Nederlands proza

BOEKEN NR. 3, OKTOBER 2015

Stefan Brijs: Maan en zon

door Johanna Cassiers

Na het westfront van ’14-’18 in Post voor Mevrouw Bromley kiest Stefan Brijs in zijn nieuwste roman Maan en zon voor een meer exotische locatie: Curaçao in de tweede helft van de twintigste eeuw. Onder de broeierige tropenzon en te midden van nog broeierigere sociale veranderingen ontmoeten we Roy, een zwarte taxichauffeur met naar eigen zeggen elf kinderen bij zeven vrouwen. Onder de broeierige tropenzon en te midden van nog broeierigere sociale veranderingen ontmoeten we Roy, een zwarte taxichauffeur met naar eigen zeggen elf kinderen bij zeven vrouwen. In zijn onberispelijke uniform en feilloos glimmende Dodge Matador rijdt hij het hele eiland rond en is hij vooral bezig met het hooghouden van zijn reputatie. Hoe hard hij daar de waarheid ook geweld voor moet aandoen. Zijn twaalfjarige zoon Max lijkt als twee druppels water op zijn vader. Uiterlijk dan toch: Max is een stille, bescheiden jongen met één grote droom: onderwijzer worden. Zijn vader vindt dat onzin: voor hem ligt het allang vast dat zijn zoon in het familiebedrijfje stapt. Zijn moeder Myrna droomt wel met Max mee, maar heeft als alleenstaande vrouw nog een ander, misschien dieper verlangen.

We beleven het verhaal door de ogen van broeder Daniel, ‘yu di Kòrsou’, kind van het eiland, en een van de eerste zwarte geestelijken daar. Hij blikt anno 2001 terug op de voorbije decennia. Hij heeft zonet afscheid genomen van Max, inmiddels een vijftiger, die voor het eerst het vliegtuig naar Nederland heeft genomen. Je vermoedt meteen dat het niet om een plezierreisje gaat, maar het fijne kom je voorlopig niet te weten. Broeder Daniel denkt terug aan de dag waarop hij Max en Roy voor het eerst ontmoette. Hij stond toen aan het begin van zijn carrière als onderwijzer, en wilde heel graag een ‘vormer’ zijn, iemand die de zwarte bevolking uit de armoede helpt. Wanneer Max bij hem in de klas terechtkomt, ziet hij meteen potentieel in de jongen. Hij besluit hem te helpen zijn droom waar te maken. Hij wordt niet alleen een vertrouwenspersoon voor Max, maar voor het hele gezin. Van Roy wil broeder Daniel vooral dat die een betere vader voor Max wordt. Om die reden spreekt hij hem geregeld ‘gestreng en licht verwijtend’ toe: ‘Eén vrouw, één gezin, Roy, dat schrijft God ons voor’. Maar beetje bij beetje wordt zijn jeugdige vormingsdrang getemperd. Niet alleen ervaart hij hoe moeilijk mensen te veranderen zijn, hij ziet ook hoe de verschuivende verhouding tussen blank en zwart bepaald geen eenduidig succesverhaal is: de arbeidersopstand legt het eiland in puin en de politieke veranderingen leiden ertoe dat de criminaliteit op korte tijd de core business van het eiland wordt. Als zwarte eilandbewoner én lid van de Kerk voelt broeder Daniel zich aanvankelijk verdeeld. Maar al snel komt hij tot het besef dat hij, net als de blanke overheid en de Kerk, te veel geprobeerd heeft de eilandbewoners te vormen naar een beeld dat niet bij hen past. Vanaf dan wil hij meer mens tussen de mensen zijn, de zelftrots van zijn eilandgenoten aanmoedigen en hun eigenheid respecteren. Maar dat kan niet voorkomen dat hij moet toekijken hoe Max na een reeks van tegenvallers zijn droom definitief moet opbergen en noodgedwongen in de voetsporen van zijn vader treedt. Wanneer hij vader wordt van Sonny doet Max er alles aan om zijn zoon de kansen geven die hij zelf nooit heeft gehad. Maar Sonny groeit op in een periode van welig tierende criminaliteit die op veel jongens van zijn leeftijd een haast onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft. En dan heb je plotseling door waarom Max op dat vliegtuig zit.

Het loyaliteitsconflict dat broeder Daniel voelt, had scherper uit de verf mogen komen: het had meer ontwrichtend, minder eenduidig en oplosbaar mogen zijn. Het geeft hem stof tot nadenken, maar tegelijkertijd is het snel een uitgemaakte zaak dat hij ‘volkomen verkeerd’ bezig was. Het wordt de lezer zorgvuldig voorgekauwd. Brijs wil graag dat mensen iets bijleren van zijn boeken en het is wel erg duidelijk welke les we hier moeten leren. Dat kant-en-klare zien we eigenlijk bij de belevingen en beweegredenen van alle personages. Wanneer Myrna’s trots en vechtlust langzaamaan plaats maken voor onderdanigheid, realiseert broeder Daniel zich dat het ‘allemaal de schuld van Roy’ was: ‘hij [had] haar wilskracht uitgeput’. Zo krijgt vrijwel alles een sluitende verklaring. Gelukkig belet dat niet dat de personages mensen van vlees en bloed zijn. Curaçao daarentegen had net iets meer tot leven mogen komen. Brijs vindt het heel belangrijk dat de historische feiten in zijn romans kloppen. En ook dit keer heeft hij de nodige research gedaan, dat lijdt geen twijfel. Maar misschien is het net daardoor dat wanneer het over Curaçao gaat, de roman een beetje de allures krijgt van een geschiedenisboek: ‘De arbeiders kregen hogere lonen, er kwamen verkiezingen en voor het eerst werden allerhande verantwoordelijkheden en functies aan zwarten toegekend’. Het klinkt soms een beetje afstandelijk, terwijl het verteld wordt door iemand die het allemaal van dichtbij heeft meegemaakt. Ook de beschrijvingen van de omgeving missen dat directe. Zo nu en dan vliegt er een fregatvogel voorbij (hoe zo’n dier er ook mag uitzien) of worden we door het opvliegende stof herinnerd aan de droge hitte. Maar beelden waarin je Curaçao echt kan proeven, ruiken of voelen zijn zeldzaam. En voor een locatie die bij veel mensen tot de verbeelding spreekt is dat toch een beetje een gemiste kans.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk stoort het niet, dat moraliserende laagje en dat ontbrekende tikje diepgang van de personages. Hoe Brijs het doet weet ik niet, maar hij raakt ermee weg. Stiekem geniet je van de comfortabele lezerspositie die het meebrengt: het eiland ligt in puin, maar Brijs houdt de boel bij mekaar. Maan en zon zou eigenlijk geen slecht jeugdboek zijn. Al wordt het verhaal net iets te keurig afgeleverd met een strikje eromheen, je bent er op het einde toch niet klaar mee. Het krijgt naarmate het vordert, steeds meer momentum en je wil het boek niet neerleggen tot het uit is. Als het zover is vloek je, en een paar dagen later ben je in gedachten nog steeds op Curaçao.

Amsterdam : Atlas Contact, 2015, 269 p. ISBN 9789025443870

Lees hier een interview van Mark Cloostermans met Stefan Brijs naar aanleiding van Maan en zon.

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri