Amerikaanse literatuur

Kris van Zeghbroeck: De oude krokodillen van de Amerikaanse literatuur (3) : Vonnegut, Mailer, McCarthy, Salter en Ozick

door Kris van Zeghbroeck

Kurt Vonnegut (1922-2007) is niet meer. Hij overleed op 11 april. Het liefst was hij de wereld uitgegaan met een vliegtuigcrash op de top van de Kilimanjaro, om zijn leven met een punt af te sluiten i.p.v. de puntkomma van de met ongemakken geplaagde oude dag. Vonnegut moest het echter stellen met een val, waarvan de hersenletsels hem fataal werden. “Zo gaat dat”. Dat is het credo uit Kurt Vonneguts bekendste roman Slachthuis vijf (vorig jaar herdrukt bij Meulenhoff), een semi-biografische roman waarin hij zichzelf op de titelbladzijde voorstelt als “Een Amerikaan wiens Duitse voorouders vier generaties geleden naar de Verenigde Staten kwamen, die nu in goeden doen op Cape Cod woont (en te veel rookt) en die lang geleden bij de Amerikaanse infanterie, hors de combat, in krijgsgevangenschap getuige geweest is van het brandbombardement van Dresden (het Florence van de Elbe) en het heeft overleefd”. Het had het grafschrift kunnen zijn van deze fatalistische (wat gebeurt, gebeurt) maar stoïcijnse, satirische humanist die zijn wortels in de sciencefiction heeft. Na meer dan een halve eeuw schrijven laat Vonnegut 14 romans en tientallen kortverhalen, essays en toneelstukken na. Bovendien bestaat de kans dat uit zijn nalatenschap ooit een (onafgewerkte) roman opduikt met als werktitel ‘If God were alive today’, over een stand-up comedian in het hedendaagse New York. Het succes van Vonneguts laatste boek, de memoires Man zonder land, waarin hij zijn gal spuwt op de Bush-administratie, beschouwde hij als “een goed glas champagne op het einde van een leven”.
Met de dood van Kurt Vonnegut wordt het groepje van de oude krokodillen van de Amerikaanse literatuur (zie ook De Leeswolf 2009 p. 452 en 530) weer verder uitgedund. Norman Mailer (geb. 1923), Gore Vidal (geb. 1925) en James Salter (geb. 1925) hebben de kaap van de tachtig gerond, en worden op de voet gevolgd door zeventigers als Cynthia Ozick (geb. 1928), Tom Wolfe (geb. 1931), E.L. Doctorow (geb. 1931), John Updike (geb. 1932), Philip Roth (geb. 1933), Cormac McCarthy (geb. 1933) en Joan Didion (geb. 1934).
Voor een mannetjesputter als Norman Mailer was de deelname aan de Tweede Wereldoorlog van groot belang. Alleen was er geen plaats voor hem bij de Europese invasietroepen en kwam hij terecht in Japan en op de Filippijnen waar hij als observator lang niet zoveel actie zag als hij in zijn debuut The naked and the dead (1948) laat uitschijnen. In de jaren ’60 en ’70 bouwde Mailer zijn reputatie op met controversiële non-fictieromans (new journalism) en essays, wat hem de Pulitzer Prize opleverde voor Armies of the night (1968) en The executioner’s song (1979). “Do you expect God or the Devil left Lenin and Hitler and Churchill alone?” vroeg Mailer zich af in An American Dream (1965). Het heeft dan nog betrekkelijk lang geduurd voor hij (na boeken over o.m. Henry Miller, Marilyn Monroe, John F. Kennedy, Mohamed Ali, Picasso, Lee Harvey Oswald en Jezus) zijn tanden zette in Hitler. Het wordt een romantrilogie, waarvan The castle in the forest (vert. Het kasteel in het woud) het eerste deel is. Verteller van dienst is een duivel, die zijn intrek genomen heeft in het lichaam van SS-officier Dieter. Die beschrijft zijn biografisch verhaal van de jonge Hitler (centraal staan de eerste 18 levensjaren) en zijn ouders als volgt: “It is more than a memoir and certainly has to be most curious as a biography since it is as privileged as a novel. I do possess the freedom to enter many a mind.” Deze auctoriële onderduivel heeft als overwerkte bureaucraat, met een baas en klanten, iets menselijks. Zoals God (Dummkopf) met de mensen speelt, speelt de Duivel (Maestro) met de jonge Hitler om hem het absolute kwaad eigen te maken. Als broedermoordenaar en het product van een incestueuze relatie, heeft Hitler een streepje voor om tot de absolute reïncarnatie van het kwaad uit te groeien. Dat neemt niet weg dat je je bij momenten met Hitler en de duivel kan identificeren. Mailer, bezeten door beiden, wrijft zich al in de handen over de geschokte reacties die het boek in de Verenigde Staten (“God is with me”) zal losweken. De Europese reacties zullen vrij gematigd zijn over deze pleziervaart waarmee Mailer de artritis van zijn oude dag bestrijdt. De vraag blijft of de strijdvaardige maar hoogbejaarde Mailer deze bij momenten briljante magisch-realistische bildungsroman, die door de God/Duivel-constructie echter regelmatig als een soufflé in elkaar zakt, nog binnen de geplande trilogie zal kunnen plaatsen. In elk geval is er de brandende ambitie om op zijn oude dag de late meesterwerken van zijn tijdgenoten naar de kroon te steken.
Tien jaar jonger dan Mailer lijkt Cormac McCarthy voor de miniatuur i.p.v. het breed geschilderde canvas te kiezen. Zijn tiende roman, The road (vert. De weg) omvat (zoals gezet in de vertaling) amper 160 bladzijden, maar spreekt boekdelen. Dit verschrikkelijk mooie pareltje werd onlangs terecht met de Pulitzer Prize bekroond en staat een gouden toekomst te wachten als ‘boek van de maand’ van Oprah Winfrey. Het is een atypisch Winfrey-boek, wat maakt dat het alle media-aandacht verdient. De kluizenaar McCarthy verbaasde bovendien vriend en vijand door Winfrey een televisie-interview toe te staan. McCarthy debuteerde in 1965 met The orchard keeper. Blood meridian (1985) is zijn belangrijkste bijdrage tot de Amerikaanse literatuur, gevolgd door ‘The border trilogy’die voor zijn internationale doorbraak zorgde. Het eerste deel All the pretty horses (1992) werd bekroond met de National Book Award en de National Book Critics Circle Award. Aan deze indrukwekkende lijst kunnen we De weg toevoegen, dat door zijn beperkte omvang gedoemd is een klassieker te worden in het Amerikaanse literatuuronderwijs. Als het al niet gecensureerd wordt, want het is een bijzonder donkere visie op de toekomst van Amerika die McCarthy hier projecteert: de nucleaire vernietiging. Een leeg, verbrand land staat hier centraal, waarin een zieke vader en zijn zoontje zich voortbewegen, op weg naar de oceaan en de hoop op een beter bestaan. De moeder kon deze apocalyptische wereld niet aan en verkoos de dood boven het leven. Door plichtsbesef en vaderliefde gedreven sleept de vader zichzelf en zijn zoon voort, op zoek naar een sprankeltje hoop in een door kannibaliserende ‘Mad Max’-benden geterroriseerde wereld vol lijken en verminkte mensenresten. In zijn dromen wordt de vader echter vooral getormenteerd door de herinnering aan zijn vrouw en het leven vóór de kaalslag. Hij vertrouwt niemand en moet de voortdurende drang van zijn zoontje om de schaarse mensen die ze tegenkomen te vertrouwen afblokken. De weinige vuurwapens die circuleren in het verhaal, zwijgen doorgaans, maar spelen een cruciale rol in de overleving van de ‘goeden’, waar de vader en zijn zoontje zich toe rekenen. Het boek is een overlevingstocht, een roadmovie met een winkelkarretje langs de restanten van de Amerikaanse consumptiemaatschappij. Het is het grote contrast tussen de zwartgeblakerde wereld — waar alles, tot de rivieren toe, met een laag as bedekt is — en de van alle balast ontdane poëtische taal, waaraan dit boekje zijn ‘verschrikkelijke’ pracht ontleent: “De koude, niet-aflatende kringloop van een aarde die zonder testament was gestorven. Onverzoenlijke duisternis. De blinde bijzonnen in hun baan. De verpletterende zwarte leegte van het heelal. En ergens twee opgejaagde dieren trillend als de vos in zijn schuilplaats. Geleende tijd in een geleende wereld en geleende ogen om dit alles te bewenen.” Een zwart-poëtische toekomstroman met een tragisch maar hoopvol einde.
James Salter (pseudoniem van James Horowitz) is geen veelschrijver en wordt traditioneel als een writer’s writer gezien. Dat neemt niet weg dat intussen, behalve zijn autobiografie Dwars door de dagen (1997), ook zijn laatste drie romans (Spel en tijdverdrijf (1967 – pas herdrukt in de reeks ‘Meulenhoff modern klassiek’), Aards paradijs (1975) en De klimmer (1979) in het Nederlands vertaald zijn. Gaandeweg ging Salter zich meer voor het kortverhaal interesseren. Na het met de PEN/Faulkner Award bekroonde verhalenbundel Schemering (1989), is vorig jaar zijn tweede verhalenbundel, Laatste nacht (2005) in vertaling uitgegeven. Salter weet feilloos perfectie en gratie aan elkaar te paren: met één enkele zin raakt hij de ziel. Of om het met de woorden van Richard Ford te zeggen: hij “schrijft betere Amerikaanse zinnen dan welke hedendaagse schrijver ook”. Net als een van zijn grote voorbeelden, Isaac Babel, ‘componeert’ Salter zijn romans en verhalen. De perfecte controle die hij in zijn werk toont, wordt door heel wat collega-schrijvers met bewondering en afgunst bekeken. Het grote publiek heeft Salter echter nooit weten te bereiken. Dat maakt dat hij zich maar al te zeer bewust is van de lange rij grote schrijvers die pas na hun dood helemaal doorbraken. Met de heruitgave van zijn debuutroman The hunters (1956, 1997) in de reeks ‘Penguin modern classics’ lijkt de aandacht voor zijn werk weer in een versnelling te komen. The hunters en zijn minder geslaagde opvolger The arm of flesh (1961) zijn geïnspireerd door Salters carrière bij de Amerikaanse luchtmacht en zijn ervaringen als gevechtspiloot tijdens de Koreaanse oorlog. In The hunters volgen we kapitein Cleve Connell die vastbesloten is een ‘ace’ te worden; i.e. een gevechtspiloot die vijf MiGs neerhaalt. Salter weigerde het boek te herdrukken tot het in 1997 in een herziene versie verscheen. Met recht wordt het een klassieker uit de oorlogsliteratuur genoemd. Een ander miskend pareltje is Light years (vert. Aards paradijs), over een paradijselijk gezinnetje dat na 20 jaar huwelijk dreigt uit elkaar te vallen. Nu de vertaling niet meer verkrijgbaar is, is de nieuwe ‘Penguin modern classics’-editie, met een voorwoord van Richard Ford, een aanrader. Intussen werkt Salter enthousiast aan een nieuwe roman: ook deze tachtiger denkt er voorlopig niet aan om de pen op te bergen.
Volgend jaar overschrijdt Cynthia Ozick de kaap van de tachtig. In vergelijking met James Salter is ze bij ons een illustere onbekende. De Messias van Stockholm (1987) en De sjaal (1989) werden bij Van Gennep vrij snel vertaald, maar intussen is het vijftien jaar geleden dat nog iets van haar bij ons verschenen was. De roman Erfgenamen van een glinsterende wereld (2004) is de recentste aanwinst, verassend genomineerd voor de International Booker Prize 2005. Sterk beïnvloed door Henry James en het joodse geloof, toont Ozick in haar fictie “de onjuistheid aan van de progressieve opvatting dat moderne joden een seculier leven kunnen leiden zonder hun morele kracht te verliezen. Ozick is een meester van de anti-romance, een New Yorkse Emily Dickinson wier kribbige hoofdfiguren veeleer op negatieve dan op positieve wijzen weergeven waarmee de schrijfster worstelt, onder meer hoe je een joodse auteur in de Engelse taal kan zijn.” In Erfgenamen van een glinsterende wereld volgen we Rose Meadows die als assistente van professor Mitwisser terechtkomt in de ontwortelde wereld van joodse vluchtelingen uit de jaren ‘30. De Mitwissers moesten hun Berlijnse luxeleven inruilen voor de armoedige buitenwijken van de New Yorkse Bronx, die overspoeld worden door Europese vluchtelingen. Terwijl de professor, gespecialiseerd in een kleine ketterse joodse sekte, opgaat in obscure onderzoeken voor zijn mecenas, de gefortuneerde ‘Berenjongen’, stort zijn van heimwee verteerde vrouw (in Duitsland een briljant wetenschapper) in elkaar. Gekraakt voor zijn gebrek aan plot en saaie beschrijvingen, vindt dit boek vooral genade in de ogen van schrijvers als Ali Smith en Alice Munro, die de briljante beschrijvingen van de in Europa weinig bekende Cynthia Ozick in de verf zetten.

Cormac McCarthy: De weg, De Arbeiderspers Amsterdam, 2007, 176 p., € 19,95
ISBN 978029564380 Vert. van: The road doorGuido Golüke. Distributie WPG Uitgevers
Cormac McCarthy: The road, Picador London, 2006, 241 p., £ 10,99. ISBN 9780330447553
Distributie PanMcMillan UK
Norman Mailer: Het kasteel in het woud, Crossing Border Books Amsterdam, 2007, 459 p. ,
€ 22,5 ISBN 9789049950569. Vert. van: The castle in the forest door Kitty Pouwels / Maaike Bijnsdorp. Distributie: Foreign Media Books
Norman Mailer: The castle in the forest , Little, Brown London, 2007, 477 p., € 17,50
ISBN 9780316027380 Distributie: Nilsson & Lamm BV
Cynthia Ozick: Erfgenamen van een glinsterende wereld, Houtekiet Antwerpen, 2007,
301 p., € 27,50 ISBN 9789052408941. Vert. van: Heir to the glimmering word door Rob Kuitenbrouwer
Distributie: Amstel Uitgevers
James Salter: Spel en tijdverdrijf, Meulenhoff Amsterdam, 2007, 217 p. , € 12,5
ISBN 90-290-7842-1. Vert. van: A sport and a pastime door Else Hoog. Distributie: Standaard uitgeverij
James Salter: Light years, Penguin London, 2007, 336 pages, € 16,00. ISBN 9780141188638
Distributie: Penguin Books Benelux
James Salter: The hunters, Penguin London, 2007, 233 p., € 16,00. ISBN 9780141188645
Distributie: Penguin Books Benelux

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2007

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri