Canadese literatuur

Ingeborg Landuyt: Québec : Canada in het Frans : Frans-Canadese literatuur

door Ingeborg Landuyt

De laatste jaren bereiken ook uit het Franstalige gedeelte van Canada tekenen van literair leven onze contreien. De oostelijke provincie Québec was een Franse kolonie voor ze in 1763 overgedragen werd aan de koning van Engeland. De relatie met het voormalige moederland is daardoor vrij complex, maar toch wordt de Franse taal er fanatiek verdedigd. Sinds 1977 kan dat iets relaxter, na het goedkeuren van de loi 101 die de Franse taal als enige officiële taal invoerde en met allerhande maatregelen beschermde. Ook de literatuur heeft meer zelfvertrouwen gekregen. De relatie van de Québécois met zijn moedertaal werd immers gekenmerkt door twijfel en onzekerheid. Door de Fransen werd hun taal veelal als een achterlijk dialect beschouwd. Hun literatuur dateert van de 20e eeuw, maar bleef tot voor kort een vrij lokaal fenomeen. In de Verenigde Staten wordt geen Frans gelezen, en het gebeurde zelden dat boeken Europa bereikten. Slechts auteurs die de grote oversteek wagen en ook in Parijs uitgegeven werden, konden uitgroeien tot gevestigde waarden.
Zo verging het Anne Hébert, die zo overduidelijk de grande dame van de Franstalige Canadese literatuur is dat een huidige generatie schrijfsters (met o.a. Yolande Villemaire) les filles d’Anne Hébert wordt genoemd. Na tien jaren van pendelen tussen Montréal en Parijs vestigde ze zich in de jaren ’60 in Parijs, om kort voor haar dood opnieuw naar Montréal terug te keren. Haar meestal op historisch materiaal gebaseerde romans vonden ook in Frankrijk veel weerklank en in 1982 kreeg ze de Prix Femina voor Les fous de Bassan. Zij schetste vaak de door de rooms-katholieke godsdienst ingeperkte samenleving in Québec aan het begin van de 20e eeuw, waarin gewelddadige excessen voorkomen.
Bij de vrij drastische secularisering van de maatschappij ontstond een fel feminisme bij haar opvolgsters, met o.a. een hermetische, moeilijk leesbare poëzie. Deze evolutie wordt ook weerspiegeld binnen het werk van Marie-Claire Blais, die oorspronkelijk donkere romans schreef over de wereld van haar kindertijd, maar in recent werk tamelijk experimenteel te werk gaat.
Dat de Canadees-Franse literatuur tegenwoordig minder genoodzaakt is voortdurend haar eigen bestaansrecht te verdedigen, blijkt uit de thematiek en de toegenomen toegankelijkheid van de jonge romanciers. De blik hoeft niet meer per se gericht op het vaderland; auteurs voelen zich meer onderdeel van de wereldliteratuur; de multiculturele samenleving komt op de voorgrond, het individuele wint het vaak van het nationale. Bovendien zijn veel van de jonge auteurs uit Montréal elders geboren, zoals de Chinees-Canadese romancière Ying Chen, de Braziliaan Sergio Kokis, de Haïtianen Dany Laferrière en Emile Ollivier en de Libanees-Canadese Abla Farhoud. Wat tot heftige discussies geleid heeft, want wanneer is een auteur dan Canadees, en wanneer niet meer?
Nancy Huston, bv., heeft een moeizame verhouding met het literaire establishment uit haar vaderland. Zij werd geboren in Canada, verhuisde als meisje naar Duitsland, studeerde in de Verenigde Staten en vestigde zich in 1973 voorgoed in Parijs. Deze kosmopolitische levensloop maakte haar perfect tweetalig. Haar romans schrijft ze afwisselend in het Frans en het Engels, afhankelijk van het onderwerp, waarna ze zelf ook voor een vertaling zorgt. Dat heeft er ook toe geleid dat ze in Québec naar geen enkele literaire prijs meer mag dingen na de bekroning van de Franstalige versie van Klaaglied voor het lege land, dat tegelijkertijd in het Engels verscheen, met de prestigieuze Prix du Gouverneur général. Huston is een geëngageerde intellectueel, en schrijft over de onderwerpen die haar na aan het hart liggen. Dat kunnen persoon lijke thema’s zijn, haar situatie als schrijfster in ballingschap, geografisch geïnspireerde of universele thema’s. Haar romans beschouwt ze als laboratoria van de moraal. Klaaglied voor het lege land kaart de situatie van de indianen in Canada aan. De poging van haar hoofdpersonage om het levenswerk van haar grootvader af te maken mondt uit in een elegie voor een man die nooit zijn idealen kon realiseren en het volk wiens lot hij zich aangetrokken had. Het teken van de engel speelt zich in Parijs af, en is een reactie op een aantal gruwelen uit de westerse wereldgeschiedenis zoals de Tweede Wereldoorlog en de rol van Frankrijk in Algerije.
Gaétan Soucy (geb. 1958), die in Montréal geboren werd, maar ook lange tijd in Japan verbleef, schetst herhaaldelijk de gevolgen van de excessen van de Amerikaanse consumptiemaatschappij. Hij brak door in 1999 met Het meisje dat te veel van lucifers hield en onlangs werd ook opvolger Music-Hall ! uit 2002 vertaald. Opnieuw wordt de Amerikaanse maatschappij aan de kaak gesteld, in een historische context. Centraal staat de romantisering van de Verenigde Staten als nieuwe migrantenstaat. Een van de illusies bij het ontstaan van het jonge Amerika was immers dat dit nieuwe vaderland een meltingpot zou worden, waaruit door de vermenging van vele nationaliteiten een nieuw archetype zou ontstaan. Bij Soucy wordt deze mythe tot in extremis doorgetrokken, en nogmaals weerspiegeld in het music-hallstuk in het centrum van het boek.
Music Hall! speelt zich af in New York aan het eind van de jaren ’20. Xavier X. Mortanse is een 17-jarige jonge migrant van Hongaarse afkomst die zich als leerjongen heeft aangesloten bij de Orde van Slopers. Deze louche organisatie ruimt afgekeurde gebouwen op en maakt zo plaats voor nieuwe projecten (van eveneens vrij corrupte ontwikkelaars) in deze snel groeiende stad. Van haar beste kant krijgen we New York niet te zien. In deze hel huist enkel ellende, waarnaar het Vrijheidsbeeld onverschillig haar rug draait. Xavier is het tegendeel van de hele verdraaide realiteit die Soucy schetst, een naïeve wereldvreemde jongeman die met een monsterachtige werkelijkheid geconfronteerd wordt. Hij wordt getreiterd en mishandeld door de slopers en andere groteske figuren die zijn pad kruisen. Bovendien herinnert hij zich totaal niets meer van waar hij vandaan komt. Zijn enige verweer is een vlucht in de fantasie. Hij heeft echter grootse idealen. Hij is een vurig aanhanger van de persoonlijke vrijheid, een overtuigd vegetariër en zou liefst eigenhandig de wereld verbeteren. Maar de omgeving die Soucy schetst, heeft niet veel goeds in petto voor een van de weinige zuivere zielen die haar bevolken. En dan is er nog het mysterie van Xaviers afkomst, waarvan de sluier tipje bij tipje opgelicht wordt…
Het multiculturele project dat ook in andere hedendaagse Canadese romans beschreven wordt, krijgt bij Soucy vanuit een historisch perspectief dus niet veel levenskansen. Hij lijkt vooral te willen bewijzen hoe verdorven of corrumpeerbaar de meeste mensen zijn. Maar dat doet hij in een barokke stijl die prachtig aansluit bij de groteske wereld die hij in scène zet.
Hoewel er dus heel wat interessante Franstalige auteurs in Canada aan het werk zijn, worstelde de Frans-Canadese literatuur tot voor kort met een identiteitsprobleem. Het ging daarbij minder om het bestaansrecht van deze literatuur op zich, als wel om het vraagstuk welke auteurs er al dan niet toe gerekend konden of mochten worden. De diverse achtergronden van de huidige Franstalige auteurs in Canada hebben echter vooral voor een verrijking gezorgd. Monique LaRue ontleedde dit probleem tot op het bot in L’arpenteur et le navigateur, en stelde de landmeter en de zeevaarder als elkaar aanvullende prototypes van de autochtone en allochtone auteurs. Ondertussen is de rest van Québec het met haar eens dat ook de migranten onmisbare nieuwe zuurstof in deze jonge literaire traditie injecteren, waardoor ze met recht tot de wereldliteratuur gerekend mag worden.

Gaétan Soucy : Music-Hall !, Querido Amsterdam, 2004, 351 p., 18,95 euro
ISBN 90-214-8015-8. Vert. van: Music-Hall ! door Han Meijer. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2004

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Alle verhalen

Hugo Claus

Dagboek van een dief

Jean Genet

De menselijke maat

Roberto Camurri

Grote verwachtingen. In Europa 1999-2019

Geert Mak

Vaderliefde

P.F. Thomése

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2019

Dromers

Bibi Dumon Tak, Charlotte Dumas (fotogr.)

Het geheime bondgenootschap

Philip Pullman

Het werkstuk, of Hoe ik verdween in de jungle

Simon Van der Geest en Karst-Janneke Rogaar (ill.)

Oef wat een geluk!

Ghislaine Roman, Tom Schamp (ill.)

Verloren woorden. Een betoverboek

Robert Macfarlane, Jackie Morris (ill.)

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri