Vertaald proza

Ed Franck (bew.), Carll Cneut (ill.): Nachten vol angstaanjagende schoonheid

door Kyra Fastenau

Ed Franck heeft aan de vele klassiekers uit de wereldliteratuur die hij heeft bewerkt voor de jeugd onlangs een ‘vrije vertaling’ van de bekendste gruwelverhalen van Edgar Allan Poe toegevoegd. Gruwelen is het zeker: ook Francks verhalen zijn niet geschikt voor teerhartige lezers. Ze zitten vol met krankzinnigen, bloederige moorden, spookverschijningen en uit de dood herrezen lijken. Hij heeft geen moeite gedaan om de expliciete geweldspassages af te zwakken. In ‘De moorden in de Rue Morgue’ en ‘Het verraderlijke hart’ worden de afslachtingen in volle glorie omschreven, van bloedende scheermessen en met wortel en al uitgerukte haren tot afvallende hoofden en in stukken gesneden lichamen. Franck roemt Poe’s unieke combinatie van romantiek en nuchterheid, waarin ogenschijnlijk bovennatuurlijke, angstaanjagende gebeurtenissen een wetenschappelijke verklaring toegedicht krijgen, en streeft ernaar deze te behouden in zijn eigen versie.
De verschillen tussen de originele verhalen en Francks adaptatie zijn dan ook vooral van stilistische aard. Hij heeft verschillende aanpassingen gedaan die de vaart van de verhalen ten goede komen. Lange volzinnen zijn danig ingekort en ook heeft hij nogal geschrapt en verschoven wat adjectieven betreft. Beschrijvingen worden dikwijls ingekort, doch zonder afbreuk te doen aan de schoonheid van de originele tekst. Francks taalvondsten zijn vaak sterk en doen niet onder voor die van Poe, integendeel: ‘bladstille herfstdag’ is zelfs nog een stukje poëtischer dan ‘soundless day in the autumn of the year’. Verder zorgt hij voor afwisseling door grote lappen beschrijvende tekst om te vormen tot dialogen. Deze transformaties maken de verhalen actiever en zullen met name voor jongere lezers het leesplezier vergroten.<br />Een andere methode om de vlotheid van de verhalen te verbeteren is het meedogenloos schrappen van alle vertragende passages die niet direct in verband staan met de plot. Dit hoeft niet altijd storend te zijn: het weglaten van een lange lijst met inmiddels vaak onbekende kunstenaars valt te vergeven. Wat wel hinderlijk is, is dat Franck korte metten maakt met vrijwel alle filosofische overpeinzingen, waarin de verteller uitvoerig ingaat op zijn emoties. Een goed voorbeeld is de beschrijving van het huis van Usher. Franck laat hier vrijwel geheel weg welk effect de aanblik van het gebouw op de verteller heeft. Zonde! Juist de uitvoerige beschrijvingen van gevoelens zijn typerend voor de stijl van Poe en dragen bij aan het onheilspellende karakter van zijn verhalen. Wanneer zo’n omschrijving wordt ingekort tot een simpel: ‘alles werkte teneerdrukkend op me in’, gaat een essentieel stuk van de verhalen verloren. In het nawoord geeft Franck aan dit bewust gedaan te hebben, omdat hij dergelijke ‘overdramatisering van gevoelens’ en ‘geleerde zijsprongetjes’ over de menselijke psyche ‘hinderlijk’ en ‘storend voor de lezer’ acht. Inderdaad, de leesbaarheid van de verhalen wordt op deze manier aanzienlijk vergroot, maar dat gaat dan wel ten koste van Poe’s intellectuele gedachtegoed.<br />Carll Cneuts onheilspellende prenten, waarin zwart- en blauwtinten overheersen, sluiten volmaakt aan bij de duistere toon van Poe’s verhalen. Nachten vol angstaanjagende schoonheid in zijn geheel is een donker boek. Sommige pagina’s zijn compleet zwart, met het verhaal in witte letters. De paginagrote prenten tonen huiveringwekkende figuren met uitgemergelde gezichten, grote haakneuzen en sliertig haar. Schedels en skeletten vormen een terugkerend motief. Ook maakt Cneut veelvuldig gebruik van silhouetten, waardoor hij ruimte laat voor de verbeelding van de lezer. Roderick Usher blijft bijvoorbeeld een zwart profiel. Daarnaast is Cneuts visuele humor even subtiel als Poe’s tekstuele verfijndheid. Zo is ‘De moorden in de Rue Morgue’, waarin de adel op brute wijze om het leven gebracht wordt, voorzien van een prent waarop blauw bloed uit het slachtoffer stroomt.<br />Nachten vol angstaanjagende schoonheid is een prachtig vormgegeven boek en vooral dankzij de schitterende prenten een mooi verzamelwerk voor fans van Poe dan wel Cneut. Liefhebbers van de eerste zullen zich echter ongetwijfeld ergeren aan de versimpelde bewerking. Franck verschuilt zich iets te vaak achter het argument dat zijn bewerkingen vooral aantrekkelijk moeten zijn voor een brede doelgroep. Hij schijnt te menen dat leesplezier enkel bewerkstelligd kan worden door een vlotte schrijfstijl. Maar het zijn juist de taaiere, filosofische passages en de ‘ritmische volzinnen’ die een tekst karakter geven. De uniciteit van Poe’s gruwelverhalen zit precies in de ‘pedanterig[e], gezwollen en melodramatisch[e]’ schrijfstijl die Franck wegwerkt. Aangezien het boek is uitgegeven in het volwassenenfonds, was deze aanpassing ook zeker niet nodig: van (jong)volwassen lezers mag verwacht worden dat ze wel wat kunnen hebben. Als ze oud genoeg zijn voor brute moorden, dan zijn ze ook op de leeftijd voor een boek dat een beetje weerstand biedt. Nachten vol angstaanjagende schoonheid vormt een aardige introductie voor jongeren in het werk van Poe, maar deze bijna volwassen lezers kunnen eigenlijk net zo goed naar de originele verhalen grijpen. Misschien is het boek daarom — zoals Franck eveneens over zijn Shakespeare-adaptatie zei — nog wel het meest geschikt ‘[v]oor mensen die geen tijd of zin hebben om zich door moeilijk leesbare teksten te wurmen’. Poe voor de luiaards onder ons, dus.

Leuven: Davidsfonds, Nachten vol angstaanjagende schoonheid, 2011, 167 p., ill. ISBN 9789063066208.

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswelp 2011

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri