Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Anne Tyler: De blauwe draad

door Jen de Groeve

Op een avond gaat bij Red en Abby Whitshank de telefoon. Het is hun zoon Denny, die hen meedeelt dat hij homoseksueel is. Er volgt een bladzijdenlang over en weer tussen Red en Abby, die ongelukkig is met de manier waarop Red op die mededeling  heeft gereageerd -- ‘Wat krijgen we nou Denny?’ Een maand later belt Denny opnieuw en heeft hij het over zijn vriendin. Hoe zit dat nu? Abby en Red komen het nooit te weten, het moment waarop ze hem er kunnen naar vragen dient zich gewoon niet aan. Dit is zo een van die dingen in het leven, die de alledaagsheid eventjes verstoren, maar er uiteindelijk niet toe doen. In het hele eerste deel van De blauwe draad gaat het, grotendeels in dialogen, over het wel en wee van de familie Whitshank. Het is een wat chaotisch, associatief samengebracht relaas. Dit is nu eenmaal de manier waarop gesprekken verlopen en herinneringen werken. ‘Ik kan pas weg als de hond dood is’ is de titel van het eerste deel, en die slaat op de manier waarop Abby in de wereld staat. Haar doelen in het beroepsleven als maatschappelijk werkster, streeft ze ook in het privéleven na. Abby is altijd en overal zorgend en bemoeiend aanwezig. Man en kinderen lopen enigszins gebogen onder haar niet aflatende aandacht. Als ze ouder wordt, krijgt Abby regelmatig kleine black-outs en plotseling is ze dood. Daarmee eindigt deel één en valt de blik vervolgens op het familieverleden. In het tweede deel krijg je een portret van de jonge Abby en deel drie doet het verhaal van Reds ouders, Junior en Linnie Mae.
Het verhaal samenvatten zou wel eens de indruk kunnen geven dat dit boek over de doodgewone levens van alledaagse mensen niets bijzonders is. Het familieleven,meer bepaald het gemodder van doodgewone mensen onder een schijnbaar rimpelloze oppervlakte is al twintig romans lang Anne Tylers onderwerp. Ze schrijft erover in soepel lezende romans met een licht melancholische toets, die niet bijzonder zijn van opzet of stijl. Wel bijzonder is de manier waarop Tyler haar lezers rustig laat opgaan in de doordeweekse familiezaken terwijl zij intussen de onderlinge relaties ontrafelt en de mythes ontmaskert die de personages zich voorhouden. Ze doet dat zachtzinnig en steeds met een lachje, maar de lezer wordt zich wel met een schok bewust dat hij zich in slaap heeft laten sussen. En dat hij zich vergist heeft in de karakters, die toch nooit helemaal zijn zoals ze zich presenteren. Dat maakt dat ook de twintigste roman van Anne Tyler nog steeds boeit. Het procedé is intussen welbekend, maar wordt met finesse gehanteerd. Goed voor de Booker Prize Shortlist 2015.

Amsterdam : Prometheus, 2015, 348 p. Oorspr. titel: A spool of blue thread. ISBN 9789044628067 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri