Nederlands proza

BOEKEN NR. 5, NOVEMBER 2015

Saskia De Coster: Wat alleen wij horen

door Wim Naeyaert

In Wat alleen wij horen dartelt Saskia De Coster verder op het elan van haar succesroman Wij en ik. De schrijfster houdt ons een kleurrijke mozaïekvertelling voor over de bewoners van het Atlasgebouw. Atlas droeg de wereld op zijn schouders; ook dit gebouw vormt de ruggengraat van het verhaal maar het einde lijkt in zicht. De Firma, vage eigenaar van dit appartementencomplex, wil het gebouw slopen en dringt aan om de bewoners te laten verhuizen.
 
Het aftellen is begonnen: elk hoofdstuk herinnert de lezer eraan hoeveel tijd het gebouw met zijn talrijke inwoners nog rest. Lineair en teleologisch zoomen we in op deze honingraat en ontmoeten we de alleenstaande moeder Melanie die zich verzet tegen De Firma. Haar zoontje Claus verbeeldt zich een aanstekelijk universum om de onbevattelijke wereld het hoofd te kunnen bieden. Het oude koppel George en Abi vechten dan weer tegen de oprukkende nevel die zich over Georges brein verspreidt. Erin, niet toevallig schrijfster, verliest haar focus door de liefde en zal moeten kiezen tussen de solitaire pen en de mysterieuze Lou. Er wordt met uitgekiende penseelstreken een portret geschetst van de bewoners waarbij verbeelding een centrale plaats inneemt en vaak symbolisch wordt gecontrasteerd om zo iets groters aan te raken:
 
‘Hoe schattig en bescheiden, hoe gewelddadig en onverbiddelijk, hoe theatraal en kitscherig iedere droom afzonderlijk ook mag zijn, als je alle dromen uit het Atlasgebouw opstapelt, nemen ze veel plaats in, zoals vele flinterdunne bladzijden samen een dik boek vormen. En die dikke boeken maken op hun beurt deel uit van een hele bibliotheek.’

Een ander goed voorbeeld van de rol van verbeelding is het voortdurende gepiep die enkel de bewoners lijken te horen; de massahysterie gaat aan de buitenstaanders voorbij.
 
Saskia De Coster strooit kwistig met originele beeldspraak om zo de kleine leventjes van de bewoners van het Atlasgebouw bijzonder treffend te schetsen. De korte opeenvolging van de verweven stemmen stuwen de lezer vooruit. Voor de duur van het verhaal richt ze een gemeenschap op die louter door het gebouw verbonden is:
 
‘Overal rond haar woedt de strijd tegen de tijd. Iedereen gaat uitzwermen, en nu dus ook haar verhaal. Nog vier maanden zal ze zichzelf geven. Net zo lang als het Atlasgebouw nog te leven heeft. Tot dan krijgt ze de tijd om het verhaal uit dit gebouw te bevrijden, voor het neergehaald wordt en eindigt in puin.’
 
Door de rake observaties die ogenschijnlijk moeiteloos uit De Costers pen vloeien, is het als lezer aangenaam vertoeven in het Atlasgebouw.
 
Amsterdam : Prometheus, 2015, 317 p. ISBN 9789044628548  

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri