Vertaald proza

BOEKEN NR. 4, OKTOBER 2015

Paolo Sorrentino: Jeugd

door Monica Jansen

Tegelijkertijd met de film Youth verscheen in Italië de roman La giovinezza, het script van de film dat leest als een roman. Je kunt je dus afvragen waarom regisseur en schrijver Paolo Sorrentino, die met La grande bellezza (2013) de Oscar won voor de beste buitenlandse film, ervoor gekozen heeft zijn werk via verschillende media te verspreiden. Een mogelijk antwoord zou Sorrentino’s eigen verklaring kunnen zijn voor het feit dat de film Youth geen prijzen in de wacht sleepte in Cannes: het is een kleine film die in de eerste plaats gaat over gevoelens. Dat klinkt als een roman.
  
We bevinden ons in een luxe hotel in de Zwitserse Alpen waar twee vrienden van rond de tachtig, Fred en Mick, verblijven in het gezelschap van uitzonderlijke hotelgasten – onder hen een wereldberoemde Zuid-Amerikaanse voetballer, Miss Universe en de knappe Hollywoodster Jimmy Tree. Fred Ballinger is een componist wiens faam verbonden is met de Canzoni piacevoli, een werk dat hij om sentimentele redenen zelf liever zou vergeten. Bestaansrecht ontleent de eenvoudige melodie, die het publiek tot tranen roert, aan Freds grote voorbeeld, Strawinski, die het modernisme de rug toekeerde en zijn simpele muziek verdedigde uit liefde voor het verleden. Mick Boyle is een regisseur die samen met een groep jeugdige scenarioschrijvers de laatste hand legt aan zijn ‘sentimentele, intellectuele en morele testament’, Lultimo giorno della vita. In de filmversie worden deze heren gespeeld door de coryfeeën Michael Caine (Mick) en Harvey Keitel (Fred). 
  
In de gesprekken die ze voeren in en rondom het hotel – roman en film respecteren grotendeels de eenheid van tijd, plaats en handeling – draait het voornamelijk om jeugd, ouderdom en de dood. En wanneer het hoogdravend wordt, fluiten de vrienden elkaar onmiddellijk terug, ze zoeken geen toevlucht in grote metaforen. Ze wisselen informatie uit over plassen en prostaat, over hun tegelijk volmaakte en mislukte ouderschap: Micks zoon Julian en Freds dochter Lena zijn beiden mooi en getalenteerd, maar Julian laat Lena zitten om de banale reden die ook henzelf in de armen van vele vrouwen dreef: seks. Fred laat zijn ingewanden schoonspoelen maar zijn moedervlekken laat hij niet verwijderen: ze herinneren hem aan iets fundamenteels, namelijk dat zijn leven ‘vol vlekken zit’   
  
Soelaas vinden de ze twee oude rotten in hun metier, Fred als componist in het toevallige samenspel van koebellen, cicaden en een vogel, en Mick als filmmaker in de plotselinge verschijning van een paard:   
  
‘Fred heeft zijn ogen nog steeds dicht en glimlacht in zichzelf. Voor het eerst zien we een gelukkig mens voor ons. Door de beschikbare geluiden te selecteren, doet hij in gedachten iets wonderbaarlijks. Hij componeert. [...] Dan doet Mick het enige wat hij kan: hij houdt zijn handen tegen elkaar zoals regisseurs dat doen, om er een soort filmkader mee te simuleren. Hij knijpt een oog dicht en volgt door het vierkant van zijn vingers het panorama van het schitterende paard dat daar draaft.’ 
  
De poëzie van het scheppen wordt hier gepresenteerd als het resultaat van een professionele houding en biedt geen uitweg naar iets hogers maar eerder naar iets gecompliceerds en tegelijkertijd heel eenvoudigs: het draaglijk maken van de vergankelijkheid. Treffend is wanneer Mick zich het gelukkigste moment van zijn jeugd meent te herinneren, de dag waarop hij leerde fietsen. Fred vult hem onmiddellijk aan: daarop volgde het moment van zijn eerste val veroorzaakt door hoogmoed. Op hetzelfde ogenblik verschijnt een elfjarige jongen die met een ‘verbluffende achteloosheid’ op één wiel rijdt. Verrukt verklaart Mick dat hij en Fred nooit zullen sterven. Later zal Fred van Micks arts te weten komen dat het leren fietsen verband hield met diens platonische jeugdliefde, Gilda Black. Er bestaat een pijnlijk contrast tussen scheppen dat toekomstgericht is en louterende emoties kan wekken bij de beschouwer, en op het verleden geprojecteerde verlangens die de ‘vlekken’ of het besef zijn van een voortgaand proces van verlies en imperfectie. Jimmy Tree, de jonge acteur die in het hotel verblijft om een rol in te studeren en alles om hem heen gadeslaat, weet deze paradox mooi te verwoorden met een citaat van Novalis: ‘Ik ben altijd op weg naar huis, altijd naar het huis van mijn vader’.   
  
Jimmy voert met Fred een conversatie over lichtvoetigheid, die enerzijds iemands populariteit eens en voor altijd vast kan leggen en anderzijds de afwijking biedt om te ontsnappen aan de zwaartekracht van het verleden. Zo weet een meisje van dertien eindelijk de Californische acteur te verlossen van zijn Mister Q-imago, de metalen robot die hij ooit speelde, door hem te herinneren aan zijn rol van jonge vader die tegen zijn zoon verklaart dat hij geen vader voor hem geweest is omdat hij dacht daar niet geschikt voor te zijn: ‘Op dat moment begreep ik iets heel belangrijks. [...] Dat niemand, op de hele wereld, vindt dat hij ergens geschikt voor is. Dus dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Ciao’ 
  
Het draait allemaal om gevoelens, beweert Mick tegen Fred: ‘Jij zei dat emoties worden overschat, maar dat is flauwekul. Onze emoties zijn alles wat we hebben’. Een tegelijkertijd fatale als reddende conclusie. Fataal voor Mick, die sterft als een ‘figurant’ en zonder testament, en reddend voor Fred, die een nieuw leven schenkt aan zijn Canzoni piacevoli. Een uitweg die hem geboden wordt door de combinatie van een uitspraak van Mick – trouw blijf je aan het verleden met de moed om er soms ontrouw aan te zijn – en wederom een onverwachte gebeurtenis: een van koers geraakte parachutist die pardoes tussen de koeien landt. De bijtende combinatie van weemoed, lichtvoetigheid en ironie weet Sorrentino in zijn films te treffen met clowneske mimiek, visionaire fotografie en in scène gezette muziek. In de roman vinden we deze mix terug in de vorm van een script dat de bouwstenen biedt waarmee de lezer zijn eigen film of compositie kan samenstellen. Uiteindelijk staan de schepper en diens nutteloze tragiek in dienst van de beschouwer.   
  
Amsterdam : De Bezige Bij, 2015, 205 p. Oorspr. titel La giovinezza. Vert. Els van der Pluijm. ISBN 9789023497660 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Antigone in Molenbeek

Stefan Hertmans

De vrouw met het rode haar

Orhan Pamuk

Een zachte hand

Leïla Slimani

Hotel Moederland

Yusuf Atılgan

Zuivering

Tom Lanoye

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 10, NOVEMBER 2017

Brobot

James Foley

Helemaal aan de rand van mij, ben jij

Agnès de Lestrade, Valeria Docampo (ill.)

Twintig parels

Ed Franck, Martijn Van der Linden (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri