Nederlands proza

Jan Siebelink: De blauwe nacht

door Jooris Van Hulle

In 1977 publiceerde Jan Siebelink Tegen de keer, zijn vertaling van de in 1884 verschenen roman A rebours van J.-K. Huysmans. Het is bekend dat Siebelink de dag dat hij zijn vertaling inleverde bij zijn uitgever, ook zijn eerste verhaal schreef, ‘Witte chrysanten’. Het was meteen de aanzet van wat in zijn oeuvre, naast zijn ervaringen als leraar Frans, het hoofdthema zou worden: de band met de vader en diens slaafse onderworpenheid aan de voorschriften van de godsdienst waartoe hij zich geroepen (lees: uitverkoren’) voelde. Het thema zou uiteindelijk de roman Knielen op een bed violen opleveren. De sporen van Siebelinks eerste literaire verkenningstochten rond J.-K. Huysmans en het decadentisme van het fin-de-siècle duiken nadrukkelijk op in de recente roman De blauwe nacht. Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig: ‘onder de oppervlakte van het aangename Parijse leven hing koortsachtigheid en onrust.’ Er is de Algerijnse kwestie, de stad wordt geteisterd door bomaanslagen van het OAS en een verziekt politiek klimaat waarin voor- en tegenstanders van de Algerijnse onafhankelijkheid regelrecht tegenover elkaar komen te staan. De titel van de roman verwijst naar ‘la nuit bleue’, de uitdrukking die gebruikt werd om de terroristische aanslagen op boulevard Sébasto en Boul’ Mich onder de aandacht van de Parijzenaars te brengen. Het blauw – merkwaardig genoeg de kleur van de rust – keert ook in tal van andere scènes en binnen een andere context voortdurend terug. De hoofdfiguur, Simon Aardewijn (voor de Fransen: ‘Vinterre’), heeft zich met zijn gezin teruggetrokken in Médan, een dorp niet zo ver van Parijs, waar hij de woning betrekt die Emile Zola ooit liet bouwen als gastenverblijf. De symboliek is overduidelijk: voor Aardewijn, die aan een proefschrift werkt over het fin-de-siècle zoals Huysmans het verwoordde, is niet Zola, maar ‘A rebours’ (letterlijk: ‘tegendraads’) de motor geweest die naar de moderniteit moet leiden. Zijn leidraad daarbij: decadentie als een queeste naar een zinvol geordende wereld. Tegen het licht van deze ‘literaire’ zoektocht, die zoals zal blijken voor Simon vooral een zoektocht naar zichzelf is, ontwikkelt Siebelink – ook al in de geest van de ‘bevrijdende’ jaren zestig – de erotische en seksuele ontwikkeling die Aardewijn doormaakt. Hij begint een relatie met de vrouw die hem na een aanslag op een terras heeft bijgestaan, hij laat zich verleiden door de vrouw van zijn promotor, hij koestert zelfs een oningevuld blijvend incestueus verlangen naar zijn dochter Elsa. Binnen deze laag van de roman raakt Siebelink het postmoderne thema aan van de verhouding tussen literatuur en werkelijkheid, tussen wat Aardewijn op zeker moment noemt ‘een geraffineerd brok werkelijk leven’ en het besef dat ‘dit heel wat meer was dan hij ooit zou kunnen vangen in een academisch geschrift.’ In een weer sterk symbolisch geladen sneeuwscène, die de roman cyclisch omvat, wordt gesuggereerd dat Aardewijn in een soort metawerkelijkheid terechtkomt en de dood overstijgt. Vandaar de slotzin van de roman: ‘Simon Aardewijn zou de dood niet zien.’ Met De blauwe nacht is Jan Siebelink erin geslaagd zijn persoonlijke werdegang, die voor hem voor eens en altijd verbonden blijft met zijn grote voorbeeld Huysmans, overtuigend in kaart te brengen.

Jan Siebelink, De blauwe nacht, De Bezige Bij Amsterdam, 2014, 316 p., € 19,9. ISBN 9789023485018. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri