Vertaald proza

BOEKEN NR. 1, SEPTEMBER 2015

Hanya Yanagihara: Notities uit de jungle

door Kris van Zeghbroeck

De Hawaïaans-Amerikaanse auteur Hanya Yanagihara deed heel wat stof opwaaien met haar debuutroman Notities uit de jungle. Ze werkte er bijna twintig jaar aan in het geheim terwijl ze actief was in de uitgeefsector en als journalist verbonden was aan Condé Nast Traveller. Voor het verhaal liet ze zich inspireren door het leven van Daniel Carleton Gajdusek, een (gedeelde) Nobelprijswinnaar geneeskunde, die voor het eerst een bij mensen besmettelijke prionziekte ontdekte. Het gaat om kuru, een ziekte die zich ontwikkelde bij de Fore, een stam in Papoea Nieuw-Guinea die een vorm van funerair kannibalisme beoefende. Met het uitroeien van het kannibalisme, verdween ook gaandeweg de ziekte. Gajdusek deed veldwerk bij de stam in de jaren vijftig en zestig, en ‘adopteerde’ meer dan vijftig kinderen die hij onderdak en scholing gaf in de Verenigde Staten. Hij werd na beschuldigingen van kindermisbruik veroordeeld tot een gevangenisstraf, waarna hij zich in Europa vestigde.
Geen kannibalisme voor de fictieve arts Norton Perina, die recht van de universiteit naar Micronesië reist om het antropologische onderzoek van Paul Joseph Tallent te ondersteunen. Op een eiland in een afgelegen eilandengroep vinden ze een verloren gewaande stam die nog nooit contact met blanken heeft gehad. Wie de leeftijd van zestig bereikt, mag een zeldzame, als godheid vereerde schildpad eten. Voor jongere mensen is het taboe op straffe van verbanning. In de jungle rond het dorp vinden de onderzoekers zogenaamde ‘dromers’, vergeetachtige ouderlingen die uit de stam verstoten zijn. Nader onderzoek brengt aan het licht dat het bijzonder oude mensen zijn, van wie de oudste, Eva, ouder dan 180 zou zijn. De sleutel ligt bij de vereerde zeldzame schildpad, die het eeuwige leven schenkt. Zijn het verdoemden die te vroeg van het heilige vlees gegeten hebben of krijgt gewoon iedereen die van het vlees eet en langer leeft op de duur een vorm van dementie?
Norton maakt carrière met onderzoek naar het eeuwige leven, terwijl een aantal ‘dromers’ in zijn Amerikaans lab verkommeren en de leefwereld van de verloren stam door talloze wetenschappelijke expedities vernietigd wordt. Het laatste biotoop van de bedreigde schildpaddensoort wordt in naam van de farmaceutische industrie geplunderd. Nortons seksuele voorkeur voor kinderen wordt tot op zekere hoogte vanuit de gangbare ontgroeningsriten van de micronesische stam verklaard, maar blijft verwerpelijk. Een gebrek aan ethiek hangt als een zwaard van Damocles boven de participanten van het drama. Enkel de vermiste antropoloog Tallent, die voor de Apocalyps waarschuwde en worstelde met de ethische vragen, handhaaft zijn waardigheid als personage.
Het levensverhaal wordt verteld vanuit het standpunt van Perina en werd ‘wetenschappelijk’ geannoteerd door zijn naaste medewerker, die hardnekkig in zijn onschuld blijft geloven. Het gebruik van lange passages uit (fictieve) handboeken, vertraagt de lectuur en moet het gevoel geven van een degelijk onderbouwde antropologische en medische benadering van het leven van een primitieve stam. Yanagihara beheerst de verschillende registers om dit ambitieuze project tot een goed einde te brengen. Intussen staat ze met haar tweede nog niet vertaalde roman, A long life, op de longlist van de Booker Prize.
 
Nieuw Amsterdam, 2015, 414 p. Oorspr. titel: The people in the trees. ISBN 9789046817551 


deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri