Vakliteratuur

Albert Lemmens, Serge-Aljosja Stommels: Russian artists and the children’s books 1890-1992

door Eva Jacobs

In 2009 promoveerden Albert Lemmens en Serge Stommels aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op een proefschrift over illustratoren van prentenboeken in Rusland. Ze gaven deze studie uit in eigen beheer: Russian artists and the children’s book 1890-1992 is een prachtig boek met onnoemelijk veel illustraties (zie vorige bijdrage).
De toon is direct gezet in de inleiding: de Russische prentenboeken van de jaren twintig en dertig zijn uitermate vernieuwend en van een ongeëvenaarde kwaliteit. Toch is er geen enkele historische studie aan gewijd. Met dit proefschrift willen de onderzoekers de leemte vullen. De studie brengt het leven en werk in kaart van Russische illustratoren tussen 1890 en 1992 en plaatst het in zijn historische context. Het is geen vergelijkende studie, maar een grondig basiswerk dat als vertrekpunt dient voor verder onderzoek. Het is geschreven in het Engels, maar je vindt een samenvatting achteraan het boek in het Frans, Nederlands, Duits en Russisch.
Russian artists and the children’s book 1890-1992 is opgesplitst in twee delen. Het eerste deel biedt een chronologisch overzicht van Russische prentenboeken. In het inleidende hoofdstuk wordt er kort ingegaan op de artistieke en sociale situatie in Rusland voor 1890 en wordt het prentenboek in Europa onder de loep genomen. In het bijzonder de invloed van de art nouveau en van illustratoren uit het Victoriaanse Engeland komt aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan  druktechnieken die in illustraties gebruikelijk waren, zoals de gravure, de ets en de lithografie. Ook de rol van uitgeverijen wordt besproken. Het volgende hoofdstuk handelt over het prentenboek in het negentiende-eeuwse Rusland en beschrijft vervolgens de invloed van de artistieke beweging Wereld van de Kunst (Mir Iskusstva) op Russische kinderboekenillustratoren vanaf de eeuwwisseling.
Vanaf het derde hoofdstuk volgen we het prentenboek tijdens de verschillende periodes van de Sovjet-Unie: de periode na de Oktoberrevolutie (1917-1934) met de invloed van de avant-garde en de Leningradse school. De stalinistische periode (1934-1953) met het socialistisch-realisme, onderverdeeld in een periode voor en na de Tweede Wereldoorlog. De periode van de dooi onder Chroesjtsjov, het ontstaan van het onofficiële artistieke circuit onder Brezjnev en de perestrojka onder Gorbatsjov (1953 - 1991). Een primeur is het hoofdstuk over de kinderboekenillustraties van Russische emigrés. Nooit eerder verscheen er een publicatie over dit onderwerp. Berlijn en Parijs, waar na 1917 talrijke Russische vluchtelingen strandden, komen uitgebreid aan bod. Ook de rol van Russische illustratoren in New York en de Chinese stad Harbin wordt vernoemd, zij het heel summier. De onderzoekers geven aan dat de geëmigreerde illustratoren nog onvoldoende bestudeerd zijn en er bijgevolg te weinig geweten is over hun concrete invloed op westerse illustratoren.
De boeiendste fragmenten zijn degene waarbij de focus niet louter op de illustratoren ligt. Zo wordt er in het hoofdstuk over de Stalinperiode noodgedwongen veel aandacht besteed aan de historische achtergrond. Het is immers onmogelijk om de prentenboeken los van de toenmalige politiek te zien. Het hoofdstuk over de Russische illustratoren in het buitenland is op contextueel vlak het magerst. De auteurs verliezen zich in opsommingen van namen van illustratoren, de kunstacademies waar ze studeerden en de professoren die aan hen lesgaven. De oorzaak hiervan ligt natuurlijk aan het feit dat deze gegevens voor de eerste keer verzameld werden. Feiten en namen zijn uitermate belangrijk om verdere studie op te baseren. Al bij al stoort het niet zo erg: met de namen komen de beelden en dat maakt de soms lange opsommingen niet inhoudloos.
In het tweede deel van het proefschrift worden het leven en werk toegelicht van zeventien Russische artiesten. Hun kinderboekenillustraties worden onder de loep genomen en de plaats ervan binnen hun artistieke werk wordt besproken. Stommels en Lemmens selecteerden de illustratoren op basis van hun verdienste als kunstenaar, hun vertegenwoordiging van een belangrijke artistieke tendens en hun impact als illustrator van kinderboeken. De onderzoekers kozen voor een gelijkmatige vertegenwoordiging van artiesten uit de verschillende historische periodes.
De studie is geschreven in een niet-academische taal, verhalend bovendien, steeds in korte teksten met hoofding. Historische feiten en informatie die uitgebreid werden beschreven in één hoofdstuk, worden kort herhaald in een andere context. Zo kan de lezer zonder veel moeite inpikken waar hij wil. Ook de inhoud van de belangrijkste prentenboeken komt aan bod, zodat je de illustraties kan plaatsen.
Er zijn ook bedenkingen. In de inleiding is niet duidelijk wat de onderzoekers nu precies verstaan onder ‘Russische’ artiesten. Regelmatig wordt immers gesproken over Oekraïense of Wit-Russische illustratoren en dat is verwarrend. De samenvatting achteraan het boek schept wel duidelijkheid: ‘In dit boek zijn […] alleen kunstenaars afkomstig uit of opgeleid in de Russische republiek opgenomen. Omdat […] Sint-Petersburg en Moskou cruciaal waren in de productie van het geïllustreerde kinderboek, besloten we ons overzicht van kunstenaars en hun illustraties te richten op de uitgaven uit deze beide steden en niet verder in te gaan op geïllustreerde kinderboeken gedrukt in andere steden of republieken.’ Het hoofdstuk over Russische emigranten vormt hierop natuurlijk een uitzondering. Het boek had ook een laatste redactie kunnen gebruiken. Het bulkt van de slordigheidsfouten. Typfouten, Engelse taalfouten, woorden die dubbel staan in een zin, zelfs zinnen die halverwege afgebroken worden. Gelukkig staan ze de leesbaarheid niet in de weg.
Bij het boek hoort een cd die een goudmijn aan illustraties en informatie bevat. Zo’n honderdvijftig artiesten werden opgenomen, met een beknopte biografie en covers van de door hen geïllustreerde prentenboeken. Als je klikt op de foto van een boekcover, krijg je daaronder de prenten binnenin het boek te zien. Voor je ogen ontvouwt zich een virtueel museum, waar je uren door kan dwalen.
Zonder enige twijfel verdient deze studie een plaats op de boekenplank van kinderboeken- en kunstliefhebbers en van elke openbare bibliotheek. Het zal zowel lezers aanspreken die het onderwerp volledig willen uitspitten als lezers die vooral willen proeven van de illustraties. De studie biedt een perfect kader om dieper in te gaan op Russische prentenboeken, maar is ook een aanvulling op een tot nu toe weinig belicht aspect van vele Russische kunstenaars.

LS Nijmegen, 2009, 512 p. : ill., € 135. ISBN 9789079393053

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2009


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri