Vertaald proza

M. Karagatsis: Kolonel Ljapkin

door Jan Baes

‘Fogel had van de school een circus gemaakt, met deze hier gaat het een kazerne worden. Let op mijn woorden!’ We bevinden ons in de leraarskamer van de Landbouwschool van Larissa in Thessalië, waar na de dood van de voormalige opzichter van het dekhengstenstation een kolonel van het tsarenleger, David Borisitsj Ljapkin, diens taken zal overnemen. De Oostenrijkse paardenmenner Karl Fogel had inderdaad in een circus gewerkt vooraleer hij de school zou vervoegen. Graaf Ljapkin echter was na de Oktoberrevolutie, waarbij hij al zijn bezittingen evenals zijn naaste familie was kwijtgeraakt, samen met vele andere adellijke Russen in Griekenland gestrand. Het plotse overlijden van Fogel tijdens het vrijen gaf de kolonel een onverhoopte kans op een al bij al redelijk en eerbaar bestaan, zeker omdat de welgestelde ingezetenen van Larissa deze knappe vijftiger enthousiast zullen onthalen. Tijdens een dolle nieuwjaarsreceptie — een hoogtepunt in deze roman — is de voor de gelegenheid in zijn gala-uniform geklede Ljapkin de onbetwiste ster van de avond en de daaropvolgende nacht: eerst dansmeester, dan een geducht baccaratspeler en ten slotte de zoetgevooisde zanger van nostalgische liederen op de balalaika.
Het feest eindigt traditioneel met de mannen (die het drinkgelag hebben overleefd) in de taverna’s van Filippoúpoli, een wijk waarvan de bewoners bekend zijn om de drankzucht (van de mannen) en de losse zeden (van de vrouwen). De termen ‘ouzo’ en ‘tsípouro’ (een soort grappa) waren overigens de eerste Griekse woordjes die Ljapkin zich eigen maakte. Hij gaat zich steeds meer afzonderen en met andere drinkebroers zijn in de revolutie opgedane frustraties trachten te verdrinken — vooral in de zomer, wanneer de Thessalische vlakte wordt geteisterd door de hete livas-wind, die hem zozeer doet denken aan de Oekraïense steppe. Het verleden is echter niet dood en vergeten, zoals hij dacht en zelfs wenste. Het achterhaalt hem met de ontmoeting van een oude legerkameraad die met schoenpoetsen zijn karig bestaan bij mekaar scharrelt, maar ook met nieuws van zijn vermiste broer Aleksandr en het totaal onverwacht opdagen van zijn verloren dochter Loubna — die op het moment dat alles in de plooi enlijkt te vallen, de oorzaak zal worden van de tragische afloop van deze erg knap vertelde en sensuele roman.
Veel kommer en kwel dus op het eerste gezicht, maar het wordt door M. Karagatsis (1908-1960) allemaal geschreven met een onmiskenbaar gevoel voor humor en een uitstekend oog voor het groteske van de gebeurtenissen. Met mededogen ook voor de personages. Kolonel Ljapkin (in 1933 enkel nog een lange novelle, pas in 1955 de roman die nu voorligt) vormt samen met Chimère (1936) en Junkermann (1938) een los van elkaar te lezen trilogie waarin eros een belangrijke rol krijgt toebedeeld. Ongetwijfeld schatplichtig aan de Russische traditie van het realisme — dat hij bijzonder goed kent, zoals hier blijkt — legt Karagatsis zijn eigen poëtische en magische accenten, die vooral opvallen in het laatste bezwerende hoofdstuk.


M. Karagatsis, Kolonel Ljapkin, Ta Grammata Groningen, 2013, 168 p., € 19,5. ISBN 9789081937030. Vert. door Hero Hokwerda. Distributie: Ta Grammata

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2013

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri