9+ - Peter Pan behoort tot die boeken die
je niet gelezen hoeft te hebben om er toch van alles van te weten. Via
adaptaties voor allerlei leeftijden, in allerlei vormen (boekjes, musicals, theater,
een attractie in een themapark), vooral: Disneys iconische tekenfilm uit 1953.
Disney zorgde voor of droeg op z’n minst bij aan het verkrijgen van de status van
klassieker ook buiten Engeland. Het zou best eens kunnen dat erg weinig mensen
de naam van de auteur van het oorspronkelijke werk kennen.
Dat boek ademt nog sterk ‘het
victoriaanse’, waar Walt Disney trouwens een fan van was, zie zijn liefde voor
boeken uit de Victoriaanse tijd, zoals Alice in Wonderland en de
sprookjes van Andersen. We zien het aan de opvattingen over de man-vrouwverhouding,
over de westerse/Britse superioriteit en die over het verlies van de
kinderlijke ‘onschuld’. Het boek is, zoals dat hoort bij een klassieker, bijna
steeds verkrijgbaar in het Nederlands. De laatste, Vlieg mee met Peter Pan
(Zwijsen 2019, verkort, bewerkt) is de vertaling van Monique van der Zanden,
met illustraties van Martijn van der Linden.
Peter Pan (origineel: Peter
and Wendy, langzamerhand is Wendy uit de titel verdwenen) begint en eindigt
in het huis van het Londense gezin Schat. Ze zijn met z’n vijven: vader,
moeder, Wendy, en haar jongere broers Jan en Michiel. Dan is er nog de hond
Nana die behalve gewoon hond ook kindermeisje is. Op een dag als moeder zit te
dromen op de kinderkamer verschijnt Peter Pan, zoals we wel weten: de jongen
die het vertikt volwassen te worden. Hij komt om Wendy te halen, maar dat lukt
nu even niet, een poosje later wel. Hij haalt Wendy over mee te gaan op
avontuur, naar Nooitland, maar feitelijk wil hij ook haar, op het punt kind-af
te zijn, kind laten blijven. Wel met het doel tegelijk de rol van moeder op
zich te nemen voor een groepje zogenoemde verloren kinderen. Jan en Michiel vliegen
mee, net als de elf van Peter, Tinkelbel.
Nooitland is hoewel
sprookjesachtig en magisch best een gevaarlijk eiland, waarop allerlei groepen
elkaar naar het leven staan in een echte keten van geweld: Peter Pan en de
kinderen; de eilanders, behangen met afgehakte vingers (de scalpen laat de
vertaalster weg) met als niet te veroveren prinses de prachtige Tijgerlelie; de
best gemene zeemeerminnen en, de ergste van allen: de piraten, met aan het
hoofd kapitein Haak. Die heeft een bloedhekel aan Peter. Omdat die zijn hand
heeft afgehakt en hij met een haak verder moest, maar ook omdat die in zijn
ogen de verwaandheid zelve is. Haak op zijn beurt vreest voor de krokodil, aan
wie Peter zijn hand heeft gevoerd.
Het komt tot een vreselijk treffen tussen de verschillende
groepen, maar het eind is een soort van happy. Wendy en alle jongens gaan naar
Londen. De verloren kinderen worden hartelijk opgenomen in het gezin Schat.
Wendy stopt met kind-zijn, maar in het voorjaar gaat ze even terug naar
Nooitland om de schoonmaak te doen. En zo gaat dat verder en verder, met
Wendy’s dochter, de dochter van Wendy’s dochter. Zolang kinderen maar blij en
onschuldig en harteloos zijn. Dat laatste lijkt slecht, maar het is een
voorwaarde.
Je
moet het avontuur naar Nooitland meegemaakt hebben, zodat ergens in jou de
herinnering aan het kind levend blijft. Peter intussen vergeet bijna alles, wie
zijn elf was, wie hij doodde, …
De tekst is nét niet helemaal getrouw, maar hier en daar in
overeenstemming gebracht met opvattingen die gelden in de huidige tijd. Je zult
hier dus niet het woord roodhuiden tegenkomen, of indianen; de vertaalster,
Esther Ottens, koos bij ‘rednicks’ voor eilanders, een slimme ingreep. En ze
verzacht hier en daar de Engelse tekst als het over hen gaat. Van ‘Do you want
to lose your scalp’ (het laatste een woord dat je vroeger meteen verbond met
indianen) maakt ze ‘Wil je soms een vinger kwijt?’. En ze geeft ze ook niet het
kromtaaltje dat Barrie voor ze gebruikt (‘Me not let pirates hurt him’). Verder
volgt ze het origineel op de voet wat deze editie onderscheidt van eerdere
Nederlandse vertalingen zoals die van Van der Zanden.
Aan de man-vrouwverhouding
hoefde ze niet veel te doen. De vrouw is weliswaar bedoeld voor huisbewaking en
moederschap, maar de man, kostwinner en baas, is vooral ook een sukkel. Moeder
wordt door Barrie met veel liefde neergezet, vooral omdat ze nog iets van de
ontvankelijkheid voor het sprookjesachtige van het kind-zijn in zich heeft. En ze
mompelt nu en dan dat ze best graag een eigen chequeboek zou willen bezitten.
