Vertaald proza

Ljoedmila Oelitskaja: Een Russische geschiedenis

door Lukas Vanacker

Vaak wordt beweerd dat men betrekkelijk goed kan leven in autoritair geregeerde landen. Dat is best mogelijk, maar geldt vermoedelijk nooit voor burgers met een mening, mensen die opkomen tegen onrecht, kunstenaars en intellectuelen die uiting willen geven aan hun gevoelens en gedachten. Op school leerden we over de schaduwzijde van de communistische Sovjet-Unie. Een snelle opsomming: absurde bureaucratie, gebrek aan informatie, bemoeienissen door de overheid en verbanningen naar Siberië. Wie vandaag wil voelen wat dergelijke levensomstandigheden voor geëngageerde Sovjetburgers concreet betekenden, leest bij voorkeur Een Russische geschiedenis van Ljoedmila Oelitskaja. Daarin beschrijft de grande dame van de Russische literatuur het dagdagelijkse leven van intellectuelen in de Sovjet-Unie na de Tweede Wereldoorlog.
Oelitskaja schildert de toestand in de Sovjet-Unie aan de hand van de levensverhalen van drie jeugdvrienden en hun uitgebreide familie- en kennissenkring. De fotograaf Ilja, de joodse doctorant Micha en de muziektheoreticus Sanja waren op hun lagere school de kneusjes van de klas. Door hun passie voor boeken stichtten ze de ‘Liruli’s’, de Liefhebbers van de Russische Literatuur. Een inspirerende leraar maakte hen tijdens lange wandelingen door Moskou wegwijs in de geheimen van de Russische schrijvers, en bij uitbreiding het leven. Later belandden de Liruli’s alle drie in het overschouwbare ondergrondse dissidentenmilieu van Moskou. ‘Hun enige gemeenschappelijke noemer was misschien hun afkeer van het stalinisme’, schrijft Oelitskaja over die bijeenkomsten. ‘En hun lezen, natuurlijk. Hun gulzige, ongebreidelde, maniakale lezen, hobby, neurose, verslaving.’
De vrienden Ilja en Micha specialiseren zich in de verkoop van ‘Samizdat’-literatuur, de clandestien gedrukte en uitgegeven boeken in de Sovjet-Unie. Door die gevaarlijke handel komen ze snel in aanraking met de alomtegenwoordige overheid. Daar kan Oelitskaja zelf over meepraten: in 1969 verloor ze haar job als wetenschapster wegens de verspreiding van illegale Samizdat-literatuur.
Hoewel Oelitskaja pas tien jaar oud was bij de dood van Stalin in 1953, kan ze erg geloofwaardig de lotgevallen van de Russische dissidenten vanaf dat moment beschrijven. Meer dan vijfhonderd bladzijden lang beukt Oelitskaja tegen het geweten van de lezer met verhalen die bol staan van de spanning, onzekerheid en angst. Overal worden boeken verstopt: in kartonnen dozen, achter in de kast, onder de vloer en boven de wc-pot. Via buitenlandse diplomaten worden geschriften en foto’s het land binnen- en buitengesmokkeld. Wie geheime boodschappen op papiertjes schrijft om afluisteraars te misleiden, steekt de proppen achteraf in brand én onder de lopende waterkraan om zeker alle sporen uit te wissen. Een aantal beklijvende scènes wil niemand meemaken, zoals het koppel dat elkaar, wanneer de huisbel midden in de nacht vier keer rinkelt, in bed zekerheidshalve intens omarmt ter afscheid.
Op verschillende momenten duiken in het boek en passant verwijzingen op naar de constante vrees voor verklikking (‘De oude vrouw bleek een heilige, ze had hem de volgende morgen niet al aangegeven’, ‘In het voorjaar van 1971 merkte hij dat hij gevolgd werd’). Ook de ondervragingen door de KGB met de cryptische boodschappen en het cynische machtsspel van de ondervrager, zijn beklijvend. ‘Gaat u alstublieft met uw gezicht naar het raam staan’, zegt een KGB-kolonel ter verwelkoming tegen Ilja, die aan het eind van het gesprek beseft dat hij het land moet verlaten en als informant voor de KGB moet werken. ‘U moet vandaag beslissen’, besluit de kolonel droog. ‘Vandaag kan ik nog iets voor u doen.’ Uiteindelijk vluchten bijna alle intelligentsia die in het boek opduiken; wanneer niet naar het buitenland, dan in de homeopathie, in de alcohol, in een slecht huwelijk of uit het leven.
Omdat Oelitskaja dwars door al die vreselijke gebeurtenissen het absurde van de situatie inziet (‘Ze schreven naar de krant dat Lenin hun vader was en de partij hun moeder’, de gerechtelijk onderzoeker was ‘geen kannibaal en stond in zijn milieu zelfs bijna als een liberaal te boek (bij hen die dat woord kenden)’), krijgt het boek niet alleen een realistische, maar ook een onderhoudende ondertoon.
Een Russische geschiedenis bulkt van de verwijzingen naar grote Russische componisten en schrijvers (Poesjkin, Pasternak, Solzjenitsyn, Majakovski…), wat voor de minder ingewijde lezer evenwel geen belemmering vormt. De vele verwarrende namen en bijnamen van personages (Ilja, Olja, Olga, Oletsjka…) zijn eigen aan de Russische cultuur. Onduidelijk is daarentegen waarom de oorspronkelijke titel ‘De groene tent’ in het Nederlands de misleidende titel Een Russische geschiedenis meekreeg, terwijl dit boek toch wel veel meer omvat dan een banaal verhaal. Ondanks het vrij zwakke slot met de ontknoping van één familiegeschiedenis, geeft Een Russische geschiedenis een formidabele inkijk in het leven zoals het was voor tegendraadse burgers in de Sovjet-Unie.

Ljoedmila Oelitskaja, Een Russische geschiedenis, De Geus Breda, 2014, 540 p., € 29,95. ISBN 9789044519341. Vert. van: Zeljonyj sjatjor door Arie Van der Ent

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri