Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Gerrit Komrij: Brieven uit Alvites

door Jooris Van Hulle

In 1984 vertrok Gerrit Komrij samen met zijn partner Charles Hofman naar Portugal. De toen 40-jarige schrijver keerde Nederland de rug toe, ‘er is haast niets meer dat me niet tegen de borst stuit. Kaf is alles, droesem, en wee de botheid van de berusting.’ Zijn nieuwe woonst in het Palacio dos Botelhos in Alvites is een droom voor hem, ‘ons huis ligt als een witte fluwelen doos in de handpalm van het paradijs’, ‘hier heerste rust. Ik verlang naar niets anders dan dat ze me hier, vergeten en tot stof, as en niets gereduceerd, achterlaten. Hier wil ik begraven worden.’ Uit deze excerpten, door samensteller Mark Schaevers onder meer geplukt uit de columns die Komrij publiceerde in NRC-Handelsblad, blijkt dat de auteur daar in de bergen van Tras-os-Montes het verloren gegane Arcadië van zijn jeugd had teruggevonden. Komrij en Hofman leren er de eenvoudige geneugten kennen van een leven dat nog niet in de greep van de welvaartsstaat gevangen zit. Magnetron en koelkast worden argwanend bekeken, ‘voor het echte menseneten daalde men nog altijd terug naar de kelders af, waar het behalve koel ook geurig was. Hier hingen de worsten, daar lagen de hammen, ginds rijpten de schapenkazen, elk in hun eigen wolken van neusvleugelweelde.’ Meer dan eens laat Komrij zich ook verleiden tot filosofische overpeinzingen. Zo maken de Tansmontaanse winters echt indruk op hem, ‘zomers werken nivellerend. Hitte leidt tot identiteitsverlies. […] De winter streeft niet naar verbroedering en onthulling, maar naar verbijzondering en fixatie.’ Even goed wordt hij geraakt door de eigen opvattingen van de bewoners. Als hij samen met zijn partner patrijs gaat eten bij de buren, zegt de oudste zoon dat die alleen goed smaakt als de kokkin pijn in haar rug heeft, ‘dan heeft ze lang over het vuur moeten bukken en dan zijn er een paar tranen in de patrijsschotel gevallen. Zonder tranen geen goede saus.’ Aan die toestand, waarin alles perfect lijkt, komt een eind wanneer de beheerders van de nalatenschap van Palacio dos Botelhos zich tegen Komrij en Hofman keren. Het conflict dat eruit voortvloeit, maakt dat zij zich, na vier heerlijke jaren, genoodzaakt zien andere oorden op te zoeken, meer precies Vila Pouca da Beira, waar Komrij ook begraven ligt. In samenhang met de roman Over de bergen (1990), waarin Komrij een aantal details uit zijn Alvites-jaren verwerkte, biedt de keuze die Schaevers maakte uit de eerder gepubliceerde stukjes die stilistisch zonder uitzondering tot literaire pareltjes uitgroeien, een indringend en aangenaam lezend portret van een schrijver in zijn omgeving.

Amsterdam : De Bezige Bij, 2015,125 p. ISBN 9789023493891

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri