Nederlands proza

Wim Kayzer: De laatste tafel

door Katja Feremans

Wim Kayzer kennen we van zijn spraakmakende televisie-interviews, waarin hij peilde naar het doen en denken van vermaarde wetenschappers, filosofen en kunstenaars. Voor zijn laatste serie Van de schoonheid en de troost vroeg hij hen welke van hun herinneringen en verwachtingen groter waren dan hun verdriet. Rond diezelfde thema’s cirkelen de bespiegelingen van de obsessief schrijvende ik-figuur in De laatste tafel.
Een negenenvijftigjarige deeltjesfysicus heeft nog twee dagen alvorens hij onder het mes moet. Een gigantisch aneurysma is in zijn hersenstam vertakt en moet met spoed verwijderd worden omdat het zijn lichaamsfuncties een voor een lam begint te leggen. De kans dat de man de ingreep ongeschonden doorkomt, wordt op hooguit enkele procenten geschat. Veel verwachtingen durft hij dus niet meer te koesteren. Het valt hem ongemeen zwaar dat nu het vooruitzicht wegvalt om ooit nog per vooroorlogse stoomlocomotief met linoleumvloer en dikbuikkachel door de besneeuwde heuvels van Budapest te sporen, en daarbij in halfbeschonken toestand de balans op te maken van wat er toe doet in het leven, samen met zijn beste vriend András, een gewezen kosmoloog die zich tot de poëzie bekeerde. Omdat hij zijn Hongaarse soulmate niet meer kan bereiken voor hij de operatietafel op moet, schrijft hij hem twee etmalen lang non-stop een brief om de paniek te bezweren.
Wat er voor de verteller toe deed? De liefde en de superieure poëzie van de deeltjesfysica. Nochtans, nadat de Joodse Sarah dertien jaar geleden plots uit zijn bestaan verdween, heeft hij de liefde meer gedroomd dan geleefd. Maar dat nam hij voor lief, want nergens voelde hij zich meer geborgen dan in zijn hoofd, en dan vooral in de wolk van abstracties en redeneringen die zijn theoretische vakgebied hem bood.
Zijn monoloog van meer dan vijfhonderd bladzijden leest als zijn levensbeschouwelijke testament en strookt overduidelijk met Kayzers eigen visie op het leven. Toch is het geen boek vol sluitende waarheden, want antwoorden en verklaringen zijn een en al ruis, aldus de hoofdpersoon. Om de vragen is het hem te doen, vragen over de liefde, het leven, de (on)eindigheid, de dood. En al voelt hij zich godsgruwelijk eenzaam bij de gedachte dat de wereld binnen twee dagen zal blijven draaien zonder hem, zijn aantekeningen zijn een lofzang op de dood, want zonder dood geen evolutie, zonder dood alleen maar hemeltergende herhaling van de herhaling van de herhaling.
Kayzer zuigt je vanaf de eerste bladzijde binnen in het hoofd van de naamloze ik-verteller. Wel vergt het enige volharding om hem tot het eind te volgen doorheen de kringen waar hij in ronddraait. Taai is ook zijn wereld van de deeltjesfysica. De zwaarte van deze erudiete, en ook wel enigszins protserige roman wordt hoogstens onderuitgehaald door de terugkerende conclusie van de ik-figuur: ‘Mijn leven was één groot blijkbaar’.

Wim Kayzer, De laatste tafel, Balans Amsterdam, 2014, 541 p., € 19,95. ISBN 9789460036934. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri