Amerikaanse literatuur

Kris van Zeghbroeck: De oude krokodillen van de Amerikaanse literatuur (1) : "Zeventigplussers slikken het literaire equivalent van viagra"

door Kris van Zeghbroeck

Je houdt het niet voor mogelijk, maar ergens in de Noord-Afrikaanse Sahara is er in een kloof een beschutte plas water, door tientallen, misschien honderden kilometers zand en rots van de bewoonde wereld geïsoleerd, waar een stokoude krokodil moederziel alleen vegeteert. Een overblijfsel uit een ander klimatologisch tijdperk, niet meer in staat zich voort te planten en schier eindeloos overlevend op minimale fysieke activiteit en het weinige voedsel dat door de plas aangetrokken wordt. Maar kom niet in de buurt of het stuk chagrijn haalt uit met zijn moordende bek. Een beeld dat met enige zin voor het groteske zou kunnen worden opgehangen van de overlevende literaire Amerikaanse auteurs uit de jaren ‘20 en de vroege jaren ’30, ware het niet van hun onuitputtelijke drang om te blijven schrijven: ‘schrijven of sterven’ lijkt wel hun motto. Niet dat ze nog met zo veel zijn, de voorbije decennia zijn hun gelederen sterk uitgedund en ze hebben zich al op een of andere manier verzoend met de nakende dood. Toch blijft het een strijdvaardige groep oude krokodillen, die wel eens met een zwiepende staartslag durft uit te halen.
Na het overlijden van Saul Bellow (1915-2005) zijn Kurt Vonnegut (geb. 1922), Norman Mailer (geb. 1923) en James Salter (geb. 1925) zowat de ouderdomsdekens van de levende Amerikaanse literatuur geworden. Een iets jonger groepje volgt op enige jaren afstand: o.a. E.L. Doctorow (geb. 1931), Tom Wolfe (geb. 1931), John Updike (geb. 1932), Cormac McCarthy (geb. 1933) en Philip Roth (geb. 1933), die als jongste dan weer de literaire troonpretendent van Nobelprijswinnaar Bellow is. Allen hebben ze gemeen dat ze op een of andere manier nog literair actief zijn, wat een Brits criticus de bedenking ontlokte of sommigen misschien een literair equivalent van viagra slikten. Van Norman Mailer mag dan al een tijd niets meer vertaald zijn, hij gooit via tijdschriftartikels nog regelmatig een knuppel in het literaire of politieke hoenderhoek (in 2003 gebundeld in The spooky art en Why are we at war?). Alle anderen hebben de laatste jaren nog een boek gepubliceerd, dat intussen vertaald is in het Nederlands of waarvan de vertaling is aangekondigd.


Kurt Vonnegut
— die een onsterfelijke reputatie opbouwde met het dit jaar opnieuw bij Meulenhoff herdrukte Slachthuis vijf (1969) — had zijn afscheid van de literaire scène al in 1994 aangekondigd (“God had retired me from writing”), om kort daarna het semi-autobiografische Timequake (1997) te publiceren, waarin hij opnieuw plechtig beloofde om met schrijven te stoppen. Rond de eeuwwisseling had hij weer een (nog niet gepubliceerde) roman in de steigers met als werktitel ‘If God were alive today’, over een stand-up comedian in het hedendaagse New York. Dat leverde in 2001 de volgende uitspraak van Vonnegut op: “When writers crack up, when they really end up in the nut house, is when they can’t do it any more.” Vandaar dat niemand meer vreemd opkeek toen hij in 2005 met de memoires A man without a country (vert. Man zonder land), samengesteld door Daniel Simon, op de proppen kwam. In korte stukjes blikt de humanist Vonnegut terug op zijn verleden of becommentarieert hij het leven vanuit een bepaalde invalshoek. Van jongs af sterk beïnvloed door de opkomende socialistische arbeiderspartij, heeft hij weinig goeds te vertellen over de huidige Bush-administratie en de oorlog in Irak. Een vaak grappige dissectie van de Amerikaanse samenleving, waarbinnen Vonnegut zich (bij momenten) een ‘man zonder land’ voelt. Verlucht met zijn typische viltpenteksten en –tekeningen die hij vanaf Slachthuis vijf in een aantal van zijn literaire werken gebruikte. Een aantal van de stukjes verschenen eerder in het tijdschrift ‘In These Times’.
James Salter (pseudoniem van James Horowitz) is geen veelschrijver en wordt traditioneel als een writer’s writer gezien. Dat neemt niet weg dat intussen, behalve zijn autobiografie, ook zijn laatste drie en belangrijkste romans (uit eind jaren ’60 en jaren ’70) in het Nederlands vertaald zijn. Gaandeweg ging Salter zich meer voor het kortverhaal interesseren. Na het met de PEN/Faulkner award bekroonde verhalenbundel Schemering (1989), is nu ook zijn tweede verhalenbundel, Last night (2005 — vert. Laatste nacht) in vertaling uitgegeven. Een collectie van tien verhalen, waarvan een aantal eerder verschenen in o.m. ‘Esquire’ en ‘The New Yorker’. De scharniermomenten in schommelende relaties tussen mannen en vrouwen staan centraal in deze bundel. Zo bv. het indrukwekkende titelverhaal waarin Walter belooft zijn doodzieke vrouw Marit te assisteren bij haar zelfmoord. Ook huisvriendin Susanna zal aanwezig zijn, maar uiteindelijk loopt alles in het honderd en elkeen blijft verscheurd achter. Salter weet feilloos perfectie en gratie aan elkaar te paren: met één enkele zin raakt hij de ziel. Net als een van zijn grote voorbeelden, Isaac Babel, ‘componeert’ Salter zijn romans en verhalen. De perfecte controle die hij in zijn werk toont, wordt door heel wat collega-schrijvers met bewondering en afgunst bekeken. Het grote publiek heeft Salter echter nooit weten te bereiken. Dat maakt dat hij zich maar al te zeer bewust is van de lange rij grote schrijvers die pas na hun dood helemaal doorbraken.
Van Philip Roth wordt gezegd dat hij beter en productiever schrijft naarmate hij ouder wordt. Hij heeft deze eeuw al een vijftal romans aan zijn intussen 27-delige romanoeuvre toegevoegd. Een oeuvre trouwens dat nog tijdens zijn leven gepubliceerd wordt in The Library of America; een eerbetoon dat voor hem enkel Saul Bellow en Eudora Welty te beurt viel. In een van de zeldzame interviews die Roth nog geeft, zegt hij: “It no longer feels a great injustice that I have to die”. Dat neemt niet weg dat hij met afschuw vervuld wordt bij de gedachte aan zijn overlijden. Zijn laatste roman, Everyman (2006 — vert. Alleman), is duidelijk een poging om in het reine te komen met het thema van de dood. Een introspectieve roman, die aansluit bij een aantal periodieke, zelfbevragende romans die Roth de laatste 10 jaar schreef, zoals Sabbaths theater (1985) en Een stervend dier (2001), waarin hij zich telkens opnieuw afvraagt of hij in het aanschijn van de dood nog de kracht en het talent in zich heeft om te blijven schrijven. Een vraag die hem in het gitzwarte Alleman (vandaar de donkere cover, als een eenvoudige grafsteen) blijft achtervolgen. De titel gaat terug op een middeleeuws moraliteitstoneel­stuk, waarin een onvoorbereide zondenaar door de Dood op de hoogte gebracht wordt van zijn nakende dag des oordeels. In de steek gelaten door zijn vrienden en beroofd van zijn aardse, uiterlijke kwaliteiten, resten hem enkel nog zijn goede daden om zich t.o.v. de Schepper te verantwoorden. Bij Roth wordt Alleman een goddeloze en naamloze man die al dood en bijna begraven is wanneer we hem ontmoeten. Familie en vrienden nemen afscheid met een handvol aarde en een aantal onverteerde frustraties. Enkel de lezer is nog getuige van de balans die de dode van zijn leven opmaakt. Roth op zijn zwartst, wat schril contrasteert met bv. het dunne komische The Prague orgy (1985 — vert. De Praagse orgie), de epiloog uit de trilogie ‘Zuckerman bound’, waarin een selectie uit Zuckermans notitieboekjes verzameld werd. Dit jaar voor het eerst als paperback verschenen bij Vintage International.
Tot slot nog een kort overzicht: De vertaling van E.L. Doctorows nieuwste roman The march (2006) bij De Bezige Bij is intussen uitgesteld tot eind 2006. Doctorow koppelt de maakbare geschiedenis (een vermenging van feiten en fictie om een nieuwe werkelijkheid of lotsbestemming vorm te geven) en een uitgesproken interesse voor het morele lot van zijn personages aan elkaar. The march speelt zich af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog, van de mars op zee van het Noordelijke leger (onder bevel van generaal Sherman) doorheen de staat Georgia tot de overgave van het Zuidelijke leger en de moord op Lincoln. Ondanks het feit dat Doctorow reeds sinds jaar en dag het 19e-eeuwse realisme niet meer haalbaar acht, werd dit werk in al zijn verscheidenheid geduid als “een veelstemmige roman van haast Tolstojaanse ambitie”. De dandy Tom Wolfe, chroniqueur van de Verenigde Staten en vader van het ‘new journalism’, heeft nog in 2004 de turf Ik ben Charlotte Simmons gepubliceerd, over een hoogbegaafd, naïef en beschermd opgevoed meisje dat op een elitaire universiteit geconfronteerd wordt met op sport, seks en drank beluste studenten. Een doorwrocht maar minder overtuigend werk van de veelgeprezen auteur van Het vreugdevuur der ijdelheden (1987) en In alles een man (1998). Je kan je afvragen of de onderdompeling in een jeugdig hoofdpersonage en haar leefwereld een poging inhoudt om de eigen, ontsnapte jeugd opnieuw te vatten. Van Cormac McCarthy verscheen vorig jaar nog een nieuwe roman, die dit jaar vertaald werd onder de voor dit stuk ironische titel: Geen land voor oude mannen (De Leeswolf 2006, p. 363). Het toeval wil dat er intussen een nieuwe roman van hem, The road, is aangekondigd voor september bij Picador. En ook John Updike mogen we niet vergeten: met een nieuwe roman, een verzameling kunstkritieken en een achttal herdrukken van zijn werk in de vermaarde ‘Penguin modern classics’-reeks, krijgt hij in het oktobernummer van De Leeswolf de nodige ruimte.

E.L. Doctorow: The march, Little, Brown London, 2006, 363 p., € 19,95. ISBN 0-316-73198-6
Distributie: Van Ditmar Boekenimport
Philip Roth: The Prague orgy, Vintage International New York, 2006, 86 p., € 14,95
ISBN 0-679-74903-9. Distributie: Van Ditmar Boekenimport
Philip Roth: Alleman, De Bezige Bij Amsterdam, 2006, 207 p., € 17,50. ISBN 90-234-2002-0
Vert. van: Everyman door Ko Kooman. Distributie: WPG Uitgevers
Philip Roth: Everyman, Cape London, 2006, 182 p., € 15,65. ISBN 0-224-07869-0
Distributie: Van Ditmar Boekenimport
James Salter: Laatste nacht : verhalen, Meu­lenhoff Amsterdam, 2006, 143 p., € 16,90
ISBN 90-290-7740-9. Vert. van: Last night door Ronald Cohen. Distr.: Standaard uitg.
James Salter: Last night, Knopf New York, 2005, 132 p., € 22,00. ISBN 1-4000-4312-3
Distributie: Van Ditmar Boekenimport
Kurt Vonnegut: Slachthuis vijf, of De kinderkruistocht : een verplichte dans met de dood, Meulenhoff Amsterdam, 2006, 189 p., € 12,50 ISBN 90-290-7738-7. Vert. van: Slaughter­house-five, or The children’s crusade door Else Hoog. Distributie: Standaard uitgeverij
Kurt Vonnegut, Daniel Simon (red.): Man zonder land, Meulenhoff Amsterdam, 2006, 142 p. : ill., € 16,90. ISBN 90-290-7739-5. Vert. van: A man without a country door Ko Kooman. Distributie: Standaard uitgeverij
Kurt Vonnegut, Daniel Simon (red.): A man without a country, Bloomsbury London, 2006, 146 p., € 27,00. ISBN 0-7475-8406-0. Distributie: Penguin Books Benelux
Tom Wolfe: Ik ben Charlotte Simmons Prometheus Amsterdam, 2005, 668 p., € 24,95
ISBN 90-446-0535-6. Vert. van: I am Charlotte Simmons door Wim Scherpenisse, Gerda Baardman, Ineke Lenting. Distr.: Standaard uitg.

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2006

Gebruik de bijlages -          Organogram -          Visietekst   Vraag U hebt in bijlage zowel het nieuwe organogram als de visietekst over dit nieuwe organogram gekregen. Er wordt aan u nu gevraagd om op basis hiervan enkele kritische reflecties te maken doch ook aan te geven hoe u te werk zou gaan om dit te realiseren. Als toekomstig tijdelijk hoofd van de bibliotheek zal u immers een belangrijke rol in dit proces dienen op te nemen. Geef een overzicht van de belangrijkste processtappen die dienen te worden gezet en de aanpak die u voorstaat. Schrijf uw aanpak uit en dit op maximum 4 pagina’s. Zet de acties in de tijd uit en geef ook de rol van de belangrijkste actoren weer.  U dient hierbij rekening te houden dat op korte termijn (9 maanden) minstens één personeelslid van niveau B de organisatie zal verlaten en op iets langere termijn een tweede personeelslid van niveau B. Verder dient u rekening te houden met het feit dat beide instellingen ( BIB en CC) wel buren zijn maar op dit moment niet fysisch met elkaar verbonden zijn. Dat de BIB een grondige restyling aangaat ( binnenhuis inrichting) en toch te kampen heeft met enkele problemen, zoals dalend aantal jonge lezers en het feit dat het soms een kluisterplaats is voor jongeren (tieners) die weinig respect voor de oudere bezoekers vertonen. Wetteren is een scholengemeente. In Wetteren gaan ongeveer 6000 jongeren naar school. Tracht dit alles zoveel mogelijk te integreren in uw nota.                 De fusie van bibliotheek en CC Nova Bibliotheek en CC Nova, samen het ‘Huis van de stad’   Algemene doelstelling ‘De Nieuwe BIB en CC NOVA moeten een plaats van ontmoeting vormen voor al wie op zoek is naar informatie, en naar zelfontwikkeling. Een plek waar kennis, informatie, creativiteit en ondernemerschap elkaar ontmoeten.’ (Visietekst)   Operationele doelstellingen Loslaten van de ‘klassieke’ bibliotheek en uitbouw van een geïntegreerde werking De verscheidenheid aan doelgroepen optimaal bedienen Maatschappelijke inbedding van de werking Cultuureducatie in brede zin: levenslang leren   Het uitschrijven van het proces is de taak van een aantal beleidsmedewerkers, elk voor hun afdeling.  Eerste stap is met de partners in de fusie een overlegstructuur opzetten.   Vragen die een antwoord moeten krijgen zijn onder meer:   - Hoe zijn de kerntaken van bib en cc Nova op te nemen in een organische samenwerking? - Welke overlappingen in de werking zijn er? - Schept de geïntegreerde werking mogelijkheden voor een uitbreiding/verrijking van de diensten? - Wat zijn ruimtelijk gezien de mogelijkheden en pijnpunten? - Hoe is de ruimte optimaal te gebruiken in functie van het gestelde doel? - Wat is het effect van dit alles op het personeel op: de interne werking, de publiekswerking, de taakinvulling, beschikbaarheid, bijscholing, afvloeiingen etc.    Vervolgens is structureel overleg met alle medewerkers nodig. Om te informeren én om mee te denken vanuit de praktijk. Dit over alle hieronder behandelde vragen.   Swott-analyse van de verschillende onderdelen: sterktes, zwaktes, kansen? In een stadium waarin de grote lijnen concreet geworden zijn, is een bevraging en uitnodiging voor actieve deelname van het publiek aangewezen. Hun betrokkenheid is belangrijk voor het succes van het project. Geëngageerde gebruikers stimuleren anderen tot deelname.   1. Loslaten van de ‘klassieke’ bibliotheek en uitbouw van een geïntegreerde werking Behalve het samengaan van cc Nova en de bibliotheek, wordt ook het archief van Wetteren in de werking geïntegreerd. Archief enerzijds, levende cultuur anderzijds, ze sluiten beide op hun manier bij de bibliotheekwerking aan, maar zijn verschillend van aard.   CC Nova Een aantal CC-taken gaan soepel samen met de ‘klassieke’ werking van de bibliotheek. De lezingen en de Davidsfonds-werking bv. Andere (theater, optredens) hebben een andere dynamiek en vragen een ander kader. Voor het doelgericht implementeren van de beide werkingen moet een werkgroep opgericht worden met vertegenwoordigers uit beide organisaties en een extern expert om na te gaan: -          hoe de diensten in een nieuw kader aan te bieden -          hoe de interne werking moet worden aangepast -          hoe er uit de samenwerking een nieuw/verrijkt aanbod kan ontstaan   Aandachtspunt: de infrastructuur. CC Nova en de bibliotheek zijn niet rechtstreeks met elkaar verbonden. Het is de vraag of communicerende ruimten praktisch en financieel realiseerbaar zijn, op korte of zelfs lange termijn. Alleszins moet het principe geïmplementeerd worden: het aanbod van CC Nova en de bibliotheek zijn op een organische manier verbonden en dat moet op de verschillende locaties zichtbaar zijn. Tentoonstellingen, het scholenaanbod van cc, de ‘Wetterse gesprekken’ zijn inhoudelijk op een soepele manier in verband te brengen met de bibliotheekcollectie. Relevante werken kunnen uit de collectie worden gelicht en op het moment van het evenement ter plekke aangeboden worden.  Activiteiten kunnen behalve in een aparte zaal ook zoveel mogelijk geïntegreerd worden in de bibliotheek. Door het cultureel aanbod in de bibliotheekruimte een plaats te geven en ticketverkoop en bibliotheekassistentie aan een en dezelfde balie te realiseren is al een belangrijke stap gezet.   Verder: -          gezamenlijke themastands nav breed maatschappelijke actualiteit -          lezingen/samenkomsten organiseren vanuit beide invalshoeken bv. theatermaker, schrijver, muzikant rond 1 thema -          theater in de bib brengen en vice versa: het boek op het podium   (bv. voorstelling auteur/illustrator met filmpje, door dramaturg, vgl. illustratie en uitbeelding op een podium…)   De archiefwerking Een gedeelte is reeds consulteerbaar in de bibliotheek  en het onderbrengen van het volledig archief is een logische stap. Het creëert een duidelijke bewaarfunctie voor de ob voor wat betreft de lokale geschiedenis. Het biedt ook de mogelijkheid om een nieuwe dynamiek te creëren rond bv. de erfgoedwerking. - Een digitaal platform rond erfgoed en lokale geschiedenis  - Extra aandacht in de collectievorming voor de lokale component.   Aandachtspunt: het kenniscentrum krijgt een werking met een verschillende dynamiek en toon: het klassieke ‘papierwerk’ enerzijds, digitale media en evenementen anderzijds. Het zal moeten zorgen dat het uiteenlopende publiek dat daardoor bediend moet worden, passend bediend wordt. De werking, het publiek dat aangetrokken wordt bepalen mee de sfeer van de bibliotheek. De ruimtes moeten op de verschillende doelen afgestemd zijn, de huisstijl is dynamisch en past bij de verschillende onderdelen van de werking.   Ruimtelijk Een welkomsruimte om te zitten en informeel mensen te ontmoeten, waardoor de organische samenhang van verschillende diensten blijkt: -          kranten, tijdschriften, boeken. Kan afhankelijk van het cultureel aanbod/de actualiteit thematisch samengebracht zijn -          elementen uit bibliotheek, cc en archief zijn vertegenwoordigd: schrijversportretten, minitentoonstelling, theaterattibuut etc   Aandachtspunt: mensen komen om diverse redenen, en ieder komt met eigen verwachtingen, die niet altijd accorderen (plek van rust <-> ontmoetingsplek: praten).   2. De verscheidenheid van doelgroepen optimaal bedienen Het verzamelen van de verschillende diensten in één huis, heeft voor de bezoeker het voordeel van de duidelijkheid en de bereikbaarheid van soortgelijke en gelieerde activiteiten.   Basis: evenwichtig uitgebouwde bibliotheekcollectie die actueel en vraaggericht is. Ten tweede: aantrekkelijke presentatie die de samenwerking ondersteunt.   - doelgerichte opstelling van de materialen met voldoende zitmogelijkheid - aantrekkelijke leeshoek - aandacht voor noden van de verschillende leeftijdsgroepen   Kritisch punt: de ruimte blijft dezelfde   Drempels verlagen Enerzijds kunnen drempels verlaagd worden door de bibliotheekruimte zelf breed open te stellen, anderzijds kan de bibliotheek ook naar buiten gebracht worden. Vooral de beeldcultuur in de kj-literatuur leent zich daar goed voor.   -          citaten ivm lezen/literatuur in de straat (cf. Merelbeke) -          Werk van boekillustratoren  (cf. Ronse)   Openheid mag echter niet onbeperkt zijn. De bib is een publieke ruimte, maar sociaal verkeer moet beheersbaar zijn. De psychologische toegang tot de bib mag niet gelijk zijn aan die van de straat. Hoe die toegang beheersen om adequaat met de diversiteit van bezoekers te kunnen omgaan?   Scholieren/studenten Een studieruimte waar wifi, digitale archieven e.a. ITC beschikbaar is, waar nieuwe software beschikbaar is om uit te proberen, waar actief gewerkt kan worden.   Minderheden, kansarmen - Samenwerking integratiedienst - Volwassenen aantrekken via kinderen - integratiepunt met mogelijkheid om (taal) te leren (boeken, taalcd’s, dvd’s)   Ouderen/mensen met een beperking - mobiele leendienst - Bij de collectievorming wordt aandacht besteed aan de grootletterboeken en luisterboeken. - Het aanbod wordt tevens verruimd door interbibliothecaire wisselcollecties - software voor slechtzienden   3.       Maatschappelijke inbedding De bibliotheek heeft een rol als kennisknooppunt. Ze is de centrale spil die informatie inzake cultuur, vrije tijd, lokale geschiedenis etc. verzamelt en ontsluit. Belangrijk is dan ook als ze er een aantal praktische services aan kan koppelen, bv. ticketverkoop, abonneringen van verenigingen, basis-informatieverstrekking… Ze beschikt over digitale middelen, bv. Mediargus, om andere gemeentediensten te informeren.   Een netwerk uitbouwen van lokale en andere partners in cultuur en vrije tijd. De basis: persberichten, nieuwsitems, huis-aan-huis-flyers en socialmedia-berichten Een paar bijzondere activiteiten vormen een extra aantrekkingspool. Daarvoor inhaken op bestaande werking van verenigingen en zo een netwerk creëren waarbij voor specifieke thema’s telkens professionele bemiddelaars mee betrokken zijn.   Doel: mediatoren en tussenpersonen faciliteiten en middelen geven om mensen naar de bib te leiden. Bv. scholen: - Is er een schoolbibliotheek aanwezig? -          wat is er al aanwezig? Cf. nieuwe mogelijkheden van de nieuwe werking? -          Waar is vraag naar? -          à overleg pedagogisch medewerker met scholen   - Samenwerking met Kunstacademie : kunst (in wording) in mini-wisseltentoontellingen in de ontmoetingsruimte van de bib.   - De cultuurkaart, waarmee cultuurpunten gespaard worden bij organisaties in de stad (bij bibliotheekbezoek, theater, tentoonstelleing, optreden…). Daarmee wordt vrijetijdskrediet opgebouwd (gebruik sporthal, …) à drempelverlagend à mogelijkheid om gebruik diensten te mappen (Naar voorbeeld van de Antwerpenkaart)   - Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Expertise wordt regionaal uitgewisseld. -          Rondreizende tentoonstellingen -          Wisselcollecties en –programma’s -          Gezamenlijke activiteiten -          Gezamenlijke promotie   Digitalisering De bibliotheek als ontmoetingsplek kan ook digitaal. Bibliotheken kunnen op internet plekken creëren waar gebruikers met elkaar in contact treden: via Facebook, of een bibliotheekblog. Er kan een platform gecreëerd worden waar cc, sportclub, leesclubs e.d. ook hun plaats hebben. Interactiemogelijkheid van gebruikers is een belangrijke plus.   Betalende internet-sites en kwalitatieve digitale bronnen vrij beschikbaar stellen. Nieuwe digitale media ter beschikking stellen om als ‘digitale trekker’ te functioneren.   Het netwerkproject ‘Bibliotheekportalen’ ter beschikking stellen van gebruikers om hun zoekacties ook naar andere bibliotheken uit te breiden.   Software aanbieden waarmee de gebruikers ter plekke kunnen werken, om het actieve en creatieve karakter te onderstrepen.   Cultuureducatie in brede zin: levenslang leren Doel:     - blijvende inzetbaarheid op de arbeidsmarkt - Sociale integratie/burgerschap - persoonlijke ontwikkeling   Doelgroepen: in principe allen, met speciale aandacht voor: kinderen en jongeren, scholen en studenten, nieuwe burgers, derde leeftijd, sociaal zwakkeren.   Er is een positieve stimulans nodig om de idee van levenslang leren bij de bevolking te laten aanslaan. Er is een gemeenschappelijk, gecoördineerd en geïntegreerd beleid nodig om de lokale en Vlaamse initiatieven te bundelen.   De bibliotheekbalie kan het centrale punt zijn voor informatieverspreiding. De bestaande en komende initiatieven van verschillende participanten centraliseren op een digitaal platform. De bibliotheekcollectie thema en doelgroepgericht openstellen in functie van het levenslang leren-aanbod. Case collectievorming (15 punten)   Gebruik de bijlages: -          Bezit_Wetteren_2014 -          OBWT_aarden_van_het_werk -          OBWT_Plaatskenmerken -          Uitleningen_Wetteren_2014   Vraag Binnenkort wordt de openbare bibliotheek van Wetteren verbouwd. De bib wordt helemaal heringericht. Het gemeentebestuur wil de bibliotheek uitbouwen tot de huiskamer van de stad. Er komt meer plaats voor ontmoeting en ook jongeren krijgen een prominentere plaats in de bibliotheek. De werking van de bib krijgt een ruimere invulling, maar de beschikbare ruimte vergroot niet. De bibliotheek kampt nu al met plaatsgebrek. Sommige rekken staan overvol. De weloverwogen keuze om de ontmoetingsfunctie sterker uit te spelen, maakt dat de bib de samenstelling en de grootte van haar collectie grondig onder de loep moet nemen. De collectievorming in de openbare bibliotheek Wetteren gebeurt door 4 medewerkers, die elk verantwoordelijk zijn voor een collectieonderdeel. Zij stellen hun collectieonderdeel samen naar beste vermogen en volgens hun eigen inzicht. Het College van Burgemeester en Schepenen geeft u naar aanleiding van de geplande verbouwing en herinrichting de opdracht om een collectieplan op te stellen voor de collectie non-fictie voor volwassenen volgens de principes van het Rationeel Collectiemanagement. Schets in dit plan hoe de collectie non-fictie voor volwassenen er in de toekomst moet uitzien en hoe u dit zal realiseren. Dit collectieplan mag maximaal 2 pagina’s tellen.
Antwoordpagina   Collectieplan non-fictie Voor een collectieplan wordt om het rendement van de collectie te meten vertrokken van de uitleenfrequentie van: - de volledige collectie - de gemiddelde uitleenfrequentie van non-fictie - de uitleenfrequentie non-fictie per rubriek   De gemiddelde uitleenfrequentie van de volledige collectie: 3,4 De gemiddelde uitleenfrequentie van de non-fictie:  3, 09   Uitgaande van het principe dat de bibliotheek vraaggericht werkt, is het streven een vergelijkbare uitleen voor non-fictie te behalen. Dat principe mag echter niet zonder meer toegepast worden om een aantal redenen:   - de bibliotheek heeft een opdracht informatieverstrekking - ook sporadische vragen moeten zo goed mogelijk beantwoord worden - de collectie moet actueel zijn en adequaat uitgebouwd - non-fictie is minder aan hypes onderhevig dan fictie, wat een weerslag heeft op de uitleencijfers   Het gemiddelde uitleenfrequentie is, dat in aanmerking genomen, goed. De collectieuitbouw zoals die tot nu toe gebeurde, kan voortgezet worden.   Aandachtspunten: de informatieve collectie staat onder druk van het internet? Belangrijk is dat de bibliotheekcollectie een meerwaarde heeft, bevoorbeeld door het aanbrengen van structuur en duiding te geven bij informatie. Anderzijds kan een digitale bibliotheek uitgebouwd worden als aanvulling op de fysieke bibliotheek.   Concrete te nemen stappen:   De rubrieken met de laagste uitleenfrequenties worden gescreend op: -      toegankelijkheid (moeilijkheidsgraad) -          actualiteit -          grote/kleine informatiewaarde -          aanbod van soortgelijke werken -          maatschappelijk belang   Een combinatie van deze en andere factoren stuurt de beslissing om het boek: -          al dan niet in de collectie te houden -          in het magazijn te bewaren -          onder te brengen in een ander deel van de bibliotheek   Een kwalitatieve basiscollectie blijft in de rekken, voor de rest is er mogelijkheid van magazijnopslag of afvoeren. Minder gebruikte rubrieken die niettemin kwalitatief sterk zijn en relevant, kunnen tijdelijk in het magazijn, in de bibliotheek worden thematische opstellingen voorzien op wisselende thematafels.   Een optie is om ook op vlak van collectievorming nauw samen te werken met andere bibliotheken. Collecties kunnen wederzijds geëvalueerd worden (wat zijn de grote overlappingen?) en de aankopen afgestemd. Dit met de bedoeling delen van de collectie te laten roteren.


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri