Nederlands proza

BOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Tomas Lieske: Retourschip De Liefde

door Liesbeth Vantorre

De lepel van goud

Florianne Dodenbier kende een heel ongelukkige jeugd. Als ze een jaar of zeven is, vluchten zij en haar moeder voor haar immer dronken en agressieve vader. Getraumatiseerd door haar agressieve huwelijk weet moeder niet meer hoe ze een leven kan opbouwen met Florianne. Ze staat haar af aan een instelling. Thuis kon Florianne zichzelf even afsluiten van de explosieve situatie door met de vingers in de oren het liedje van Vrouwtje Theelepel te zingen. Dat lukt niet meer in de kille instelling waar ze terecht komt. Ze besluit het radicaal over een andere boeg te gooien. Amper acht jaar oud beslist ze om van nul te beginnen, om haar leven opnieuw te starten en alles te vergeten. Ze doet heel erg haar best om weer een baby te worden. Een mooi voorbeeld van regressie, een psychologische ‘aandoening’ die vaak het gevolg is van onverwerkte negatieve gevoelens of emoties. Met die nuance dat Florianne een heel bewuste regressie doormaakt. Een drietal jaar later gedraagt ze zich echter weer volstrekt normaal en hoewel ze opnieuw heeft moeten leren spreken, lezen en schrijven, is ze echt top op school. Op haar veertiende komt ze in een pleeggezin terecht. Haar nieuwe familie is heel open, de school waar ze naartoe gaat eveneens, ze haalt goede punten en is populair. Toch ontpopt ze zich stilaan tot de schoolslet. Niet alleen puisterige jongens zijn haar bedgenoot, ook een jonge leraar moet er aan geloven. Ze is een buitenbeentje en zal er altijd eentje blijven. Het verleden weerhoudt haar ervan een normaal leven uit te bouwen. Ze is de rare theelepel uit het liedje van Vrouwtje Theelepel.

Ik zoek al zoveel jaren de lepel van goud Hij moet er zijn, maar wie vertelt me waar

Na de middelbare school vestigt Florianne zich in Utrecht, waar ze haar carrière als callgirl van de grond krijgt. Ze bouwt een stevig netwerk aan klanten uit en zit er warmpjes bij. Maar echt gelukkig is ze niet. Overwerkt en moe besluit ze er toch even tussenuit te gaan. Ze boekt een dure reis naar Indonesië. Na een doldwaas avontuur, komt ze terecht in een verlaten baai. Daar gaat ze aan boord van een zeventiende-eeuws VOC-schip, De Liefde genaamd, dat er op een zandbank ligt. De confrontatie met de bemanning zet haar leven op zijn kop.

De gouden lepel schittert in mijn droom En iedere droom Moet je in een potje vangen.

Retourschip De Liefde is een verhaal over een eenzame en getraumatiseerde jonge vrouw, die geprobeerd heeft zin aan haar leven te geven. Tevergeefs, want de meeste mensen worden nu eenmaal niet gelukkig van callgirl zijn. Een iPhone en dure kleren zijn misschien wel fijn, het zijn echter geen ‘geluksbrengers’ op lange termijn. Maar wat wil je? Florianne heeft nooit geleerd wat zelfwaarde is. Het toppunt van zelfrespect dat ze van haar moeder meegekregen heeft, is je niet laten doodslaan. Maar daar houdt het op. Dat ze eigenlijk geen materialistisch en oppervlakkig meisje is, maar een kwetsbare jonge vrouw die behoefte heeft aan echte liefde, ontdekt ze in een heel onrealistische context, in een zeventiende-eeuwse cocon. Die ervaring van liefde was bijna als in een droom. Een droom waar ze in de eenentwintigste eeuw naar op zoek gaat.

Parallelle werelden Retourschip De Liefde is de derde roman in een reeks waarin Tomas Lieske speelt met parallelle werelden of werkelijkheden. Herinneringen en het verwerken van oorlogs- en jeugdtrauma’s spelen een centrale rol in Alles kantelt (2010) en Door de waterspiegel (2014). In Door de waterspiegel komt een getraumatiseerd personage terecht in een parallelle ‘onderwaterwereld’, een afspiegeling van de echte wereld, maar van waaruit contact met de werkelijkheid onmogelijk is. Alleen in dat isolement kan het personage aan een verwerkingsproces beginnen. De magisch-realistische opzet van Retourschip De Liefde is vergelijkbaar met die van Door de waterspiegel. De hoofdpersonages uit beide romans maken als het ware een rite de passage door vooraleer ze aan het echte leven kunnen beginnen. Maar om het (magische) sprookje geloofwaardig (en dus realistisch) te maken, moet de beginsituatie heel realistisch en gedetailleerd zijn, zodat het voor de lezer duidelijk wordt wanneer iets afwijkt van de realiteit. Je hebt een basis nodig waarin je geen magie vermoedt. In Door de waterspiegel is die basis zeker aanwezig: je wordt geconfronteerd met de harde realiteit van een oorlogsweeshuis, het trauma van een joodse wees, de gortdroge degelijkheid van een ingenieur. Ook Retourschip De Liefde heeft zo’n basis: de lezer wordt geconfronteerd met de zelfkant van de maatschappij, mishandeling en prostitutie. Maar die basis wordt eerder grotesk weergegeven dan realistisch. Lieske geeft bijzonder weinig details. Florianne haspelt haar leven op een kleine twintig bladzijden af, alsof de auteur wil zeggen: ‘Zo, nu weten jullie wie ze is, nu kan ik met mijn verhaal beginnen.’ Hij slaagt er niet in om Florianne één stem te geven en haar persoon met detail te schetsen. Nochtans haalt Florianne op enkele plaatsen zelf aan dat details belangrijk zijn. Wanneer ze actief aan haar regressie begint, geeft ze aan hoe belangrijk het is om niets over het hoofd te zien, om alles tot in de details te vergeten en opnieuw te leren (p. 10-11). En het boek eindigt met de zin ‘Want overdoen van het leven heeft niet te maken met een groot gebaar, maar, zo wist ik uit ervaring, met de volmaaktheid van de details’ (p. 126-127).

Clichés bij gebrek aan detail? Op enkele pagina’s tijd fietst Lieske door Floriannes eerste acht levensjaren om uit te komen bij de instelling. Over die instelling komen we eigenlijk niets te weten, behalve dan dat het er kil en liefdeloos is. Wanneer Florianne een vijftal jaar later in een pleeggezin terecht komt, wordt ook daar geen woord te veel aan besteed. Dat heeft vooral te maken met de perceptie van Florianne zelf, die door haar verleden en haar ‘nieuwe begin’ een vrij kinderlijke, egocentrische houding aanneemt. Die anderen zijn gewoon niet belangrijk voor haar, net zomin als zij belangrijk is voor de anderen. Maar die hele bildung van mishandeld kind naar callgirl mist diepgang, waardoor er soms ongerijmdheden in het verhaal of de stijl sluipen waarvan je niet weet of Lieske ze bedoeld heeft, dan wel of het om een slordigheid gaat. Zo wisselt Lieske voortdurend een ordinair en vrij onnatuurlijk aandoend straattaaltje af met een heel verzorgd, bijna poëtisch proza. Hij wil aangeven dat Florianne naast ordinair ook intelligent en gevoelig is. Dat is een techniek, maar een die in dit geval wat wringt. Het is te voor de hand liggend, net zoals de beschrijvingen van haar karakter. Dat ze materialistisch is, ontdekken we door zinnen als: ‘En dat mijn pakket geld, mijn vliegticket, mijn bankpas, mijn paspoort en mijn kostbare, lieve witte iPhone 3G, dat die allemaal in dat rammelende kluisje lagen in diezelfde eersteklashut.’ (p. 36), of ‘Ik zag er lekker ordi uit met fout goud en shiny parels’ (p. 112). Op andere momenten tovert Florianne ware poëzie uit haar mouw. ‘Het raadsel van het daglicht dat je niet ziet maar dat verspreid wordt door de ontelbare spiegelende waterdruppels.’ (p. 40). Dat Florianne labiel is, is vrij duidelijk. Dat ze naast een leeghoofdige call girl een gevoelige vrouw is, ook. De vraag is of de schrijver dat onevenwicht geloofwaardig neerzet.

Een retourschip, leeg heen en vol terug Hoewel Florianne een grote emotionele bagage met zich meedraagt, is ze op het vlak van liefde compleet leeg. Op het schip De liefde staat de tijd letterlijk even stil. Net zoals het schip ligt Florianne stil te wachten op een lading die misschien nooit zal komen. Maar het verblijf op het schip doet haar perspectief kantelen: ze staat niet langer in de schijnwerpers, maar moet opboksen tegen enkele stoere mannen die voor een keer radder van tong zijn dan zijzelf. Terug thuis besluit ze haar leven over een andere boeg te gooien en haar heil te zoeken in Parijs, op een zolderkamertje. Die wending is op zich niet zo vreemd: in plaats van zich weer als een baby te gedragen, verplaatst Fleur zich naar een andere plek, waar liefde misschien wel mogelijk is. De keuze voor een zolderkamertje in Parijs neigt echter weer naar het cliché.

Groot potentieel Retourschip De Liefde had een minstens even sterk boek kunnen zijn als Door de waterspiegel. De opzet is spannend, intrigerend, het boek heeft een groot potentieel. Zelfs het liedje dat Florianne in zichzelf zingt als haar vader weer eens agressief is, heeft betekenis. Het is echt van toepassing op haar leven. Naast al die gewone theelepeltjes die haar klanten zijn, die zij zelf ook is, zoekt ze naar dat ene uitzonderlijke, gouden lepeltje, dat een glimlach op haar lippen zal toveren. Maar hiermee doet Lieske niets. Of het moet zijn dat dit liedje in Nederland zo bekend is dat elke lezer automatisch de link legt. In elk geval is het een veel minder voor de hand liggende verwijzing naar Floriannes bildung dan grote begrippen als ‘liefde’ en ‘verlangen’. Zo’n gelaagd verhaal, zo’n complexe thematiek en zo’n complex personage hebben ruimte nodig. Ruimte die verhaal, thema en personage niet gekregen hebben.

Amsterdam : Querido, 2015, 127 p. ISBN 9789021457741

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri