Vertaald proza

Jonas Jonasson: De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje

door Freek Adriaens

Uit Scandinavië waaien de laatste jaren wel vaker romans over als De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje, de nieuwste roman van Jonas Jonasson, die ook bij ons immens populair werd met De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween. Verhalen waarin absurde intriges centraal staan, liefst gesitueerd in een realistisch geschetst milieu, zijn blijkbaar een succesformule in het hoge Noorden — denk maar aan de kolder van de Fin Arto Paasilinna, de recente pseudohistorische roman Het geheim van onsterfelijkheid van de Noor Gabi Gleichmann, of de half fantastische, half historische verhalen van de Zweed Carl Johan Vallgren. Liefhebbers van het genre zullen er genoeg zijn, maar wie vindt dat vindingrijkheid ook ergens over mag gaan, zal zich met grote moeite door het werk van Jonasson worstelen. Het is duidelijk dat er grote thema’s in De ongelofelijke avonturen vervat zitten, zoals fundamentalisme en racisme. Het begint ook allemaal wel aardig, met een meisje dat in Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid geen ander toekomstperspectief heeft dan een leven lang latrines uitscheppen. Al snel neemt de verbeelding het echter volledig over en meent Jonasson vooral op de lachspieren te moeten werken. Het resultaat is een knettergek, maar zelden amusant verhaal over een toiletjuffrouw die haar bovennatuurlijke intelligentie aanwendt om haar slavendrijver, een kernfysicus, een atoombom afhandig te maken. Het kernwapen belandt door een noodlottige samenloop van omstandigheden in Zweden, waar de toiletjuf asiel heeft aangevraagd en verliefd wordt op de helft van een eeneiige tweeling. De andere helft draagt dezelfde naam als zijn broer en is een vurig republikein die een aanslag op de koning beraamt. Een van de vele dramatische wendingen van de roman is het moment waarop de antiroyalist uit een crashende helikopter springt en heel toevallig terechtkomt op het dak van zijn eigen huis, waaronder de atoombom verscholen is, maar gelukkig wordt bedolven onder een hele hoop kussens die ervoor zorgen dat hij er enkel met de schrik van af komt. Verder komen ook de koning en de eerste minister van Zweden prominent in beeld, net als de president van China, de Israëlische Mossad, de Zuid-Afrikaanse president Botha. Allemaal worden ze overtroefd door de krankzinnigheid van de hoofdpersonages. Jonasson doet zo zijn best om grappig te zijn dat hij al snel gaat vervelen. Hij ironiseert zijn eigen verteltrucjes wel, door vooruit te lopen op nog onwaarschijnlijker gebeurtenissen en af en toe expliciet de vraag te stellen of het nóg gekker kan, maar die aanzet tot ironie is een iets te zwakke poging om de roman net dat tikkeltje interessanter te maken. Het geheel is bezwaarlijk geslaagd te noemen, net omdat er zo geforceerd op de intrige wordt ingezet. Er zit wel ergens een dubbele bodem in De ongelofelijke avonturen, maar die bezwijkt onder de slapstick. Jonasson zal in zijn volgende roman wat sterker uit de hoek moeten komen om te bewijzen dat zijn succesvolle debuut geen eendagsvlieg was.

Jonas Jonasson, De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje, Signatuur Utrecht, 2013, 351 p., € 19,95. ISBN 9789056724542. Vert. van: Analfabeten som kunde räkna door Corry Van Bree. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2013

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri