Nederlands proza

Gerdien Verschoor: De kop van Oskar Wronski

door Lukas Vanacker

De jonge baronesse Ophélia Bentinck Nyevelt van Heeckeren woont met haar ouders in een kasteel in Nederland. Om te ontsnappen uit die wereld kiest de creatieve Ophélia op haar huwelijksdag voor een nieuw leven. Ze duikt met haar bruidsjurk de IJssel in en springt op de trein naar Parijs, waar ze op de roltrap van de metro een man ziet passeren die de rest van haar leven zal vormgeven.
Odessa van Heek, want zo laat Ophélia zich intussen noemen, vindt in het Parijs van de jaren dertig onderdak bij de kunstenaar Paul Dupré, die haar geduldig de knepen van het beeldhouwvak leert. In zijn atelier ontmoet ze toevallig de Poolse kunstenaar Wronski, de man die haar eerder op de metroroltrap liet verstenen. Wronski kroont Odessa tot zijn muze, maar verdwijnt niet veel later. De charismatische Pool laat Odessa nooit meer los. Dag in, dag uit tekent ze schetsen van zijn gezicht, die ze opstuurt naar het onbestemde adres ‘Oskar Wronski, Łódz, Pologne’. Aan het eind van haar leven reist Odessa naar Łódz om het levensverhaal van ‘O’ te reconstrueren.
Gerdien Verschoor schetst het leven van Odessa van Heek op overtuigende wijze. Fijnbesnaard en met veel gevoel voor schoonheid danst Verschoor door het verhaal. Overal liggen de mooie beelden (‘Zonder iets te zeggen nam hij mijn arm, alsof ook wij een echtpaar waren’) en leuke gedachten (‘Ik haat het woord "als"’) voor het grijpen. Ondanks de soms onwaarschijnlijke passages zoals Odessa’s vlucht in haar huwelijkskleed, de decennialange schetsen van eenzelfde gezicht en het vlotte gereis door Europa eind jaren dertig, ademt het verhaal een soort aangename aannemelijkheid uit. Bovendien maken haar adellijke achtergrond (‘Ik ontstak geen lichten in het kasteel wanneer er ’s avonds op de slotgracht werd geschaatst’) maar tegelijk gekke gewoonten (ze tekent in elk museum het gastenboek vol) Odessa tot een boeiend hoofdpersonage.
De kop van Oskar Wronski is niet buitengewoon origineel, niet buitengewoon spannend en niet buitengewoon ontroerend. Het verhaal is simpelweg mooi, zeer mooi zelfs. Tot twee hoofdstukken voor het einde. Op dat moment verliest Verschoor zich helaas in een stroom van (bewust) zwakke dagboekfragmenten (genre ‘als ik dood ben’), vervelende kunsthistorische bespiegelingen over de ‘utopische ruimte’ en een oppervlakkige analyse van het statuut van de kunstenaar in het communistische Polen.

Gerdien Verschoor, De kop van Oskar Wronski, Atlas Contact Amsterdam, 2014, 171 p., € 18,95. ISBN 9789025441906. Distributie: Veen Bosch en Keuning

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri