Letterkunde

BOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Martin De Haan: Aan de rand van de wereld : Michel Houellebecq

door Jan Baes

Martin De Haan, essayist, literair criticus, vaste vertaler van Milan Kundera en nu ook van Houellebecq, is ongetwijfeld een van de interessantste pleitbezorgers van deze fel omstreden auteur. Uit deze verzameling artikelen, interviews, commentaren en reflecties blijkt dat hij geen blind bewonderaar is, hij gaat de zwakkere kanten van diens schrijverschap niet uit de weg, ook niet nadat hij meer contact kreeg met Houellebecq en er sprake is van vriendschappelijke relatie.
Naast openhartige interviews, intelligente besprekingen van zijn voornaamste romans met verwijzingen naar uitspraken uit eerder (essayistisch) werk, komt ook de poëzie aan bod, tezamen met het optreden van Houellebecq als performer, onder meer met rockzanger Jean-Louis Aubert. Er zijn items over de Duitse film Elementarteilchen (2006), een leuk intermezzo over het gebruik van de kommapunt en een beschouwing over de specifieke vertaalproblemen bij deze auteur. Ook zijn mysterieuze verdwijning in 2011 komt aan bod, waardoor een promotietoer naar Nederland en België niet kon doorgaan, en er zijn korte bijdragen over Houellebecq als fotograaf, regisseur en als acteur. In een eerste gesprek gaat het over de controverses rond de persoon en de suggestie valt om ook eens een boek onder pseudoniem uit te geven. Dat wordt door de interviewer weggewimpeld met het argument dat Houellebecq veel te herkenbaar schrijft. Deze repliceert echter: ‘Ik weet niet of ik wel zo herkenbaar ben. Ik heb geen vaste stijl, ik wil alles kunnen schrijven. Eigenlijk weet ik niet eens zeker of ik wel een persoonlijkheid heb.’ Een antwoord dat tot nadenken stemt voor iemand die de reputatie koestert altijd een ambigue houding aan te nemen.
Zoals gezegd ziet De Haan ook de mankementen bij Houellebecq. De onzuiverheid bijvoorbeeld als de meest kenmerkende eigenschap van diens romans, de al te vage grenzen tussen ernst en ironie of overdrijving, de tegensprekelijkheid van de ideeën, de schrijfstijl die allesbehalve constant is en de opbouw die vanuit realistisch oogpunt nogal wiebelt. Omdat een en ander ook geldt voor andere schrijvers, Proust niet uitgesloten, moet de waardering van Houellebecqs schrijverschap elders worden gezocht. Zo herkent De Haan in die kenmerkende onzuiverheid juist de authenticiteit van de schrijver. En Houellebecq stelt zelf in zijn essay De koude revolutie: ‘Persoonlijk zie ik maar één weg, namelijk om compromisloos de tegenstrijdigheden te blijven verwoorden waardoor ik word verscheurd’. Voor De Haan een credo dat haast niet oprechter en menselijker denkbaar is.
Hoe verhouden al die beschouwingen zich nu tot Mourir, voor het eerst gepubliceerd in 2005 en nu vertaald als Doodgaan. Begonnen als een dagboek (geschreven tussen 26 februari en 24 augustus 2005) kort nadat hij het manuscript van Mogelijkheid van een eiland (‘mijn meesterwerk’) had voltooid, noteert hij meteen dat hij zijn hele leven alleen maar haat en onverschilligheid, en nooit liefde en genot heeft gekend. Daarop volgt een diatribe tegen zijn ouders, in de eerste plaats de moeder die van hem tot zijn dood ‘een verwaarloosd klein kind, krijsend van angst en hunkerend naar aanrakingen’ heeft gemaakt. De vader, wiens ‘paradoxale humor’ hij zou hebben geërfd, komt er iets beter af, maar beiden zijn in en door hun intellectuele superioriteit verantwoordelijk voor ‘de abnormale gevoeligheid, de onbeheersbare emotionaliteit en pathetische kwetsbaarheid’ van hun zoon. Gelukkig hadden ze oog voor zijn bijzondere intelligentie en kon hij dankzij die kwaliteit uitgroeien tot de ‘meest getalenteerde schrijver van zijn generatie’. Maar zijn moeder zit hem duidelijk het hoogst en zo vertelt hij dat de uiteindelijke breuk met haar in feite te wijten was aan zijn ‘extreem pro-Amerikaanse’ tienjarige zoon, die in een dispuut over al of niet deelname aan de Golfoorlog, zijn grootmoeder bijna de baas was. Intelligentie is erfelijk.
De tekst eindigt met enkele beschouwingen over een biografie geschreven door een journalist Demonpion geheten (soms vermeld als Demorpion - de platluis), die tegen zijn zin was verschenen en waarvan hij al degenen die met de man hadden gepraat op een zwarte lijst had gezet. ‘Al mijn vrienden hebben me verraden, bijna allemaal. […] Geen enkele geliefde heeft me verraden, echt geen enkele’. Niet dat er zo veel waren, van beiden, meldt hij overigens getrouw.
Een alles bij elkaar venijnig stukje tekst, niet gespeend van zelfmedelijden, dat door de slachtofferrol die gretig wordt opgenomen, weinig ruimte laat voor ironie en al zeker niet aan enig begrip of relativering. Houellebecq blijft een fenomeen waar men ook vanuit zijn standpunt voor of tegen moet zijn.

Amsterdam : De Arbeiderspers, 2015, 143 p., [8] p. pl. : ill. Bevat: Doodgaan / Michel Houellebecq. ISBN 9789029538527

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri