Beschouwingen

Kirstin Van Lierde: Geworteld zijn en groeien : ecofeminisme in young adult-literatuur

door Kirstin Vanlierde

Je kunt zien waar een samenleving mee in de knoop zit als je haar toekomstverhalen leest. Een roman die zich in de toekomst afspeelt, biedt een auteur immers een podium dat ver verwijderd is van de huidige toestand van de wereld en waarbij teruggeblikt kan worden op alle fouten en, minstens zo belangrijk, gekeken kan worden naar de manier waarop mensen in de toekomst moeten leven met de gevolgen van die fouten.  
In de jaren zestig en zeventig, toen de dreiging van de Koude Oorlog tastbaar was, vormde overleven tijdens en na een atoomoorlog het thema van menig kinder- en jeugdboek. Daarna werd het even stil rond het genre, maar sinds het begin van de eenentwintigste eeuw zijn sciencefiction- en toekomstromans voor jongeren (en niet alleen voor hen) helemaal terug. De grootste bedreiging is nu geen kernoorlog meer, maar de opwarming van de aarde en de vernietiging van ons ecosysteem. In de nieuwe generatie toekomstromans staat dan ook steevast de relatie van de mens met zijn natuurlijke omgeving (waaronder vaak ook het eigen lichaam) ter discussie. In de meeste verhalen heeft zich een kantelpunt voorgedaan: een milieuramp of een gelijkaardig apocalyptisch fenomeen heeft de mensheid op de rand van de afgrond gebracht en de omgeving vernield of sterk veranderd – tot daar weinig nieuws. De veranderingen weerspiegelen zich echter ook in de sociale verhoudingen: één bevolkingsgroep wordt duidelijk als superieur beschouwd ten opzichte van de andere. En bijna altijd is het hoofdpersonage een krachtige jonge vrouw die losbreekt uit haar omgeving en die, vaak na ontberingen of grote uitdagingen, een ander beeld krijgt van zichzelf en de wereld. Die elementen zijn wél nieuw: de jongens van weleer hebben baan geruimd voor vrouwelijke protagonisten, en de sociale strijd gaat gepaard met een herwaardering van het landschap.
Over dit fenomeen is in 2013 een interessante studie verschenen van de Australische Alice Curry. In Environmental Crisis in Young Adult Fiction bekijkt ze young adult-literatuur over ecologie en sociale revolutie vanuit een ecofeministische hoek. Als beschouwende inleiding op het artikel van Alice Curry verderop in deze Leeswelp, gaan we hier alvast wat dieper in op een aantal aspecten uit haar onderzoek.
 
De ‘natuurlijke’ taak?
Ecofeminisme is een relatief recente stroming die feministisch en ecologisch gedachtegoed verenigt. Centraal staat de idee dat de maatschappelijke mentaliteit die leidt tot de overheersing en onderdrukking van vrouwen een verband heeft met het misbruik dat de mens maakt van het milieu.
Nogal wat feministen zagen deze stroming bij aanvang niet erg zitten. Het ecofeminisme probeerde immers de band tussen de vrouw en de natuur opnieuw sterker onder de aandacht te brengen, en hadden vrouwen nu juist geen eeuwen gevochten om het juk af te werpen van wat al te strikt beschouwd werd als hun ‘natuurlijke’ taak, namelijk: kinderen baren, voor het huishouden zorgen en zich ver houden van alle publieke functies?
Een tweede golf van het ecofeminisme focust dan ook eerder op de negatieve aspecten van vrouwelijke en ecologische passiviteit dan op een vermeende natuurlijke band tussen beide. Door de natuur te interpreteren als ‘vrouwelijk’ (en niet de vrouw als natuurlijk) komt een sterke parallel bloot te liggen. Het is inderdaad zo dat de meeste dingen die op politiek, sociaal en ecologisch vlak op onze planeet gebeuren, beslist worden vanuit het neoliberale standpunt van de kapitalistische blanke man (of op zijn minst vanuit een zienswijze die die signatuur draagt). De kwetsbare partijen zijn ‘vrouwelijk’: inheemse volkeren, vrouwen, kinderen en het ecosysteem. In die zin slaat het ecofeminisme hard op een spijker.
Het ecofeminisme wil zich daarnaast ook onderscheiden van wat omschreven wordt als deep ecology, de milieubeweging die het antropocentrisme van onze huidige samenleving bekritiseert en ijvert voor een beter samenleven met het ecosysteem. Eerder dan de mens in zijn geheel als het probleem te zien, focust het ecofeminisme op het androcentrisme: de al te ver doorgeslagen mannelijke waarden die niet alleen onze natuurlijke leefomgeving, maar net zo goed een groot deel van de mensheid geweld aandoen. Er is nood, argumenteert Curry, aan brede diversiteit op elk vlak.
Wat haar studie opmerkelijk maakt, is dat Curry het pad van jeugdliteratuur inslaat. De onderzoekster houdt een selectie van young adult-romans tegen het ecofeministische licht. Sommige daarvan zijn in het Nederlands vertaald (De hongerspelen (Suzanne Collins), Hoe ik nu leef (Meg Rosoff), Exodus (Julie Bertagna)), maar meer dan de helft is alleen in het Engels verkrijgbaar.  

Te dicht bij de zon
Een van de interessantste theoretische concepten die Curry naar voren schuift, is embodiment. Ze omschrijft het als volgt: ‘Subjectiviteit en objectiviteit ontstaan niet uit een ontworteld bewustzijn, maar vanuit de ervaring om te handelen vanuit – en met – het fysieke, instinctieve en sterfelijke voertuig dat het lichaam is’. Een van de problemen vandaag, zowel in onze omgang met vrouwen als met het ecosysteem, is dat de mens er niet in slaagt dit ‘geworteld zijn’ in fysieke sterfelijkheid volledig te omarmen, en dat die kwestie wordt voorgesteld als een vorm van ‘vrouwelijke’ zwakte. Anders gezegd: met ‘mannelijke’ waarden bestormen we Icarusgewijs de hemel. Technologie, vooruitgang, macht: ze kennen geen enkele maat of grens. De ‘vrouwelijke’ waarden, veel meer ingebed in lichaam, landschap en menselijke relaties, brengen van nature fysieke en emotionele grenzen met zich mee. De Icarusmentaliteit veracht elke vorm van begrenzing als een beperking of een teken van zwakte. Maar we kennen het bittere einde als de held in zijn hoogmoed te dicht bij de zon vliegt.
Het ecofeminisme biedt een sterk theoretisch en filosofisch kader om deze inzichten te verwoorden, en bepleit daarbij precies het belang van de ‘vrouwelijke’ inbedding, het respect voor grenzen en de zorg voor de ander.
Embodiment of ’geworteld zijn’ wil concreet vaak ook zeggen dat de focus van de verhalen of de personages zich richt op specifieke plaatsen of locaties. Vragen over het lot van de aarde en een menswaardige behandeling van de zwakkeren krijgen een veel scherper antwoord als ze bekeken worden met een schoffel in de hand en uitzicht op een akker, of in een woud met een boog als enig middel om te overleven, dan vanuit een steriel kantoor met de airconditioning op 18 graden.
De filosofische ommezwaai die samenlevingen volgens het ecofeminisme moeten maken, wordt fysiek en emotioneel beleefd door de personages in de besproken romans en dus ook, tot op zekere hoogte, door de lezer. Daardoor laten nogal wat van deze young adult-romans zich lezen als een verhuld politiek pamflet. Bijvoorbeeld: de manier waarop een dramatische omwenteling heeft plaatsgevonden (de ecologische apocalyps) en de rol die regeringen en wereldsystemen hierin hadden, is in deze boeken beslist niet toevallig gekozen. De nieuwe samenlevingen die na deze omwenteling ontstaan, zijn doorgaans gebouwd op principes van ongelijkheid, waarbij de klasse die zich omringt met technologie en bezit hoger wordt geacht dan groepen die gedwongen ‘in de wildernis’ moeten overleven. Door hun openlijke protest tegen dergelijke socio-economische maatschappelijke structuren en het ecologisch verval, met als focuspunt een adolescent met wie veel jongeren zich kunnen identificeren, stellen deze boeken de lezer voor een morele keuze. Zelfs Donald Sutherland, de acteur die in de verfilming van The Hunger Games president Snow vertolkt, gaf in interviews te kennen dat hij hoopte dat de prent jonge generaties wakker kon schudden en hun zich de ethische vraag zou laten stellen waar ze met de wereld naartoe willen.
 
Dier én jager
Curry behandelt uiteenlopende thema’s en concepten waarmee het ecofeminisme zich bezighoudt, en die telkens in een aantal van de gekozen romans terug te vinden zijn. De manier waarop we de planeet en haar ecosysteem als geheel bekijken, is al genoemd. Een ander motief in veel boeken waar Curry in haar onderzoek uitgebreid op ingaat, is de symboliek van het lichaam. De pogingen om het menselijk lichaam te ‘emanciperen’ van alles wat natuurlijk is, door technologische ingrepen die van mensen halve robots maken of door het dogmatisch doorvoeren van extreme schoonheidsidealen, staan symbool voor wat de politieke regimes uit de romans willen doen met mensen in het algemeen. Het vraagt niet zoveel denkwerk om in de hyperartificiële consumptiecultuur van Panem, en de ontmenselijking van de jonge tributen die tot statussymbool en consumptieproduct worden gemodelleerd in De hongerspelen, een rauwe maatschappijkritiek te lezen. En het slagveld waarop de strijd van natuurlijke vrijheid versus dictatoriale controle wordt gevoerd, is Katniss’ lichaam.
De manier waarop Katniss stelselmatig wordt voorgesteld als enerzijds een jager en anderzijds bijna dierlijk in haar primitiviteit, levert een fraai spanningsveld op. In de hoofdstad wordt ze ‘menselijk’ gemaakt door de stylisten, om vervolgens op haar dierlijke instincten te moeten terugvallen en fysiek zware ontberingen te doorstaan. Dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat haar opstandigheid groeit en ze het gezicht van de revolutie zal worden, met een dier (de spotgaai) als symbool. Andere thema’s die in de studie aan bod komen, zijn de ethiek van zorg (in tegenstelling tot bezit en overheersing), het losbreken uit genderstereotypering, en de manier waarop de mens zich superieur waant in verhouding tot de natuur.
Het gevaar om de natuur te zien door menselijke denkkaders wordt belicht door in te gaan op hoe in de boeken de wilde natuur ofwel wordt opgevoerd als een idyllisch arcadia, ofwel als iets wat tot in de puntjes door de mens gemanipuleerd kan worden. Hoewel het riskant is om primitieve culturen en oorspronkelijke bewoners te beschrijven met diezelfde westerse, moderne blik, vinden we hen toch vaak opgevoerd in young adult-boeken als opstandige alternatieven voor totalitaire werkelijkheden waaruit de hoofdpersonages willen of moeten ontsnappen.  
 
Mystiek en activisme
Ook op het domein van spiritualiteit hebben de young adult-romans dingen te bieden die ecofeministen toejuichen. Ecofeministische spiritualiteit probeert in de eerste plaats de verbroken relaties tussen mens en natuur te herstellen. De momenten van intieme verbondenheid met en groot ontzag voor de natuur die de personages in zowat alle boeken beleven, sluiten hier naadloos bij aan.
In het westen hebben we wat we beschouwen als waardevolle natuur afgebakend in parken en reservaten, argumenteert Curry, en de westerse ecologiebewegingen zijn er nog altijd niet in geslaagd om in te zetten op de ‘gewortelde’ mens. Een oplossing hiervoor ligt in het opwaarderen van het lokale niveau (de omgeving waarin we ons elke dag bevinden), en daar in harmonie mee te leren samenleven. Dit idee wordt bijvoorbeeld zeer mooi uitgewerkt in Meg Rosoffs Hoe ik nu leef, waar Daisy evolueert van een meisje dat worstelt met anorexia naar een jonge vrouw die zich op een bijna mystieke manier verbonden voelt met het landschap en van daaruit haar eigen lichaam opnieuw ontdekt. Veel hoofdpersonages in Curry’s selectie hebben een vervreemde relatie met hun eigen lichaam en met hun omgeving, en transformeren op een of andere manier in de loop van het verhaal.
Er ligt duidelijk meer dan een theoretisch concept aan de basis van Curry’s onderzoek. Al is ze zorgvuldig genoeg om het nooit expliciet te verwoorden, de lezer voelt dat haar ecofeminisme minstens gedeeltelijk een moreel standpunt is. Eerder dan te onderzoeken hoe ecofeministisch de gekozen boeken zijn, lijkt Environmental Crisis in Young Adult Fiction soms een ethisch punt te willen maken aan de hand van een zeer bewuste literatuurselectie. In die zin krijgt deze studie iets zelfbevestigends. Een lezer vraagt zich wel eens af hoeveel van de ecofeministische motieven en standpunten die Curry uit de tekst fileert eigenlijk bewuste beslissingen van de auteurs zijn. Anderzijds is het natuurlijk zo dat we, zoals ik aan het begin van dit artikel al schreef, het laatste decennium inderdaad een sterke golf van toekomstverhalen en sciencefiction met ecologische thema’s zien, en veel van de verhaalelementen ervan zijn bedoeld als kritische metaforen. Stellen dat Curry in de boeken dingen zoekt die er helemaal niet zijn, is dus een paar bruggen te ver.
Kunnen young adult-romans als deze jongeren aanzetten tot een vorm van activisme? Curry lijkt te denken van wel. Ze formuleert de hoop dat lezen de jonge lezer moreel kan opvoeden en hem kan dwingen een standpunt in te nemen. Nu kiezen lezers in zekere zin altijd kant als ze zich identificeren met personages in een verhaal, maar of dat zich voor de meerderheid van de lezers ook laat vertalen in doorleefde politieke standpunten, valt mijns inziens toch te betwijfelen. Boeken (en films), en zeker populaire fantasy of sciencefiction, blijven voor het grote publiek in de eerste plaats goed amusement. Curry’s hoop dat deze young adult-romans voor een ethisch reveil zorgen, klinkt dan ook een beetje illusoir. Anderzijds mogen we natuurlijk ook rijpere lezers niet onderschatten. Er zullen er zeker zijn, en niet alleen volwassenen, die de inzichten die deze boeken bieden, begrijpen en ter harte nemen.
Alice Curry trekt de jeugdliteratuur een nieuw en onverwacht filosofisch onderzoeksdomein in. Dat is beslist een verrijking. Tegelijk geeft ze young adult-boeken op deze manier een academisch podium en neemt ze ze ernstig op een manier die kinder- en jeugdboeken maar zelden te beurt valt. Een kruisbestuiving om verheugd over te zijn en waar beide partijen beslist hun voordeel mee kunnen doen. Nu alleen nog even de planeet redden…
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2014

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri