Poëzie

Lucienne Stassaert: Nabloei

door Dirk De Geest

Lucienne Stassaert stond lange tijd bekend als een postexperimentele en dus moeilijke dichteres, iemand die de ontregeling van de taal niet schuwde en tuk was op surrealistisch aandoende beelden. Die eigen stijl heeft ze nooit achter zich gelaten, maar in haar recente werk is zij toch geëvolueerd naar een bijzonder leesbare en tegelijk blijvend intense zegging. Nabloei vormt daarvan een voortreffelijke illustratie. Stassaert is zich bij uitstek bewust van haar kwetsbaarheid en van de nakende dood. In meer dan een opzicht kan men deze bundel trouwens lezen als een soort poëtisch testament. Die onafwendbaarheid staat echter tegenover het besef dat elke dag een geschenk is, een soort van ‘nabloei’. Daardoor is deze bundel in feite optimistisch van toon. De dood wordt niet als bedreigend ervaren, maar als een soort overgang; sommige beelden spreken van vloeien, andere van stil verdwijnen of van de grens van een blad papier of een geschreven boodschap. In die zin gaat het meer om een doorwerken van het vitale principe dan om een opheffen ervan; de individuele mens is niet meer dan een kleine schakel in een veel groter kosmisch verband. Daarom is het ook geen toeval dat in deze bundel voortdurend wordt verwezen naar het licht, naar de groei en de seizoenen, naar beelden die aan de natuur zijn ontleend.
Beklemmend is vooral de wijze waarop Stassaert verleden en toekomst met elkaar verbindt. Vanaf het eerste vers maakt ze een stand van zaken op, om vervolgens haast naadloos over te schakelen naar een vastberaden toekomst: ‘Ik heb de tijd in veiligheid gebracht […] Ik heb de dag bedolven onder een laag sneeuw […] Ik volg het zeilen van nieuw maanlicht’. Dat vitalisme leidt er zelfs toe dat de werkelijkheid wordt omgekeerd: de dood verschijnt als een terminale patiënt die in quarantaine wordt geplaatst. Tegenover het leren loslaten staat daarom ook het blijvend vasthouden aan de werkelijkheid, niet in de vorm van grote idealen maar vooral in de vorm van concrete details. Halfweg de bundel staan trouwens gedichten die expliciet zijn opgedragen aan geliefden (ook de bekende poes!) en nadrukkelijk als een soort van afscheid zijn bedoeld.
Nabloei is in sommige opzichten nog steeds typisch Stassaert: de beelden zijn vaak sterk visueel en suggestief, en de retoriek van de taal wordt bewust aangewend. Tegelijk is deze bundel bijzonder leesbaar en vooral herkenbaar. Van banaliteit is echter nergens sprake. Integendeel, de gedichten winnen bij het herlezen aan diepgang en intensiteit. Een bundel om te koesteren.

Lucienne Stassaert, Nabloei, P Leuven, 2013, 45 p., € 15. ISBN 9789491455339. Distributie: Uitgeverij P

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2013

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri