Vertaald proza

BOEKEN NR. 6, NOVEMBER 2015

Patrick Modiano: De ringboulevards

door Katja Feremans

In 2014 roemde het Nobelprijscomité Patrick Modiano’s gave om de meest ongrijpbare menselijke lotsbestemmingen en de wereld van de bezetting op te roepen. Ook in zijn derde roman, De ringboulevards (1972), blinkt de schrijver daarin uit.

De verteller blikt terug op de laatste grimmige maanden van de Duitse bezetting van Frankrijk: ‘Wij leefden in een “rare tijd”. Niets waar je je aan vast kon klampen. Het schoot me te binnen dat ik een vader had’. De ik-figuur was toen achter in de twintig en had zijn vader tien jaar eerder na een ‘smartelijke gebeurtenis’ uit het oog verloren. Via serveersters in Parijse theesalons, barkeepers en hotelportiers begon hij zijn zoektocht en kwam zo op het spoor van een stel nachtbrakers met wie zijn vader, alias baron Chalva Deyckecaire, omging. Wanneer hun bezigheden hen niet aan Parijs bonden, brasten ze erop los in een dorpje aan de rand van het woud van Fontainebleau.

De verteller, die zich voordeed als schrijver, boekte er onder de valse naam Serge Alexandre een kamer in het hotel waar het clubje veel tijd zoekmaakte. Dat hij door zijn vader niet werd herkend, ontlokte hem weinig meer dan de bedenking: ‘Misschien was hij in die tien jaar zelfs vergeten dat ik bestond’. Hij infiltreerde in het gezelschap in de hoop te achterhalen waarom zijn vader zich ondanks zijn joodse afkomst voor de kar liet spannen van die bende gangsters die heulden met de bezetter. De gegevens die de zoon over dit mondaine uitschot vergaarde, legde hij vast in een kaartsysteem. Centraal stonden Jean Murraille, journalist en uitgever van een dubieus weekblad; de gewezen legionair Guy de Marcheret, die op trouwen stond met Murrailles dochter; Murrailles minnares, de roodharige Sylviane Quimphe die altijd en overal in haar rijkostuum opdaagde.   
Omdat zijn vader ondanks het speurwerk ‘een vaag silhouet in het licht van een waaklampje’ bleef, besloot de verteller dan maar om dingen rond hem te verzinnen. Dat is wat er gebeurt in de tweede helft van de roman. Geregeld richt de zoon zich daarin rechtstreeks tot zijn vader. Soms lijken die passages de neerslag van een dialoog die echt plaats heeft gevonden, soms zijn het hersenspinsels. De grens tussen droom en realiteit wordt tevens vager doordat de zoon zijn vader soms vanuit een soort prenataal geheugen lijkt te benaderen: ‘Ik was in de tijd teruggegaan om u op het spoor te komen en te volgen. Welk jaar was het? Welke periode? Welk leven? Hoe was het wonderlijke feit te verklaren dat ik u kende, voordat u mijn vader werd?’ 
 
Een aantal autobiografische elementen zindert onder de oppervlakte van het netwerk dat door Modiano’s romans wordt gevormd. Dit is niet anders in De ringboulevards, waarin de echo klinkt van de eenzame en verwarrende jeugd van de schrijver, alsook van zijn vaders clandestiene praktijken tijdens de oorlog – zelfs de roze diamant die hij toen kocht, duikt ook hier weer op. 
 
Meer dan eens heeft Modiano, geboren in 1945, de bezettingsjaren een periode genoemd waarin uitzichtloze liefdes oplaaiden tussen mensen die elkaar in vredestijd nooit zouden hebben ontmoet. Zelf ziet hij zich als een kind uit zo’n noodlottige relatie. Zijn ouders keken nauwelijks om naar hem en zijn broer, Rudy. Zijn moeder, een Vlaamse tweederangsactrice die naar Parijs was getrokken, had het te druk met haar carrière. Zijn vaders aandacht ging vooral uit naar allerhande louche zaakjes, waarbij hij zich tijdens de oorlog ondanks zijn Italiaans-joodse afkomst had ingelaten met collaborateurs.

Patrick Modiano brak op zijn eenentwintigste met zijn vader. Wel is hij onder meer blijven graven naar de ware toedracht rond diens band met de in De ringboulevards terloops vernoemde Eddy Pagnon, een lid van de Franse Gestapo. Na een razzia zou die Modiano senior de hand boven het hoofd hebben gehouden. Een sluitend bewijs daarvoor heeft de auteur echter nooit gevonden. In het personage van Sylviane Quimpfe klinkt de echte Sylviane Quimfe door, met wie een kennis van zijn vader was bevriend. Deze biljartkampioene maakte ook naam als een van de protegees van de Duitsers die als de ‘Comtesses de la Gestapo’ de geschiedenis zijn ingegaan. 
 
De ringboulevards is een Modiano pur sang. Het verhaal is in een soort schemerduister gehuld, waarin de hoofdpersoon een schim achtervolgt die hem voortdurend ontglipt, er zijn de valse namen waarachter sommige personages zich verschuilen, droom/verbeelding en werkelijkheid schuiven subtiel over elkaar heen. Woorden, gebaren en gezichten krijgen door dit alles iets wazigs, de contouren van de personages worden nooit helemaal scherp, sommige mysteries blijven onopgehelderd. 
 
Amsterdam : Querido 2015, 159 p., Vert. van: Les boulevards de ceinture door Edu Borger. ISBN 9789021459219

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri