Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, OKTOBER 2015

Filip Rogiers: Verman je

door Carl De Strycker

Filip Rogiers won met zijn verhalenbundel Nauwelijks lichaam (2011) de debuutprijs. Vier jaar later is er nu een eerste roman: Verman je. In drie keer acht hoofdstukjes volgen we Hofman. Nadat die jarenlang leerkrachten met een burn out begeleidde, wordt hij omwille van ontoelaatbaar gedrag ontslagen op school. Dat slaat hem echter niet uit het lood, want hij vindt meteen werk bij een recrutement bureau waar hij stijl carrière maakt: hij ontwikkelt er een uniek tool voor de selectie van kandidaten. Bovendien vindt hij bij Anita de grote liefde, al is die toch voornamelijk lichamelijk. Dit lijkt dus – net als de verhalen in Rogiers’ prozadebuut – het relaas te worden van een ingrijpende gebeurtenis die eigenlijk een positieve wending in het leven van de personages betekent. Hofman begint zich echter verheven te voelen, raakt los van de realiteit, gaat door het lint en begaat gruwelijke fouten, zowel op professioneel vlak als privé, die grote gevolgen hebben voor hem, zijn relatie en zijn job. Uiteindelijk blijft hij alleen achter.

Verman je is een roman die onze opgefokte tijd, waarin iedereen dient te excelleren zowel in zijn werk als thuis, op de korrel neemt. De druk die deze maatschappelijke tendens met zich meebrengt, is immens en velen gaan eronder door. In die zin is het tekenend dat een personage dat psychologische kwalen bij anderen behandelt uiteindelijk zelf ten onder gaat en wel aan een soort tunnelvisie of egoïstisch-neurotische levensinstelling. Opvallend daarbij is dat Hofman geen voornaam krijgt, en dus gespeend is van een unieke identiteit – alsof de auteur wilt zeggen: wie aan de ratrace meedoet, verliest zijn eigenheid en wordt een vervangbaar radertje in een netwerk. Heel mooi is ook de manier waarop de dubbelzinnige positie wordt beschreven van het personage waarmee Hofman het sterkst botst: de goeroe die tegen de tijdsgeest in wil gaan (hier valt te denken aan hedendaagse profeten als Dirk De Wachter of Paul Verhaeghe). Wat duidelijk wordt is dit: Hofman leeft in een lege tijd waarin iedereen iedereen voor de gek houdt en waarin enkel nog vluchtige relaties bestaan die niet verder reiken dan puur zakelijke of louter seksuele contacten. Daarmee is dit een door en door maatschappijkritische roman die genuanceerd de tijdsgeest beschrijft, commentarieert en onderzoekt wat ons van het geluk houdt, zoals uit de sleutelpassage (die ook op de flap van het boek wordt geciteerd) duidelijk wordt. Die sluit met deze vaststelling: ‘Absurde overvloed, verman je.’ Die dubbele paradox: alles hebben om gelukkig te zijn en toch ongelukkig zijn, maar dat dan weer helemaal niet mogen tonen – daarover gaat deze roman. Daarmee is hij het pendant van de populaire boeken van De Wachter en Verhaeghe en dus een uiterst urgente roman. Maar ook literair is dit een verdienstelijk boek. De stijl is helder en sober, al schuwt Rogiers het niet om hier en daar poëtische passages in te lassen en verwijst hij volop zowel naar hoge als naar lage cultuur. Interessante lectuur.

Antwerpen : Polis, 2015, 172 p. ISBN 9789463100151

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri