Amerikaanse literatuur

Kris van Zeghbroeck: Verloren paradijs : Post-9/11 literatuur

door Kris van Zeghbroeck

Het zal nog wel even duren voor 11 september 2001 uit het collectief geheugen gewist wordt. Het aantal doden mag dan in het niets verzinken bij die als gevolg van de oorlog in Irak of de hongersnood in Afrika, maar de spectaculaire beelden en de symboolfunctie van de aanslag op de Twin Towers blijven als een zwaard van Damocles boven de Verenigde Staten hangen. Daarvan sijpelt onvermijdelijk iets door naar de oude wereld, gevoed door de terroristische aanslagen in Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Toch blijft er een Europese scepsis t.o.v. de manier waarop de Verenigde Staten en meer bepaald de Bush-administratie met 9/11 omgaat. ‘The war against terrorism’ heeft de verhouding tussen de islam en het westen meer dan ooit op scherp gesteld. Bovendien geven de Amerikaanse opportunistische politieke en economische strategieën — van het ontwrichten van kwetsbare economische gebieden tot het steunen van dictators en rebellen (inclusief Osama Bin Laden) als het hen uitkomt — voeding aan de stelling dat de Verenigde Staten oogst wat het gezaaid heeft.
De reacties van schrijvers op de gebeurtenissen van 9/11 waren verdeeld. Martin Amis stelde met de nodige zin voor overdrijving dat “alle schrijvers op aarde er schoorvoetend over dachten een ander beroep te kiezen”. Fictie leek niet meer op te wegen tegen de onverzadigbare drang naar nieuws over de realiteit. “Truth is stronger than fiction” kopte een essay van Rachel Donadio in de ‘New York Times’ (07.08.2005) over het gebrek aan fictie die op een betekenisvolle manier met 9/11 omgaat. Feit is dat sommige auteurs de rol van de schrijver in deze tragedie maar al te graag onder de loep wilden nemen, maar tijd nodig hadden om een antwoord te formuleren, om op het slappe koord van de fictie een evenwicht te vinden tussen ernstig proza en politieke betrokkenheid. De film (‘Fahrenheit 9/11’) en de strip (Art Spiegelmans In de schaduw van geen torens) konden de gebeurtenissen sneller van repliek dienen dan fictie, die eerst de nodige afstand moest nemen. Toch waren er schrijvers als Philip Roth, die 9/11 helemaal geen geschikt onderwerp voor fictie vonden en fulmineerden tegen de “kitschification” van 3000 slachtoffers.
“Everything has changed, though nothing has” (Jay Parini) maakt een beetje de balans van 9/11 voor de Verenigde Staten op. Met God aan hun zijde geloven de Amerikanen pas iets als het hen zelf overkomt. Op een of andere manier lijken ze volgens Pankaj Mishra (‘The end of innocence’, ‘The Guardian’ 19.05.2007) doorheen hun geschiedenis gesparteld te zijn zonder het besef dat wat elders in de wereld gebeurt ook hen kan overkomen. Plots leek het Aards Paradijs (i.c. de Big Apple) van het ene moment op het andere in een inferno te kunnen veranderen. Maar of de schellen van de Amerikaanse ogen gevallen zijn, valt te betwijfelen. Voor velen is het alweer ‘business as usual’.
Nochtans zijn er Amerikanen die al decennialang waarschuwen voor het gevaar van terreur. Met name Don DeLillo wordt gezien als de profeet van de hedendaagse anarchie. Zo heeft hij al van in de late jaren ’60 kunst en terreur met elkaar in verband gebracht, wat hem uiteindelijk tot een ophefmakend inzicht bracht: “True terror is a language and a vision. There is a deep narrative structure to terrorist acts and they infiltrate and alter consciousness in ways that writers used to aspire to.” In een Amerikaanse samenleving waar schrijvers doorgaans met een boogje rond de hete aardappel van de hedendaagse politiek lopen (op Gary Shteyngart na zijn er amper schrijvers die in hun fictie de Bush-administratie op de korrel nemen), leek de taal van de terreur onvermijdelijk om een statement te maken. Uiteindelijk had 9/11 een soort ‘witte mars’-functie die mensen tijdelijk dichter bij elkaar bracht en, volgens Philip Roth, van New York voor het eerst sinds lang weer een interessante stad maakte om in te leven.
Naast terrorisme heeft de VS intussen ook kunnen proeven van wat het betekent om een vluchteling te zijn in eigen land, na de orkaan Katrina, die New Orleans in 2005 overspoelde. “It’s just something we’re not used to. I mean if we were in a third world country, we’d be used to this.” Een uitlating van een Amerikaanse ambtenaar die voor de cynische toehoorder opnieuw aan de kaak stelt hoe een welvarend land de buitenwereld als onbelangrijk afdoet, tot de ramp zich binnen de eigen grenzen afspeelt. Vooral als de initiële inefficiëntie van de hulpverlening aan die van een derdewereldland doet denken. Intussen is na de post-9/11 literatuur van de voorbije jaren de tijd al rijp voor de eerste post-Katrina fictie. Meteen rijst dan ook de vraag of er niet beter naar een andere term kan worden gezocht, vóór elke ramp die een relatief klein deel van de Verenigde Staten overrompelt, zijn stempel drukt op de Amerikaanse literatuur. Bovendien is er, zoals Marnix Verplancke betoogt in ‘Business as usual, schrijven na 9/11’ (‘Deus ex Machina’, september 2006), heel wat fictie die niet meteen 9/11 als thematiek bevat, maar wel degelijk extra betekenis kan krijgen vanuit de nasleep van die terroristische aanslag. Alleen wordt de impact van 9/11 op de Amerikaanse literatuur dan onterecht uitvergroot tot iets van de orde van de Tweede Wereldoorlog.
Moeten we niet eerder naar een betekenisvoller scharnierpunt zoeken in de Amerikaanse geschiedenis, waarvan 9/11 en Katrina (en meer bepaald de manier waarop op die rampen gereageerd werd door de Amerikaanse overheid) uiteindelijk niet meer dan de gevolgen zijn? Zo kunnen we ze duiden als uitdeinende rimpelingen in het water nadat er op 20 januari 2001 een steen met een plons in de Amerikaanse territoriale wateren terechtkwam. Met name het moment dat George W. Bush met de steun van een fundamentalistische rechts-christelijke lobby tot president verkozen werd op basis van een betwistbare uitslag, om zijn land uiteindelijk in oorlog en economische recessie te storten. Alles welbeschouwd hebben George W. Bush en zijn haviken de Verenigde Staten (om nog van de rest van de wereld te zwijgen) oneindig meer leed berokkend dan de rampen van 9/11 en Katrina samen. Misschien moeten we dan maar van post-Bush literatuur spreken, of hoe de rampzalige verkiezing van één man het land (en andere delen van de wereld) in een neerwaartse spiraal stortte aan het begin van een nieuw millennium. Een nieuwe wereldorde met een wrange nasmaak.

Tot nu toe zijn de meeste fictionele geschriften met 9/11 als thema kortverhalen, die volgens Joyce Carol Oates (‘The mutants’) beter geschikt zijn dan romans om deze materie te benaderen. Psychologisch ligt dat genre ook dichter bij het menselijke verwerkingsproces (Ulrich Baer (red.): 110 stories: New York writes after 11 september (2002)). Algemeen wordt er van uit gegaan dat de romanvorm één tot twee decennia nodig heeft om met voldoende afstand de thematiek ten gronde te behandelen, zonder afbreuk te doen aan het literaire karakter. Daarbij wordt doorgaans verwezen naar klassiekers over de wereldoorlogen. Wat tot nu toe vanuit Engelstalige hoek aan romans verscheen en in het Nederlands vertaald wordt, zou een staalkaart kunnen bieden van de manier waarop schrijvers 9/11 trachten te vatten. Je kan zoals de bejaarde John Updike in De terrorist (De Leeswolf 2006, p. 530) je “als een jong veulen vergalopperen” door in de huid trachten te kruipen van een moslim terrorist. Alleen raakt de alom geprezen kroniekschrijver van de blanke protestantse leefwereld ondanks uitgebreid onderzoek niet verder dan een clichématige aanpak, die voorbijgaat aan de religieuze en maatschappelijke beslommeringen die het terrorisme voeden. En ook Martin Amis zou in zijn recent kortverhaal ‘The last days of Muhammad Atta’ de klippen van de bevooroordeling niet kunnen ontwijken. Je moet al moslimroots hebben zoals de uit Pakistan afkomstige schrijver Mohsin Hamid om in The reluctant fundamentalist (wat ongelukkig vertaald als De val van een fundamentalist) een genuanceerdere kijk te bieden. Vóór 11 september vond Hamids uitgever het weinig overtuigend dat een seculiere en succesvolle verwesterde Pakistaan vijandige gevoelens zou koesteren voor de Verenigde Staten. De aanslag op de Twin Towers en de publieke opinie die zich tegen heel wat Amerikaanse moslims keerde, maakte dat het leven en het identiteitsgevoel van Hamids hoofdpersonage Changez zwaar op de proef wordt gesteld, wat hem uiteindelijk in de armen van het fundamentalisme drijft. Met stip genoteerd op de longlist van de Booker Prize.
Maar ongetwijfeld de populairste aanpak is de zgn. ‘comedy of (Manhattan) manners’ waarin 9/11 uiteindelijk niet veel meer is dan de achtergrond waartegen het liefdesleven escaleert: het neerhalen van de Twin Towers als katalysator voor buitenechtelijke relaties. Jay McInerney ‘s Het goede leven (De Leeswolf 2006, p. 363), Claire Messuds The emperor’s children (2006 — vert. De kinderen van de keizer en Ken Kalfus A disorder peculiar to the country (2007 — vert. Een vreemdsoortig onheil) zijn op zich leuke boeken, maar gaan gebukt onder de overdreven 9/11 marketing, waarmee ze een goed verhaal over emoties uit de middenklasse willen overstijgen. Het siert Benjamin Markovits dan ook dat hij voor zijn uitstekende roman Either side of winter (2005) geen enkele betekenisvolle band claimt met de nasleep van die terroristische aanslag . Dat neemt niet weg dat heel wat mensen fictie willen lezen over 9/11 en dat schrijvers die sprong willen maken met de goede verkoopcijfers in het achterhoofd van John Updike, Ian McEwan (Zaterdag De Leeswolf 2005, p. 470) en Jonathan Safran Foer (Extreem luid en ongelooflijk dichtbij De Leeswolf 2005, p. 474).
Geen haar op ons hoofd zou Don DeLillo van zulke platte commerciële beweegredenen durven verdenken. Tenslotte is hij de theoreticus en visionair, de man die aan zijn schrijftafel Amerika’s verleden en toekomst kneedt, hoewel zijn inzichten meer metafysisch dan politiek georiënteerd zijn. Nochtans voelt DeLillo zich in zijn onlangs verschenen Falling man (het schrijnende beeld van mensen die uit de Twin Towers springen om aan het oprukkende vuur te ontsnappen, wordt hier opgevoerd door een performance artist die met behulp van een veiligheidsharnas van hoge gebouwen springt) niet geroepen om 9/11 aan een intellectuele dissectie te onderwerpen. Zijn plot speelt zich zoals bij Kalfus en McInerney af op het thuisfront, met de terugkeer van het hoofdpersonage naar zijn echtgenote en een buitenechtelijke relatie in het verschiet. Het zijn de vele secundaire verhaallijnen die het boek zijn complexiteit verschaffen als stukken van verschillende puzzels die niet bij elkaar passen. Maar ze worden in een geforceerde eenheid samengebracht wanneer de aanvliegende terrorist Hammad op het einde plots de gedaante van het hoofdpersonage aanneemt in de Twin Towers. Als om aan te tonen dat terrorist en slachtoffer twee zijden van dezelfde medaille zijn.

Don DeLillo: Falling man, Picador London, 2007, 246 p., € 13,95. ISBN 978033453172    
Distributie: Nilsson & Lamm
Mohsin Hamid: De val van een fundamentalist, De Bezige Bij Amsterdam, 2007, 205 p., € 15,90
ISBN 9789023421891. Vert van: The reluctant fundamentalist door Frans van der Wiel. Distributie: WPG uitgevers
Mohsin Hamid: The reluctant fundamentalist, Hamish Hamilton London, 2007, 184 p, € 19,65 ISBN9780241143704. Distributie: Penguin Books
Ken Kalfus: Een vreemsoortig onheil, Meulenhoff Amsterdam, 2007, 252 p., € 19,90
ISBN 9789029079139 Vert. van A disorder peculiar to the country door Leen Van den Broucke. Distributie; Standaard uitgeverij
Ken Kalfus: A disorder peculiar to the country , Simon and Schuster London, 2006, 237 p.,
€ 22,75. ISBN 9780743286084. Distributie Nilsson & Lamm
Claire Messud: De kinderen van de keizer, Anthos Amsterdam, 2006, 440 p., € 19,95
ISBN 9041410643. Vert. van The emperor’s children door Iris den Hollander en Martine Jellema. Distr.: Veen Bosch en Keuning
Claire Messud: The emperor’s children, Picador London, 2006, 431 p., € 25,95
ISBN 9780330444477. Distributie: Nilsson & Lamm

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2006

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri