Nederlands proza

André Klukhuhn: De trip naar het morgenland

door Hugo Van Hoecke

Bij onze noorderburen heeft André Klukhuhn, een kranige zeventiger intussen, redelijk wat faam vergaard met zijn wetenschappelijke werken, waarin hij de relatie aftast tussen filosofie, wetenschap, kunst en godsdienst. Daarin betoogt de man dat wetenschap en kunst twee verschillende, doch complementaire pogingen zijn om de werkelijkheid te benaderen. Dit bracht hem vervolgens, naar eigen zeggen, tot een nieuw inzicht: het besef dat hij tot dan toe, ingevolge zijn vorming als wetenschapper, 'uitsluitend zijn linkerhersenhelft had gebruikt' — die waar de rationaliteit zich ontplooit, met wetenschappelijke wetmatigheden als output — terwijl de 'rechterhersenhelft' — waar kunst en intuïtie tot stand komen — geatrofieerd op de achtergrond bleef. En dus besloot hij, in de herfsttij van zijn jaren, dat deze omissie rechtgezet moest worden en dat hij dus ook maar eens een roman moest schrijven die enig licht zou werpen op 'hoe het voelt om te zijn'. Zodoende ontstond De trip naar het morgenland, het autobiografisch relaas van zijn anti-autoritaire jeugdjaren in de jaren zestig en daarna, toen het hippiedom met zijn verheven idealen inclusief uitwassen hoogtij vierde. Samen met de andere blowende stelletjes uit zijn woongemeenschap kocht Klukhuhn een overjarige boot en trok daarmee via de Vlaamse en Franse kanalen naar het zuiden van Frankrijk, in de hoop daar een glimp van de ideale wereld te ontdekken. Er wordt redelijk wat heisa gemaakt, maar net zomin dáár als later bij de terugkeer in Amsterdam ligt die ideale wereld voor het grijpen.
De trip naar het zuiden — waar het verhaal, gezien de titel, toch om draait — wordt halverwege het boek doorkruist door een intermezzo van enkele hoofdstukken waarin de auteur al dan niet relevante anekdoten oprakelt omtrent zijn jeugd in oorlogstijd, zijn nozemjaren en eerste seksuele ervaringen, waardoor de spanning grotendeels wegebt. Na dit intermezzo wordt de eerdere draad weer opgepakt. Er volgen nog enkele avonturen in het zuiden, maar de spirit is er duidelijk uit. Dat de boot uiteindelijk naar de bodem van de mediterrane baai verhuist en helemaal verloren gaat, kan dus enkel symbolisch heten en wordt ook zo aangevoeld. Einde verhaal? Nee, het levensverhaal gaat verder in Amsterdam en vervelt tot zoiets als ‘memoires van een opgroeiende jongeman die op weg is om het te maken’: hoe Klukhuhn zijn universitaire promotie afhaspelt, zijn eerste baan krijgt, zijn wetenschappelijk werk opzet… Hier is niet langer sprake van een roman, maar van een autobiografie — ook al verschuilt de auteur zich al die tijd achter zijn alter ego Tobias Hirschfelder. Als De trip naar het morgenland ondanks zijn verwarrende constructie toch onderhoudend kan heten, dan dankt het die kwaliteit grotendeels aan het soort speelse luchtigheid dat wordt aangehouden en dat perfect overeenstemt met de hippe naïviteit uit die dagen.

André Klukhuhn, De trip naar het morgenland, Prometheus Amsterdam, 2014, 233 p., € 17,95. ISBN 9789044625868. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri