Amerikaanse literatuur

Kris van Zeghbroeck: De Russen komen : De Russisch joods-Amerikaanse literatuur

door Kris van Zeghbroeck

De eminente Amerikaanse criticus Irving Howe schatte in zijn inleiding tot Jewish-American stories (1976) de toekomst van de joods-Amerikaanse literatuur erg somber in. Migratie, de golf waarop die literatuur ontstond en tot ongekende hoogten gekatapulteerd werd, zou bij gebrek aan nieuwe migrerende impulsen uiteindelijk afnemen en door ‘Amerikanisering’(i.e. secularisering en assimilatie) volledig opgaan in de samenleving. Maar ondanks Howes voorspelling blijft die joods-Amerikaanse literatuur zich generatie na generatie herbronnen, om vanuit een nieuwe tijdgeest telkens opnieuw vorm te geven aan een joodse identiteit. Dat verhaal zonder einde wordt sterk uitvergroot getypeerd in Tony Kushners toneelstuk Angels in America (1993, Pulitzer Prize). In Mike Nichols gelijknamige verfilming uit 2004 speelt een magistrale Meryl Streep o.m. de rol van een stokoude Oost-Europese rabbijn uit de Bronx, die de uitvaartdienst van een joods-Amerikaanse (over)grootmoeder leidt. Aan de in de Verenigde Staten geboren nazaten van deze Russische migrante zegt zij/hij (compleet met hoed, bril, baard en pijpenkrullen): “You can never make that crossing that she made, for such Great Voyages in this world do not any more exist. But every day of your lives the miles that voyage between that place and this one you cross. Every day. You understand me? In you that journey is. [...] You do not live in America. No such place exists. Your clay is the clay of some Litvak shtetl, your air is the air of the steppes”. Dit soort herbeleving van het migratieverleden (de nostalgie van het kleinkind over de nostalgie van de grootouder), een etnische revival die in de VS zijn wortels heeft in de late jaren ’70 en ’80 van vorige eeuw, beschouwde Howe als onverdiende nostalgie. Enkel nieuwe migranten (en hun kinderen) kunnen geloofwaardig over de ontworteling en de vervreemding getuigen. Alleen is er binnen de 350-jarige geschiedenis van joodse emigratie naar de Verenigde Staten een wereld van verschil tussen de joods-Russische migranten van een eeuw geleden en die van de laatste decennia. Dat wordt meteen duidelijk uit de getuigenissen van joods-Amerikaanse auteurs als Gary Shteyngart (VS), David Bezmozgis (Canada) en Lara Vapnyar (VS), die deel uitmaken van de recentste migratiegolf uit de oude Sovjet-Unie. Zij hadden het moeilijk om zich te herkennen in “het Amerikaanse Judaïsme, dat sterk de nadruk legt op religieuze doctrine, de gemeenschapsband en activisme”. Door generaties lang onder het communistische regime te leven — met gevaar voor opsluiting voor het overdreven etaleren van de geloofsovertuiging — ontwikkelden de Russische joden een seculiere levensstijl. Aangezien ze niet geïntegreerd maar gediscrimineerd werden binnen de Russische maatschappij, bleef hun joodse identiteit echter overeind. Hoe erg ze ook verknocht zijn aan hun land en cultuur, ze werden steeds met hun neus gedrukt op hun joods-zijn: “In Russia, it’s Jew, Jew, Jew. Having Jewish characters was a second nature to me”, zegt Shteyngart. Maar ook in de Verenigde Staten konden ze niet zichzelf zijn. De teneur was: “We saved you! Now you’re free to be Jewish!”, terwijl de nieuwe migranten zich gefrustreerd in bochten wrongen om duidelijk te maken dat ze al de hele tijd joods geweest zijn: “Judaïsm is not a mission and not a religion. It’s an identity.” De soms onoverbrugbare verschillen tussen het Russische en Amerikaanse joods-zijn worden treffend ironisch geïllustreerd door Shteyngarts schoolherinneringen. Hij vertelt hoe hij en zijn lotgenoten in een Hebreeuwse school in Queens belandden, waar enkel vieze melkproducten genuttigd mochten worden. Om de joods-Amerikaanse voedselvoorschriften te omzeilen, smokkelden ze de van thuis uit vertrouwde varkenssalami binnen, die ze met smaak in de toiletten verorberden. Literatuur wordt een uitlaatklep om dergelijke ervaringen vorm te geven: “The most important thing to convey about the Russian Jewish experience is that Russian Jews are Jews too [...] Even though they know nothing or next to nothing about Jewish religion or culture, even though they can’t answer the question what it is that makes them Jewish; they are Jewish, they have suffered for being Jewish; they are proud to be Jewish.” De literatuur van deze nieuwe joods-Russiche migranten staat bol van personages die worstelen met een gevoel van jood-zijn dat borg staat voor de eeuwige slachtofferrol (Gary Shteyngart — Handboek voor de Russische debutante (2002)), dat aan de basis ligt van ongegronde vooroordelen (Lara Vapnyar — Er zitten joden in mijn huis (2003)) of dat gezien wordt als de sleutel tot menslievendheid (David Bezmozgis — Natasja (2004). Deze nieuwe schrijvers zijn intussen met de grote trom binnengehaald als vernieuwers binnen de jood-Amerikaanse literatuur. Als schrijvers die het beste van de joodse literatuur verbinden met de grote verhalen uit de Russische literatuur. Zij passen in tegenstelling tot hun tijdgenoten die uit nostalgie naar het Oosten kijken, perfect binnen Howes theorie, omdat ze uit de eerste hand kunnen getuigen over hun ontwortelend jood-zijn, dat het merg van hun bestaan vormt. Toch kan je je met Kushners rabbijn afvragen of binnen de hedendaagse postkoloniale, mobiele samenleving niet voortdurend kleine migraties plaatsvinden die elk individu in zijn identiteit en bestaan raken. En daarbij dragen joods-Amerikaanse afstammelingen onvermijdelijk iets in zich mee van de reis die hun voorouders hebben afgelegd. Alleen moeten ze opletten dat hun drang naar authenticiteit, naar datgene wat ze ooit waren — of het nu om hun eigen voorouders gaat of waar de nieuwe joods-Russische migranten symbool voor staan —, nooit de (h)erkenning van waarachtige literatuur in de weg zal staan. Dat niet iedereen deze nieuwe joods-Amerikaanse auteurs van Russische afkomst op handen draagt, mag blijken uit de pejoratieve omschrijving “New Immigrant Chic” die in de Amerikaanse pers opdook. Niet alleen wordt zo de draak gestoken met de modieuze trend naar authenticiteit die door deze migranten (als zgn. “joden die de Amerikaanse joden ooit waren”) gevoed wordt. Maar ook wordt de afwijkende visie op het joods-zijn van deze auteurs afgezwakt. Hun succes bij de literaire kritiek én het brede publiek van bij hun debuut, zou maken dat de visie die ze vertolken algemener aanvaardbaar en dus ook in zekere zin al gedateerd is. Over snelle assimilatie gesproken...

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2006

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri