Vanaf zes jaar

JEUGDBOEKEN NR. 2, SEPTEMBER 2015

Anna Castagnoli, Carll Cneut: De gouden kooi, of het waargebeurde verhaal van de bloedprinses

door Kyra Fastenau

6+ - Carll Cneut heeft iets met vogels. Eerder illustreerde hij al de beroemde sprookjes van H.C. Andersen (Het geheim van de keel van de nachtegaal, 2008, bewerkt door Peter Verhelst) en Maurice Maeterlinck (De blauwe vogel, 2011, bewerkt door Do Van Ranst).  Nu levert hij de prenten voor een origineel sprookje van de Italiaanse schrijfster Anna Castagnoli: De gouden kooi, vertaald door Saskia De Coster. Een prentenboek met een macabere ondertitel (‘Het waargebeurde verhaal van de bloedprinses’), een harde boodschap en toch ook een sprankje hoop.
Die bloedprinses heet Valentina en ze is een stereotiep verwend nest. Ze heeft alle materiële luxe die haar hartje begeert (‘driehonderdnegentig paar schoenen, achthonderdtwaalf hoeden en vijftig riemen’) en een enorme tuin vol met de meest exotische vogels, maar nog is het niet genoeg. Valentina mist iets, en dus stuurt ze haar dienaars op de meest onmogelijke missies om haar allerlei verzonnen vogels te bezorgen (‘de vogel met glazen vleugels’, ‘de vogel met de koralen bek’ en ‘de vogel die water spuit’). Wanneer zij er niet in slagen haar wens te vervullen, laat ze hen – ‘hak!’ – onthoofden. Daarmee doet deze bloedprinses denken aan een andere moordlustige royal uit de jeugdliteratuur, namelijk de Hartenkoningin uit Alice in Wonderland. Cneut speelt daar leuk op in door Valentina een wit schortje aan te meten dat eerder aan Alice zelf doet denken. Op één prent omringt hij haar zelfs met hoge hoeden en witte konijnen.  
Dat Valentina een onmogelijk verlangen koestert, blijkt wel uit de illustraties. De vogels die ze omschrijft, zijn op een aparte manier vormgegeven: hun koppen blinken uit in perfecte precisie, maar hun lijfje lijkt afgewerkt door een kinderhand. Cneut lijkt hiermee te zeggen dat de vogels slechts in Valentina’s fantasie bestaan. Zulke onafgewerkte elementen duiken vaker op in de prenten: op de tekeningen aan Valentina’s slaapkamermuur, maar ook bij het meisje zelf en de andere figuren (haren en kousen zijn krasserig ingekleurd met grijs schetspotlood), de vogelkooien en bloemen (bibberige potloodlijn). Deze toets zagen we nog niet eerder in Cneuts werk; hij lijkt hier stilistisch een nieuwe weg in te slaan. Wellicht met een reden, zo zal blijken.  
Op een nacht droomt Valentina van een sprekende vogel. Ook deze is weergegeven als was hij door een kind getekend: een bibberige potloodlijn en niet netjes binnen de lijntjes ingekleurd. Valentina koppelt haar levensgeluk aan dit droombeeld: als haar dienaars deze wens in vervulling laten gaan, zal er nooit nog een kop rollen. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wie dacht dat Valentina tevreden zou zijn met een eenvoudige papegaai, komt bedrogen uit: deze goudgele vogels, door Cneut in een van zijn vertrouwde stapelbeelden geschilderd, kunnen de bloedprinses niet bekoren (‘Ze herhaalden alleen wat anderen hen hadden voorgezegd’).  
Valentina’s verlangen reikt dieper dan simpelweg hebberigheid. Op de eerste prenten straalt ze duidelijk woede uit: een rode blos op haar wangen, haar mondhoeken omlaag gekruld en haar armen nijdig over elkaar gevouwen. In de vogeltuin zien we echter een heel andere Valentina, een meisje dat – letterlijk – reikhalzend opkijkt naar de grote vogels, maar er niet in slaagt oogcontact met hen te maken. Weer andere prenten suggereren verveling (een norse Valentina op een stapel schedels, een hand onder haar kin) of zelfs verdriet (Valentina omringd door poppen, met gebogen hoofd en hangende schouders).  
Uit al deze prenten spreekt een gevoel van eenzaamheid, en ook de tekst suggereert een behoefte aan affectie: ‘In haar droom was de sprekende vogel zeer goed gezelschap. Hij zei heel lieve dingen en hij zei ze alleen maar tegen haar. Valentina voelde zich bijzonder uitverkoren en speciaal. De volgende dag werd de dochter van de keizer voor één keer goedgezind wakker.’ Dit sentiment wordt versterkt door de afwezigheid van een ouderfiguur. Het is opvallend dat Valentina in de tekst vaak omschreven wordt als ‘de dochter van de keizer’, terwijl we die hele keizer nergens op de prenten zien. In de tekst wordt hij slechts eenmaal als personage genoemd, wanneer hij zijn dochter een gouden vogelkooi geeft voor haar verjaardag. Een lege kooi als verjaardagscadeau, kan het nog killer?  
In hoeverre het gemis aan ouderlijke liefde een rol speelt bij Valentina’s bloeddorstige gedrag, is discutabel; daarvoor zijn de aanwijzingen in tekst en beeld te summier. In ieder geval is het duidelijk dat het prinsesje iets mist, en dat gemis wil ze opvullen met een niet-bestaand dier. Dat dit dier een vogel is, is extra treffend: een vogel is immers het symbool van ongrijpbaarheid, aangezien hij elk moment kan wegvliegen.  
Valentina wenst het onmogelijke: ze wil dat haar fantasie werkelijkheid wordt. Een verlangen dat gedoemd is onvervuld te blijven, maar toch heeft ze er alles voor over. Ze verkoopt al haar bezittingen, vogels incluis (die koraalbek waarvoor koppen moesten rollen was haar klaarblijkelijk niet zo dierbaar), in de hoop dat die investering een sprekende vogel zal opleveren. Dan komt er een jongen naar het paleis met een list die niet zou misstaan in een klassiek sprookje: nadat hij de bloedprinses laat beloven dat geen dienaar ooit nog zijn hoofd zal verliezen, geeft hij haar een ei. Van de sprekende vogel, zo beweert hij. Voor het eerst zien we een Valentina die niet boos, verdrietig of verlangend kijkt, maar ronduit blij: ze glimlacht en lijkt zelfs te huppelen. Haar gedrag verandert van meedogenloos naar zorgzaam: ze vlecht zelfs een nestje van haar eigen haren om het ei warm te houden.  
Vol spanning slaan we de bladzijde om, maar dan: de tuin is kil, donker en winderig. De kooien zijn nog altijd leeg, het ei is nergens te bekennen en Valentina is in slaap gevallen, haar haren tot Rapunzellengte gegroeid. Vanaf dan neemt de tekst het verhaal over en treedt plots een auctoriale verteller op de voorgrond, die een aantal suggesties doet over wat er gebeurd kan zijn. Opvallend: geen van die suggesties is onverdeeld positief. Dit sprookje eindigt niet met ‘ze leefden nog lang en gelukkig’. Valentina’s wens wordt niet vervuld, simpelweg omdat sprekende vogels alleen in de fantasie bestaan. De prinses is er niet in geslaagd om die fantasie op een of andere manier waar te maken in het werkelijke leven.
Een manier om je fantasie vorm te geven, is tekenen. De lezer kan dat doen in het bijbehorend kleurboek Vogels tekenen, krabbelen en kleuren met Carll Cneut, waarin de illustrator op Keri Smith-achtige wijze aanzetten doet om de creativiteit te stimuleren. Tekenen, dus!

Wielsbeke: De Eenhoorn, 2014, [50] p., ill. € 28,95. ISBN 9789058389633. Vert. van: La vera storia della principessa di sangue door Saskia De Coster


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri