De enige
vrouw in een select gezelschap
In 1550 verscheen één van de belangrijkste bronnen van
Renaissancekunst: een kunsthistorisch
overzichtswerk waarin Giorgio Vasari (1511-1574) de levens van de meest vooraanstaande
architecten, schilders en beeldhouwers van zijn tijd beschreef. Naar verluid
was Properzia de’ Rossi (±1490-1530) de enige vrouwelijke kunstenaar die
beroemd genoeg was om in dit standaardwerk opgenomen te worden.
Helaas is roem vergankelijk. In
de eeuwen die volgden, behielden slechts enkele mannelijke kunstenaars bekendheid
bij het grote publiek, terwijl de namen van de overige alleen bij een handjevol
kunsthistorici een belletje deden rinkelen. Ook Properzia’s naam en werk geraakten
in vergetelheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de 21ste-eeuwse
lezer niet gelijk aan haar denkt bij het lezen van de titel van de nieuwste
jongerenroman van Jean-Claude Van Rijckeghem, waarin de Vlaamse auteur/cineast beschrijft
hoe de 16de-eeuwse beeldhouwster haar talent ontdekt en haar leven
vormgeeft zoals zij het goed dunkt.
Het lot in eigen hand
In Bologna voedt een notaris zijn dochters met strenge hand op. Om cliënten
uit de hogere klassen te krijgen, huwelijkt hij zijn jongste dochter Beatrice
uit aan de onwettige zoon van de hertog. Daar zijn oudste dochter Properzia
minder meegaand is dan haar zus, heeft hij besloten dat zij enkele jaren in het
klooster van de Clarissen door moet brengen. Als zij dat hoort, doet zij een
zelfmoordpoging waarbij ze een ernstige longontsteking oploopt. Om weer op
krachten te komen wordt ze naar haar tante Helena gestuurd, die opzichter is
van het weeghuis bij de zoutpannen van Cervia. Hier leert zij niet alleen hoe
ze beeltenissen in schelpen kan snijden, maar ontmoet ze ook Diego, een piraat tot
wie ze zich aangetrokken voelt. Helena weet te verhinderen dat zij door hem
geschaakt wordt.
Enkele dagen voor het huwelijksfeest van Beatrice keert Properzia terug
naar Bologna, waar zij de zoon en twee leerlingen van de schilder Francesco
Raibolini ontmoet. Als de jongens voor een opdracht naar Pistoia gestuurd
worden, besluit ze van huis weg te lopen en met hen mee te gaan. In een door de
piraten ingenomen dorp in de Apennijnen weet Properzia het leven van Giacomo
Raibolini te redden en arrangeert ze haar huwelijk met Diego. Tijdens de
huwelijksnacht toont hij haar zijn ware gezicht en vlucht zij halsoverkop. Samen
met de drie jongens trekt zij verder naar Pistoia, waar ze hen mag helpen met hun
opdracht.
Tijdens
een feestavond op het plein staan ze onverwacht tegenover Diego en de
huurlingen. Het komt tot een handgemeen dat door de stadwachten beslecht wordt.
Diego weet te ontsnappen, maar de kapitein krijgt de doodstraf. Zij moet haar
identiteit bekend maken, waarna haar vader enige dagen later voor haar staat om
haar naar het klooster te brengen.
Het leven in het klooster is niet zo erg als ze het zich
had voorgesteld. Ze maakt heiligenbeelden in perzikpitten die in rozenkransen
verwerkt worden en voelt zich thuis in de zustergemeenschap. Op een avond staat
Diego ineens in de kapel om haar te ontvoeren. Moeder-overste weet dit te
verhinderen, maar Diego ontsnapt. Moeder-overste neemt het incident hoog op. Als
Properzia weigert Diego’s naam te noemen, wordt ze uit het klooster verbannen. Toch
heeft moeder-overste nog onderdak voor haar geregeld bij haar tante en oom die
een bakkerszaak hebben.
Als Properzia hoort dat Michelangelo in Bologna is om een
beeld van de paus te maken, gaat ze bij hem langs. Het lukt haar hem ervan te
overtuigen dat hij haar hulp nodig heeft. Dagelijks gaat ze verkleed als zijn
leerjongen met hem op pad. Ze ontmoet paus Julius II en de kardinalen, aan wie
haar oom de door haar gesneden engelenkoeken levert. Maar ook nu duikt Diego
op. Hij is als lijfwacht in dienst van de paus en ontmaskert haar, waarna ze in
de gevangenis belandt.
Dankzij moeder-overste, die Diego herkent als de schender
van haar vrouwenklooster, wordt Properzia na maanden van ontberingen
vrijgelaten. Alles lijkt haar voor de wind te gaan: ze bemachtigt een
belangrijke opdracht, vindt een plaats in meester Raibolini’s atelier en wordt
verliefd op Lucas Horenbout. Diego is veroordeeld tot levenslange verbanning
uit Bologna, maar hij keert terug om wraak te nemen. Terwijl zijn handlangers
het kasteel in brand steken, probeert hij Properzia te schaken. Met Lucas’ hulp
weet ze het gevaar af te wenden, maar het lukt Diego opnieuw om te ontsnappen.
Als Lucas’
leertijd erop zit, maakt hij zich klaar om terug te keren naar Gent en vraagt
Properzia met hem mee te gaan. Enkele uren voor vertrek beseft ze dat ze
Bologna niet wil verlaten: hier is haar thuis, hier is ze gekend. Lucas
vertrekt alleen en vestigt zich uiteindelijk in Londen, waar hij in 1530 haar
overlijdensbericht ontvangt.
Gent, kloosters en sterke vrouwen
Thematisch sluit deze jongerenroman aan bij
eerder door Van Rijckeghem geschreven jongerenromans. Het onderwerp
‘vrouwenrechten’ neemt in deze romans een belangrijke plaats in. De
hoofdpersonages zijn karaktervolle jonge vrouwen die zich niet schikken in de
ondergeschikte rol die zij toebedeeld krijgen en vechten voor het recht hun
eigen levenspad uit te stippelen.
Bovendien zullen hun emoties voor 21ste-eeuwse
jongeren herkenbaar zijn. Immers, ook bij hen voltrekt het
identiteitsontwikkelingsproces zich met vallen en opstaan. Soms nemen zij impulsief
beslissingen die achteraf gezien minder goed uitpakken. Ook zij kennen heftige
emoties zoals verliefdheid en een verlangen naar goedkeuring, geborgenheid en
liefde. Zo hoopt Properzia net als Marguerite (Jonkvrouw, Querido 2009)
en Yrsa (Onheilsdochter) opgemerkt
te worden door haar vader.
Properzia past naadloos in het oeuvre van Van
Rijckeghem. Het verhaal is filmisch geschreven, de gebeurtenissen volgen elkaar
in sneltreinvaart op, waardoor de aandacht van de lezer geen moment verslapt. Net
als in de eerder genoemde romans roept het hoofdpersonage sympathie op, is één
van de plaatsen waar de zoektocht haar naar toe leidt, een klooster en wordt met
het personage Lucas een relatie gelegd met de geboortestad van de schrijver.
Kortom, deze pageturner
die hernieuwde aandacht zou kunnen opwekken voor een vergeten 16de-eeuwse
beeldhouwster, is een mooie aanvulling op het oeuvre van de Vlaamse
meesterverteller en verdient een groot lezerspubliek.
Jean-Claude Van Rijckeghem: Properzia,
Querido, Amsterdam 2025, 350 p. ISBN 9789045131061. Distributie L&M Books
deze pagina printen of opslaan