Nederlands proza

BOEKEN NR. 5, NOVEMBER 2015

Peter Buwalda: Van mij valt niks te leren

door Tom Rummens

Er zijn veelbelovende debuutromans en er zijn debuutromans die zo verpletterend goed zijn dat de schrijver ervan schijnbaar nog slechts als een verlamd konijn kan zitten staren naar de vrucht van zijn arbeid. Bonita Avenue van Peter Buwalda is een debuutroman van het tweede soort. Vijf jaar geleden gepubliceerd inmiddels, maar vergeten allerminst: het is een boek dat zelfs de meest rabiate literaire geheelonthouders voor zich weet te winnen. Terwijl Buwalda volop zit te pennen aan de opvolger (de eerste paar honderd van de uiteindelijk zevenhonderd pagina's tellende turf zouden volgens de schrijver inmiddels geschreven zijn), publiceert De Bezige Bij nu een selectie uit de columns die Buwalda voor de Volkskrant schrijft. In Van mij valt niks te leren (her)ontdekt de lezer Buwalda als een columnist die de wereld onverdroten te lijf gaat, recht door zee, moedig en toch ook enigszins hulpeloos strijdend.
 
Buwalda levert die strijd tegen de dingen overigens niet alleen. Partner in crime is Suzy, zijn levensgezellin. Ze komt nooit actief voor in Buwalda's columns maar als klankbord vervult ze een grote rol. Bijvoorbeeld als de schrijver niet één of vijf jazzplaten heeft gekocht, maar gelijk een heel oeuvre: ‘de drieënvijftig Miles Davis cd's die amazon.be me de afgelopen weken als een trouwe sint-bernard is komen brengen’. De vermoeide en tegelijk bezorgde blik van Suzy krijg je er dan gratis bij, al is hij natuurlijk volstrekt onbetaalbaar.
 
Ook Willem Frederik Hermans krijgt meer dan een bijrol in Buwalda's korte stukjes. ‘Over Hermans,’ schrijft Buwalda, ‘kende ik de anekdote dat hij in zijn essaybundels registers opmaakte waarin hij voor de grap ook zijn vijanden opnam, jij en jij, op pagina zus en zo, zonder dat ze daadwerkelijk in de tekst voorkwamen. Hermans genoot bij de gedachte dat die sukkels in boekhandels zouden gaan staan bladeren, tevergeefs, nogmaals kijken, ja, daar staat-ie, mijn naam, en nóg een keer bladeren, en ook de bladzijden eromheen, maar nee, niks, wat raar en ergerlijk, zou het dan bladzijde 18 zijn in plaats van 81?’.

Buwalda's columns worden voortgedreven door dit soort passages, door de humor, de tristesse, de jongensachtige kolder. Maar diep vanbinnen rust er ook veel eenzaamheid in deze korte stukjes: net als wij allemaal spartelt de schrijver door de wereld als was het een aquarium vol mogelijkheden, een vat vol tegenstrijdigheden. Net als van ons allemaal valt er van Buwalda inderdaad niks te leren, behalve dan dat humor een verdomd adequaat middel kan zijn om er toch nog iets van te maken. Buwalda's leven, zoals hij het neerschrijft in zijn columns, is een niet aflatende poging om de waan van de dag te vatten in woorden en in grapjes, in verontwaardiging en uiteindelijk toch ook in berusting, omdat Buwalda zelf ook wel weet dat hij in die grote boze wereld maar een kruimel is, ondanks Miles Davis, ondanks Willem Frederik Hermans, en zelfs, wie had dat durven denken, ondanks Suzy.
 
Amsterdam : De Bezige Bij, 2015, 216 p. ISBN 9789023494669 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri