is aan games, zal hier niet van schrikken.
 
Je moet ook je beeld bijstellen van Peter als de volmaakte held. Hij is een egoïst in optima forma, vergeet soms wie hij aan het beschermen is en heeft een gigantische eigendunk. Een echt kind dus eigenlijk! Je moet ook accepteren dat er geen romance opbloeit tussen hem en Wendy en dat Wendy in een statisch, ouderwets patroon van vrouw-zijn getrokken wordt.
 
Vervolgens moet je je kunnen verhouden tot de zeer aanwezige almachtige ik-verteller. Hij spreekt de kinderen toe, geeft voortdurend vaak vette vooruitwijzingen of hij overweegt (4 pagina’s lang!) welk avontuur hij eigenlijk het beste kan vertellen.
 
De tamelijk slappe gedichtjes in het zesde hoofdstuk probeert Ottens niet te verbeteren, soms komt ze zelf ook niet verder dan een of andere stoplap (‘We cannot make ourselves, you know,/'Cos we've been made before.' ‘Wij kunnen ons niet maken toch? Al zijn we nog zo fier’, om te rijmen op ‘hier’).  
 
Maar verder is de vertaalster in puike vorm. Naast wat aanpassingen naar deze tijd dus, vindt ze mooie oplossingen voor typisch Engelse grappen. Bijvoorbeeld als Barrie het interieur van de kamer van Tinkelbel beschrijft met de aanduiding van typisch ‘Engelse stijlen’: een fee of een sprookjesfiguur, een echte Queen-Mab-bank of een authentieke Charming the Sixth. Ze geeft ze aan met bekende sprookjesfiguren als De Gelaarsde Kat, een originele Oberon XIV en (geinige vondst) een kroonluchter van Annemarie Koekoek. Ze vertaalt, in tegenstelling tot Van der Zanden, de namen van het gezin Schat en de anderen.
 
De klassiekers van Gottmer zien er prachtig uit. Naast de mooie Alice in Wonderland/Alice in Spiegelland, in exact hetzelfde formaat en ook geïllustreerd door Floor Rieder, was er bij voorbeeld in 2016 een fraaie editie van Alleen op de wereld, met illustraties van Charlotte Dematons. Allemaal mede te danken aan vormgeefster Suzanne Nuis. Dankzij alle geslaagde én niet geslaagde adaptaties blijft het boek levend. Mede door het feit dat het, zoals meestal bij klassiekers, eindeloos geherinterpreteerd gaat worden, vaak, ook hier, in Freudiaanse richting, en illustratoren de gelegenheid geeft er zoiets geweldigs van te maken dat je de tekst een beetje voor lief neemt.
 
En dat doet Floor Rieder ook, met prenten die het resultaat zijn van haar lievelingstechniek: zwarte verf van een glasplaatje krassen. Je herkent haar stijl meteen: grof, stevig en toch mooi van details. De originelen kleurt ze digitaal in, met in dit boek een hoofdrol voor groen. Maar veel heeft ze zwartwit gehouden, ik vind die zeker zo treffend. Peter Pan geeft ze een hoodie, aan zijn broek hangen wat takken. Wendy heeft een niet heel charmant soort helmpje op, met bovenop een soort propellertje. Weliswaar is er een paardenstaart die eronderuit zwiept, maar haar gezicht heeft vaak iets jongensachtigs. Het lijkt net of Rieder haar wat ouderwetsige rol hierdoor een beetje minder typisch vrouwelijk maakt. Van het vele geweld zie je nauwelijks iets bij haar; een paar keer Peter, piraten of eilanders met een mes, dat is het wel zo’n beetje. Ondanks de mate van stevigheid weten Rieders illustraties hier een mooie lichtheid te bereiken, met een kalm soort humor.
 
Alleen al de prenten zijn een reden deze klassieker uit de bieb of de boekhandel te halen. De lekker lopende vertaling was voor mij ook aanleiding nu eindelijk eens het origineel te lezen, waarvoor je dan weer niet per se de deur uit hoeft: die vind je gemakkelijk op Gutenberg.  
 
J.M. Berrie, Floor Rieder: Peter Pan, Gottmer, Haarlem, 2025, 273 p. : ill. ISBN 9789025776183. Vertaling van Peter and Wendy door Esther Ottens. Distributie L&M Books

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De zwarte poel

Jan Vantoortelboom

Engelenbrood

Patti Smith

Het Nachtlicht

Erik Vlaminck

Sodomiet

Alexandre Vidal Porto

Wie is bang voor vrouwelijke kunstenaars? Belgische kunstenaressen van 1880 tot nu

Christiane Struyven

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, DECEMBER 2025

De geheime bibliotheek. Wie redt de magische boeken?

Nina George, Jens J. Kramer, Hauke Kock (ill.)

Kiki & ik

Leo Timmers

Peter Pan

J.M. Berrie, Floor Rieder (ill.)

Plassen op schrikdraad

Simon van der Geest, Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Properzia

Jean-Claude Van Rijckeghem

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri