Vertaald proza

Jean-Christophe Rufin: Compostela

door Jan Baes

De Camino, ofwel de pelgrimstocht naar Santiago de Compostela, gelegen in het Galicië van de heilige Jacobus, is allang geen religieuze bedoening meer, maar een passie waaraan jaarlijks honderden liefhebbers zich overgeven te voet of met de fiets (maar dat is minder streng in de leer). Zoals de Franse schrijver Jean-Christophe Rufin ervaarde, is het niet de wandelaar die de Camino maakt, maar de Camino die in het leven van de wandelaar binnendringt. Na de beproeving van honderden kilometers wegen en paden is men, naar zijn zeggen, een ander mens geworden.
De afstand en de tijd die er voor moet worden uitgetrokken zijn dusdanig dat alleen de echte doorzetters het eindpunt halen, het Obradoviaplein met de indrukwekkende gotische basiliek. Maar vooraleer de kathedraal binnen te treden moet men eerst aansluiten in de lange rij van pelgrims die in het gemeentehuis hun compostela komen ophalen. Het is het officiële bewijs dat ze de Camino hebben gelopen (minstens honderd kilometer, maar veelal meerdere honderden), wat moet worden aangetoond aan de hand van de credencial, een soort geloofsbrief die toegang geeft tot de talrijke gastverblijven onderweg en telkens moet worden afgestempeld.
De nu zestigjarige Rufin, medestichter van Artsen Zonder Grenzen, diplomaat, ex-ambassadeur en als schrijver opgenomen in de Académie française, was niet direct het soort man die met rugzak en kampeeruitrusting Parijs zou verlaten om in Hendaye van start te gaan op weg naar Compostela. En dan nog wel via de kustweg, de Camino del Norte, die de reputatie heeft de moeilijkste route te zijn. Een totaal anachronistische onderneming die van de wandelaar binnen de kortste keren een landloper maakt, omdat hij vanaf nu genoegen moet nemen met het sobere en harde bestaan van de voetganger, slapend in zijn eigen tentje of op een gammel bed in een herberg, eten wat de pot schaft of zelf zijn kostje koken op een campingvuurtje. In weer en wind, regen of blakende zon, langs wegen die niet allemaal even pittoresk zijn. Doorheen Baskenland en San Sebastián, 'een bron van verrukking', met een nacht in het Zenaruzzaklooster, waar de geile broeder Gregorio de lakens uitdeelt. In Guernica, waar de voeten dringend verzorging vereisen. In Bilbao, waar een morele inzinking bijna een einde maakt aan de reis. Doorheen Cantabrië vervolgens, dat als eentonig en asfaltrijk wordt ervaren — op San Vincente na, 'waar het heden eeuwigheidswaarde krijgt'. Doorheen Asturië en in het spirituele hoogtepunt dat Oviedo heet, om ten slotte in Galicië te eindigen voor de laatste honderd kilometer, vertrekkend van het Romeins omwalde Lugo, waar zijn Ethiopische vrouw hem komt vervoegen. Ze wil ook graag een compostela in de wacht slepen en de zoete geur opsnuiven die via een reusachtig wierookvat, de botafumeiro, door de hele basiliek wordt geslingerd.
Het merkwaardige in dit met de nodige humor en zelfs ironie geschreven verslag, is de onderliggende ernst die de auteur langzaam bekruipt naarmate zijn tocht vordert en die hem vrijwaart van stilistisch vertoon of compositorische trucjes. Het boek is ongewoon gewoon en misschien is dat wel zijn grootste charme.


Jean-Christophe Rufin, Compostela, De Bezige Bij Antwerpen Antwerpen, 2014, 239 p., € 19,99. ISBN 9789085425748. Vert. van: Immortelle randonnée door Katelijne De Vuyst. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri