Vakliteratuur

Janet Maybin, Nicola J. Watson: Children’s literature : approaches and territories

door Vanessa Joosen

De studie van de jeugdliteratuur is een boeiend veld dat de laatste veertig jaar sterk in ontwikkeling is. Bovendien bestaat er voor dit genre een interesse van een ruim publiek, dat niet altijd vertrouwd is met recente methodes en tendensen uit de pedagogie of literatuurwetenschap. Die twee redenen verklaren waarom er de laatste jaren zoveel inleidende werken over jeugdliteratuur verschijnen: Het verschijnsel jeugdliteratuur van Rita Ghesquière is in het Nederlands taalgebied ettelijke keren herdrukt en herwerkt, en verscheen vorig jaar in een nieuwe uitgave onder de titel Jeugdliteratuur in perspectief. Daarnaast is er Leesbeesten en boekenfeesten van Jan Van Coillie, dat een brede en toegankelijke inleiding tot het genre biedt, en Uitgelezen jeugdliteratuur van Katrien Vloeberghs en mezelf, waarin enkele toonaangevende subgenres aan de hand van representatieve voorbeelden uitgespit worden.
In het Engelse taalgebied is de keuze nog veel groter, en elk jaar opnieuw verschijnen er nieuwe inleidende werken: Aesthetic Approaches to Children’s Literature van Maria Nikolajeva bijvoorbeeld, of Modern Children’s Literature van Kimberley Reynolds en Understanding Children’s Literature van Peter Hunt. Children’s Literature: Approaches and territories van Janet Maybin en Nicola J. Watson werd gepubliceerd door de Britse Open University, die nu ook cursussen jeugdliteratuur op Bachelorniveau aanbiedt (lange afstandsonderwijs). Het boek is bedoeld als algemeen inleidend werk voor mensen die nog niet zoveel afweten van jeugdliteratuur. Er staan dus weinig verrassende onderzoeksresultaten of nieuwe ideeën in, maar wat er over jeugdliteratuur voorhanden is aan theorie en beschouwing wordt op een bevattelijke en heldere manier uitgelegd. Verschillende hoofdstukken werden al eerder gepubliceerd, maar zijn hier in verkorte vorm weergegeven. Het boek bestaat uit zes grote delen, en alle hoofdstukken zijn geschreven door grote namen: van eminente grondleggers van de studie van de jeugdliteratuur als Peter Hunt, Nicholas Tucker en Jack Zipes tot toonaangevende hedendaagse wetenschappers zoals Lissa Paul, David Rudd, Kimberley Reynolds en Matthew Grenby. De rode draad in het betoog is de relevantie van jeugdliteratuur als studieobject. Zoals Hunt schrijft: ‘dealing with children’s literature involves responsibility, because what at first sight seem like trivial or ephemeral texts are in fact immensely powerful. They have been read by millions of people at the period in their lives when they are most susceptible to new ideas’. Interessant is dat ook wetenschappers van buiten het veld een bijdrage leveren — Linda Hutcheon is daarbij de opvallendste naam. Het gros van de auteurs komt uit het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en Australië, en het aandeel Engelstalige jeugdliteratuur is in het hele boek dan ook zeer groot. Het is wat misleidend dat de Britse focus nergens in de titel of flaptekst vermeld wordt. Ter illustratie: Astrid Lindgren wordt maar één keer vermeld, de Britse nonsensdichter Edward Lear krijgt maar liefst elf paginavermeldingen.
Leveren al deze eminente namen dan ook kwaliteit? Voor het grootste deel wel: de specialisten schrijven telkens over hun eigen deelgebied en zijn over het algemeen in staat om een heldere inleiding te geven tot de belangrijkste concepten, vraagstellingen en tendenzen. De korte bibliografie na elk hoofdstuk geeft meteen een aanzet voor wie zelf met het onderwerp aan de slag wil. Het boek als geheel is echter niet in evenwicht. Er zijn zes delen, die telkens bestaan uit een inleiding en enkele hoofdstukken. Deel één, ‘Purposes and histories’, behandelt het ontstaan en de ontwikkeling van de jeugdliteratuur in het Engelse taalgebied. Hier treedt echter al meteen een onevenwicht op in het perspectief. Zo zijn de hoofdstukken van Matthew Grenby, Humphrey Carpenter en Peter Hunt vrijwel uitsluitend afgestemd op de Britse context — je moet haast met een vergrootglas gaan speuren naar voorbeelden uit andere landen. Op zich vind ik die focus geen probleem, maar dan verschuift het perspectief plots, en spitst Lissa Paul zich toe op de Canadese context voor haar deel over ‘multicultural agendas’. Ook is er een stijlbreuk van een beschrijvend, historiserend discours naar een persoonlijk en kritisch verhaal over ‘feel-good’ en ‘boutique multiculturalism’. Inspirerend, dat wel, maar het lijkt in dit boek niet helemaal op zijn plaats — of ontstaat de breuk doordat de andere hoofdstukken toch al te zeer op de Britse context gericht zijn? Voor een algemeen inleidend werk was een breder perspectief toch wenselijk geweest, en hadden er naast multiculturalisme ook andere perspectieven belicht kunnen worden.
Ook in de rest van het boek is er een onevenwicht tussen de manier waarop bepaalde onderwerpen voorrang krijgen; — ik vraag me af of dat met het specifieke vakkenaanbod van de Open University te maken kan hebben. Er is een onderdeel over ‘Publishing, Prizes and Popularity’ waaronder vrij diverse onderwerpen gerangschikt worden, zowel historisch als hedendaags, algemeen en specifiek. Zo is er een stuk van Edward Salmon over leesgedrag van jongens en meisjes volgens een enquête uit 1884. Poëzie is vaak een ondergeschoven kindje, maar niet in dit boek: hier krijgt het een volledig eigen deel met vier bijdragen (weliswaar twee door dezelfde auteur, Morag Styles, die ook weer vrijwel volledig binnen de Britse context blijft). Het prentenboek krijgt ook een eigen hoofdstuk. Een ander deel gaat over ‘Story-telling, stage and screen’ en behandelt onder andere theaterbewerkingen en vertellingen. Sommige onderwerpen hadden ook gepast in het laatste deel rond ‘contemporary transformations’, waarin internationale uitwisseling wel aan bod komt. Genres die onderbelicht blijven, zijn onder andere de adolescentenroman (met slechts één bijdrage over cross-over boeken), fantasy (komt sporadisch voor, maar wordt niet als genre behandeld), historische romans en avonturenverhalen.
Voor wie op zoek is naar informatie over een bepaald onderwerp, heeft deze Children’s Literature wel wat te bieden. Vooral de algemene hoofdstukken zijn helder geschreven en bieden stof tot nadenken — de ideeën reiken verder dan de besproken boeken. Maar voor een degelijke, algemene inleiding tot de studie van de jeugdliteratuur bevat dit boek teveel lacunes, zeker als je buiten het Engelse taalgebied wil werken.

Palgrave MacMillan Basingstoke, 2009, 395 p., [16] p.pl., € 25. ISBN 9780230227132

Oorspronkelijk verschen in De Leeswelp 2009


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri