Als romancier heeft Jan Vantoortelboom (1975) voor zichzelf een
weg uitgetekend die hem via de aanpak van zijn verhaalstof onmiskenbaar een
eigen stem heeft gegeven. Dat je bij hem allerminst een rechttoe rechtaan
vertelling hoeft te verwachten, was onder meer al duidelijk gebleken uit de in
2023 verschenen en met de Boekenbon Literatuurprijs bekroonde roman Mauk.
Met evenveel nadruk en bravoure roept hij in zijn nieuwe roman De
zwarte poel de beklemmende sfeer op, die zijn personages isoleren van
dagdagelijkse beslommeringen en maatschappelijke verwachtingen die het leven
binnen voorspelbare banen moeten leiden.
In een verhaal waarin heden en
verleden in elkaar haken door herinneringen die zich blijvend opdringen en
waarin stemmen uit het hiernamaals in een magisch-realistische context
opklinken, wordt van bij de aanvang gesuggereerd hoe het leven van het hoofdpersonage
Ko een wending heeft genomen die hem psychisch en emotioneel blijft bezwaren.
Vantoortelboom grijpt hiervoor terug naar het beeld van de ratten die in zijn
buik rondwroeten (de slotzin van het boek zet het beeld overigens nog eens
sterk in het licht). De ijsbaden die Ko op gezette tijden neemt, moeten de
knagende pijn die de ratten veroorzaken, draaglijk maken, voor zover dat
mogelijk zou zijn uiteraard. In her en der verspreide hoofdstukken die gezet
zijn in de onvoltooid tegenwoordige tijd wordt een inkijk aangereikt in het
leven van Ko en zijn vrouw Lydia. En vaak komt hier de verzuchting van Lydia
terug: ‘Ga je hulp zoeken?’ Wat fout loopt, heeft onder meer te maken met het
gevoel van onvoldaanheid dat Ko ervaart op zijn werk, het thema dat wordt
uitgewerkt binnen het verhaalniveau dat teruggrijpt naar het meest aan het nu
gerelateerde gegeven: direct na zijn afstuderen heeft hij, tot tevredenheid wel
van zijn ouders die niets liever zien dat hun zoon binnen de
traditioneel-conservatieve lijntjes blijft kleuren, een job gevonden bij een
uienverwerkend bedrijf. Geen toevallige keuze weer van de auteur: de symboliek
van de ui die laag na laag wordt afgepeld, zal de lezer bij de kern van het
verhaal brengen.
Uiteindelijk draait alles rond het schuldgevoel waar Ko nooit van verlost
is geraakt. Waar het om gaat: Ko heeft zich het lot aangetrokken van Lou, een
eenzelvige jongen die gepest werd op school en in zijn grofgebekt taalgebruik
een soort van compensatie heeft gevonden daarvoor. Soms op hun eentje, soms in
het gezelschap van enkele kompanen komen Lou en Ko bijeen op de hoeve van
Adrie, een Zeeuwse boer die zich altijd is blijven verzetten tegen elke vorm
van inmenging van hogerhand. Adrie heeft het steevast over ‘het centrum van
onderdrukking’ als hij het heeft over de bewindslieden.
Mede door de stevige verteltrant
en het mooi uitgebalanceerde taalgebruik van Vantoortelboom, die de Goese
omgeving overigens heel goed kent, groeit de beschrijving van Adries hoeve
annex opslagplaats van oud ijzer en ander afgedankt materiaal, uit tot een
bijna op zichzelf staande verhaallijn. Ook daar is het een en ander totaal fout
gelopen voor Ko: hoe de bom die zij in elkaar knutselden door vuurwerk te
pellen, te dicht bij Lou ontplofte. En dan is er de dood van de twee zusjes Van
Doorn, die in de magisch-realistische scènes binnen de roman (deze hoofdstukjes
worden met aparte tekensymbolen aangeduid) ‘hun’ verhaal vertellen: hun vader
was mee verantwoordelijk voor de ‘inval’ op de hoeve van Adrie en het zou wel
eens zo kunnen zijn dat Ko wraak heeft willen nemen. Nu, ruim dertig jaar na
deze onverkwikkelijke gebeurtenissen, blijft de druk van het verleden wegen op
Ko.
Aan de
lectuur van De zwarte poel (de titel verwijst naar het zwarte
rijk van de vergetelheid, de ruimte die Ko op zeker moment wilde opzoeken, maar
waaruit hij gered werd door Adrie) zal de attente lezer bijzonder veel genoegen
beleven. Jan Vantoortelboom weet vaak, heel vaak te verrassen met opmerkelijke
beelden. Hij heeft het over ‘de tinnen tranen’ van Lou als hij vertelt hoe die
samen met Ko tin wist om te smelten; de gestorven zusjes hebben het over hun
vader in deze bewoordingen: ‘als een arenlezer raapt hij de gevallen halmen van
een verleden bijeen’. En dat alles gevat binnen een ingenieus opgezette
constructie: het maakt van De zwarte poel een literair hoogtepunt
van het voorbije boekenjaar.
Jan Vantoortelboom: De zwarte poel, Amsterdam, Cossee 2025,
191 p. ISBN 9789464522082. Distributie Pelckmans Uitgevers
deze pagina printen of opslaan