Wendy is ook
in deze nieuwe editie nog helemaal bedoeld voor het moederschap en oefent dit
vast op het eiland. Ze krijgt een knus huisje, waar ze woont met de jongens en
wacht op de thuiskomst van Peter, die haar trouwens ook als moeder beschouwt. Evengoed
is ze net als Tijgerlelie en Tinkelbel gek op Peter (met een daverende en
levensbedreigende jaloezie van Tinkerbel), maar die piekert er niet over
verliefd en daarna ‘man en vader’ te worden. Áls hij al piekert, want hij
vergeet een emotie meestal voor die is echt is geland.
De argeloze lezer zou zich best
eens rot kunnen schrikken. Vooral bij Disney wordt het geweld uitbundig in de
humorsfeer getrokken, maar hier is het struikelen geblazen over de dooien, die
lekker laconiek vallen. Van de piraten en eilanders blijven er erg weinig over,
en als Peter op avontuur geweest is, heeft hij het nu en dan ook over een lijk.
In de gevechten sneuvelt er, zoals dat hoort, niemand van de ‘goeden’: Wendy en
haar broers, Peter en de jongens. Aan de andere kant: een jonge lezer die
gewend is aan games, zal hier niet van schrikken.
Je moet ook je beeld bijstellen
van Peter als de volmaakte held. Hij is een egoïst in optima forma, vergeet
soms wie hij aan het beschermen is en heeft een gigantische eigendunk. Een echt
kind dus eigenlijk! Je moet ook accepteren dat er geen romance opbloeit tussen
hem en Wendy en dat Wendy in een statisch, ouderwets patroon van vrouw-zijn
getrokken wordt.
Vervolgens moet je je kunnen verhouden tot de zeer aanwezige almachtige
ik-verteller. Hij spreekt de kinderen toe, geeft voortdurend vaak vette
vooruitwijzingen of hij overweegt (4 pagina’s lang!) welk avontuur hij
eigenlijk het beste kan vertellen.
De tamelijk slappe gedichtjes in het zesde hoofdstuk probeert
Ottens niet te verbeteren, soms komt ze zelf ook niet verder dan een of andere
stoplap (‘We cannot make
ourselves, you know,/'Cos we've been made before.' ‘Wij
kunnen ons niet maken toch? Al zijn we nog zo fier’, om te rijmen op ‘hier’).
Maar verder is de vertaalster in
puike vorm. Naast wat aanpassingen naar deze tijd dus, vindt ze mooie
oplossingen voor typisch Engelse grappen. Bijvoorbeeld als Barrie het interieur
van de kamer van Tinkelbel beschrijft met de aanduiding van typisch ‘Engelse
stijlen’: een fee of een sprookjesfiguur, een echte Queen-Mab-bank of een
authentieke Charming the Sixth. Ze geeft ze aan met bekende sprookjesfiguren
als De Gelaarsde Kat, een originele Oberon XIV en (geinige vondst) een
kroonluchter van Annemarie Koekoek. Ze vertaalt, in tegenstelling tot Van der
Zanden, de namen van het gezin Schat en de anderen.
De klassiekers van Gottmer zien
er prachtig uit. Naast de mooie Alice in
Wonderland/Alice in
Spiegelland, in exact hetzelfde formaat en ook geïllustreerd door Floor
Rieder, was er bij voorbeeld in 2016 een fraaie editie van Alleen op de
wereld, met illustraties van Charlotte Dematons. Allemaal mede te danken
aan vormgeefster Suzanne Nuis. Dankzij alle geslaagde én niet geslaagde adaptaties
blijft het boek levend. Mede door het feit dat het, zoals meestal bij
klassiekers, eindeloos geherinterpreteerd gaat worden, vaak, ook hier, in
Freudiaanse richting, en illustratoren de gelegenheid geeft er zoiets geweldigs
van te maken dat je de tekst een beetje voor lief neemt.
En dat doet Floor Rieder ook,
met prenten die het resultaat zijn van haar lievelingstechniek: zwarte verf van
een glasplaatje krassen. Je herkent haar stijl meteen: grof, stevig en toch
mooi van details. De originelen kleurt ze digitaal in, met in dit boek een
hoofdrol voor groen. Maar veel heeft ze zwartwit gehouden, ik vind die zeker zo
treffend. Peter Pan geeft ze een hoodie, aan zijn broek hangen wat takken.
Wendy heeft een niet heel charmant soort helmpje op, met bovenop een soort
propellertje. Weliswaar is er een paardenstaart die eronderuit zwiept, maar
haar gezicht heeft vaak iets jongensachtigs. Het lijkt net of Rieder haar wat
ouderwetsige rol hierdoor een beetje minder typisch vrouwelijk maakt. Van het
vele geweld zie je nauwelijks iets bij haar; een paar keer Peter, piraten of
eilanders met een mes, dat is het wel zo’n beetje. Ondanks de mate van stevigheid
weten Rieders illustraties hier een mooie lichtheid te bereiken, met een kalm
soort humor.
Alleen
al de prenten zijn een reden deze klassieker uit de bieb of de boekhandel te
halen. De lekker lopende vertaling was voor mij ook aanleiding nu eindelijk
eens het origineel te lezen, waarvoor je dan weer niet per se de deur uit
hoeft: die vind je gemakkelijk op Gutenberg.
J.M. Berrie, Floor Rieder: Peter Pan, Gottmer, Haarlem,
2025, 273 p. : ill. ISBN 9789025776183. Vertaling
van Peter and Wendy door Esther Ottens. Distributie L&M Books
deze pagina printen of opslaan