Vakliteratuur

Lucy Rollin, Mark I. West: Psychoanalytic responses to children's literature

door Jan Van Coillie

‘Like psychoanalysis, literature opens a window onto human life that enriches readers beyond what they might conceive of by themselves. This is why we read and why we encourage our children to read.’ Dit citaat uit de inleiding van Psychoanalytic Responses to Children’s Literature zet meteen de toon. Psychoanalyse is voor Rollin en West een uiterst geschikte methode om (kinder)literatuur te analyseren omdat ze, net als literatuur, inzicht biedt in het leven en in onszelf. Verder noemen ze de psychoanalyse, net als literaire kritiek, een ‘interpretive strategy’. Hun interpretaties zijn vooral gebaseerd op de inzichten van Sigmund Freud, die op de omslag afgebeeld is onder een van de meest besproken personages uit de jeugdliteratuur: Pinoccio. Waar relevant, verwerken de auteurs ook ideeën van andere psychoanalytici  zoals Alice Miller, D.W. Winnicott en Jacques Lacan.
Ongetwijfeld een sterk punt van dit boek is dat de auteurs de theorieën verwerken op een begrijpelijke manier, waarbij ze begrippen uit de psychoanalyse als regressie, narcisme of het ‘unheimliche’ helder uitleggen. Het is in die zin des te opvallender dat ze dat met de meest centrale begrippen — id, ego en superego — niet doen. Blijkbaar beschouwen ze die als algemeen bekend. Ook de beperkte omvang van de hoofdstukken bevordert de leesbaarheid, al missen sommige stukken hierdoor wel diepgang. Zoals in de meeste psychoanalytische studies ontbreekt grotendeels de aandacht voor de (sociale) context. Zo is Pinoccio’s veranderende houding tegenover school beslist niet enkel te verklaren vanuit de overgang van het ‘pleasure principle’ naar het ‘reality principle’, maar ook vanuit het toenemend belang van de school op het einde van de negentiende eeuw. De psychoanalytische methode kan ook niet verklaren waarom een boek als Charlotte’s Web van E.B. White in Amerika zoveel populairder is dan bij ons.
Een belangrijker bezwaar voor veel lezers zal echter de wetenschappelijkheid van de interpretaties zijn. De verklaringen vanuit het onderbewuste zijn immers moeilijk te bewijzen, het blijft zo dat je erin moet ‘geloven’. Wie de analyses in dit boek beschouwt als mogelijke interpretaties die de lezer ook confronteren met zichzelf, kan echter uit dit boek toch boeiende inzichten halen.
Dit boek verscheen voor het eerst in 1999. De twee Amerikaanse onderzoekers bundelden er zestien artikels in die ze gepubliceerd hadden in tijdschriften als Children’s Literature in Education en Children’s Literature Association Quarterly. In een eerste reeks brengen ze psycholanalytische analyses van bekende personages als James uit De reuzenperzik, Micky Mouse, Pad uit De wind in de wilgen, Pinoccio, en Tom en Edward uit De prins en de arme jongen. In een tweede reeks concentreren ze zich op verschillende toepassingen binnen de studie van kinderliteratuur zoals onderzoek naar de jonge lezer, illustraties en het culturele milieu waarin de boeken zijn ingebed. Het boek rond af met een bibliografie, die jammer genoeg niet geactualiseerd is. In deze bespreking focus ik op enkele artikels die hun aanpak het sterkst illustreren.
In het artikel over James uit De reuzenperzik van Roald Dahl probeert Mark I. West de blijvende aantrekkingskracht van dit boek te verklaren vanuit de begrippen ‘regressie’ en ‘fragmentatie van het zelf’. Zoals veel kinderen duikt James in een regressieve fantasie wanneer hij geconfronteerd wordt met problemen en angsten die zijn ego bedreigen. Hij ontdekt een tunnel die hem naar het binnenste van de reuzenperzik voert, vanuit Freudiaanse inzichten een verzonnen terugkeer naar de moederschoot. Daar ontmoet hij bijzondere insecten, die West — in het spoor van Melanie Klein — beschouwt als afsplitsingen van James’ psyche. Uiteindelijk komt James als herboren uit het avontuur, waarbij hij meer controle heeft over zijn leven. Precies deze kans om met James angsten te overwinnen door een tijdelijke regressie, verklaart volgens West het succes van het boek. Deze interpretatie van de kern van het boek verbindt West verder met een Freudiaanse analyse van symbolen, waarbij hij zich vaker op glad ijs begeeft. Zo beschouwt hij de duizendpoot en de aardworm als projecties van James’ id en als concurrerende fallische symbolen. De val van de reuzenperzik met James erin op de Empire State Building ziet West als een symbolische voorstelling van geslachtsverkeer. Daarbij verwoordt hij zijn uitspraken soms wel erg zelfverzekerd, met uitdrukkingen als ‘such is clearly the case …’
Lucy Rollins stuk over Micky Mouse is een interessante analyse van de veranderingen die Micky onderging in de loop der jaren, waarbij Disney het unheimliche van de oorspronkelijke figuur wegmoffelde onder een steeds kinderlijker uiterlijk. Daarmee was de held niet langer een veruiterlijking van de primitieve driften in de mens, die volgens de psychoanalyse bij kinderen sterker aanwezig zijn. Later nam Maurice Sendak dit unheimliche over in zijn prentenboeken, waaraan  Rollin een apart artikel wijdt. Voor de onderzoekster heeft geen andere auteur zo direct en volledig het freudiaanse kind weergegeven, dit wil zeggen ongecontroleerd, wild en begerig. Precies daarom riepen zijn boeken volgens Rollin zoveel negatieve reacties bij volwassenen op. Rollin onderbouwt haar stelling met een gedetailleerde analyse van zowel tekst als illustraties.
In het tweede deel van het boek is me vooral Wests studie van het groteske en het taboe in de humoristische verhalen van Roald Dahl bijgebleven. Met behulp van de studie over humor bij kinderen van McGhee verklaart hij de verschillende reacties van kinderen en volwassenen op Dahls humor. De overdreven walgelijke gewoontes van de slechteriken in Dahls boeken geven volgens West kinderen de kans om de volwassen onderdrukking van zich af te lachen. Ook het artikel over illustraties in verzamelingen van bakerrijmen gaat dieper in op het verontrustende van veel kinderliteratuur voor volwassenen en biedt aldus interessante inzichten voor de studie van de hedendaagse grensverleggende of vervreemdende kinderboeken.
Aan het eind van hun inleiding nodigen de auteurs de lezers uit om te ‘flirten’ met hun analyses. Het lijkt me een passende instelling om dit boek te benaderen: ‘We invite you to flirt with psycholanalytic ideas in children’s literature. We take them seriously, but, we hope, not too seriously. We hope you will be inspired to find a story of your own that you didn’t bargain for.’

MacFarland Jefferson, 2008, XI, 178 p, € 24,57. ISBN 9780786437641. Distributie: Eurospan UK

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2008


deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri