Zopas verscheen de nieuwste
aflevering van Het liegend konijn, het halfjaarlijkse poëzietijdschrift
waarin Jozef Deleu ongepubliceerde gedichten van jong en oud, Noord en Zuid,
klassiek en experimenteel… presenteert. Het is opnieuw een belangrijke
bloemlezing voor wie de vinger aan de pols wil houden bij wat vandaag aan
poëzie verschijnt. Daarbij is de verscheidenheid cruciaal. In tegenstelling tot
de (schaarse) overgebleven literaire tijdschriften heeft Jozef Deleu altijd oog
gehad voor de veelzijdigheid van de poëzie. Zijn blad (in feite een reeks forse
boeken) vormen een divers boeket. Minstens even belangrijk is echter het haast
feilloze oog voor kwaliteit van de samensteller (de enige redacteur van het
blad van oudsher). Het is niet zo makkelijk om in een aflevering van Het
liegend konijn veel zwakke gedichten te vinden. Tot slot heeft Deleu altijd
bijzonder veel aandacht besteed aan debutanten. Iedere aflevering brengt
gedichten van een volstrekt nieuwe naam in het literaire circuit, en in de
meeste gevallen hebben die auteurs kort daarop een eerste volwaardige bundel
laten verschijnen bij een erkende uitgever. Het blad is zo niet alleen een
staalkaart van wat waardevol is in ons landschap, het is ook de gangmaker voor
heel wat nieuwe dichters.
Al die kwaliteiten zijn opnieuw overvloedig aanwezig in
deze aflevering. Zo is er nieuw hoogstaand werk van gerespecteerde dichters als
Maria Barnas, Paul Demets, Annemarie Estor, Piet Gerbrandy, Anton Korteweg,
Ester Noami Perquin of Peter Verhelst, om maar die namen te noemen. In een
aantal gevallen betreft het een reeks uit een op til staande bundel, waardoor
de lezer een betere kijk krijgt dan bij een afzonderlijk vers (hoewel niet alle
dichters hun bundels als een geheel structureren; Anton Korteweg blijft zich
bijvoorbeeld focussen op afzonderlijke teksten.) Een aparte vermelding verdient
Chris Honingh, die in deze aflevering niet minder dan tien gedichten krijgt
toebedeeld: zijn reeks ‘De hoogste kraai’ is uniek, een soort van parabel over
een kraai die sporen nalaat in een aparte taal en zo de synthese symboliseert
van het kleine en het oneindige, het concrete en de abstracte patronen in het
universum.
Even
belangrijk zijn uiteraard de jonge talenten. Ada van Raemdonck debuteert, samen
met haar vader Bert van Raemdonck, in deze aflevering met enkele boeiende
gedichten waarin de identiteit centraal staat, die bepaald wordt door beelden,
gedachten en de ander. In de gedichten van Isa Altink staat dan weer het gemis
centraal. Voortdurend zweeft de dichter een en weer tussen werkelijkheid en
gedachte of droom, met verzen die subtiel de vervreemding laten zien die zo
kenmerkend is voor de mens: een bron van frustratie maar evenzeer een
vluchtoord. Ook voor dergelijke gedichten (en er staan er veel meer) is Het
liegend konijn een aangewezen onderkomen, een schuiloord in afwachting van
lezers.
En toch , het belangrijkste
nieuws heeft de redacteur ditmaal voor zichzelf gereserveerd. In zijn korte
inleiding wijst Jozef Deleu erop dat dit de laatste aflevering van zijn
lijfblad wordt. Er is geen vervolg voorzien, want alles kent zijn einde. ‘De
jager op de kim’ wacht, stelt de dichter met zijn eigen symbolen, verwijzend
naar het feit dat de productie van het blad hem gaandeweg te zwaar valt. Op de
grens van tijd en eeuwigheid houdt Het liegend konijn er definitief mee
op. Dat laat ook deze fervente lezer achter met een dubbel gevoel. Aan de ene
kant is er spijt, want een tijdschrift als dit is broodnodig en de kans dat er
een volwaardige opvolger komt in zo goed als onbestaande: niemand kent de poëzie
als Jozef Deleu, niemand beschikt over zijn netwerk van dichters, niemand heeft
het gezag om dichters en uitgevers met zachte dwang tot (weinig rendabele)
daden aan te zetten. Aan de andere kant overheerst toch vooral de dankbaarheid
voor het verhaal dat haast een kwarteeuw geleden begon. Wat Het liegend
konijn heeft betekend voor de literatuurgeschiedenis moeten onderzoekers
uitmaken, maar voor poëzielezers was het een welgekomen gezel bij alle
ontdekkingstochten.
Jozef Deleu: Het liegend konijn. Jrg. 23, nr. 2, Pelckmans, Kalmthout 2025
deze pagina printen of opslaan