Nederlands proza

Marcel De Smedt (red.): Briefwisseling Stijn Streuvels 1871-1969 - Ernest Claes 1885-1968

door Manu van der Aa

Opgericht in 1972 en met tot op vandaag meer dan 1500 leden, is het Ernest Claesgenootschap ongetwijfeld het succesvolste auteursgenootschap in Vlaanderen en omstreken. Naast het organiseren van lezingen over de Zichemse schrijver, probeert het genootschap diens literaire nalatenschap levend te houden met diverse publicaties. De belangrijkste daarvan is een fraai uitgegeven jaarboek, waarin zowel heruitgaven als ongepubliceerd werk een plaats krijgen. Hoeveel er ondertussen is verschenen, is een raadsel: toen wijlen August Keersmaekers de editie uit 2004 becommentarieerde, had hij het al over het ‘zoveelste’ jaarboek; de website van het genootschap biedt evenmin uitsluitsel.
Het jaarboek 2013 bevat de volledige briefwisseling tussen Ernest Claes en Stijn Streuvels, dat is de 397 brieven en briefkaarten die in openbare en private collecties werden teruggevonden. Dat er tussen beide iconen van de Vlaamse literatuur een relatief uitgebreide correspondentie bestond en dat beide schrijvers vrienden waren, was voor de buitenwereld lange tijd onbekend. Pas vijfentwintig jaar na Streuvels’ overlijden wijdde Rudolf van de Perre er in het tijdschrift Vlaanderen een bijdrage aan, die hij besloot met de bedenking dat ‘de uitgewisselde brieven […] een meer dan oppervlakkige aandacht verdienen’. Hoewel zowel Van de Perre zelf als Marcel De Smedt sindsdien nog artikels over de briefwisseling publiceerden — onder andere in de jaarboeken van het Stijn Streuvelsgenootschap — heeft het toch twintig jaar geduurd voor de oproep van Van de Perre een adequaat antwoord kreeg in de vorm van de voorliggende editie.
Het eerste opgenomen schrijven is een verjaardagswens van Claes aan de veertien jaar oudere Streuvels, die op 3 oktober 1911 zijn veertigste verjaardag vierde. De eerste ontmoeting tussen beiden had al enkele jaren eerder plaatsgevonden en in de zomer van 1910 had Claes Streuvels ook al bezocht in diens Lijsternest. Nochtans was Claes, in tegenstelling tot Streuvels, op dat moment verre van een bekende schrijver. Hij had links en rechts al wel wat gepubliceerd, maar de grote doorbraak kwam pas in 1920 met De Witte. Toch is de toon van de brieven vanaf het begin hartelijk: Claes is bijna steeds zijn vrolijke, joviale zelf en Streuvels weet zich zelden geremd door de stroefheid die hem eigen was. Opvallend is vooral dat de literatuur helemaal geen belangrijke rol speelt in deze correspondentie. Heel vaak gaat het over de planning van wederzijdse bezoeken, gezinsperikelen, de lotgevallen van vrienden en kennissen, het werk van Claes in de senaat, de (politieke) actualiteit etc. Omdat beide schrijvers puike stilisten waren en er een goed ontwikkeld gevoel voor humor op na hielden, verveelt de lectuur sowieso nergens, maar ook voor de literair geïnteresseerde lezers zitten er enige krenten in de pap, bijvoorbeeld de hilarische brief van 11 maart 1922, waarin Claes verslag uitbrengt van de première van Herman Teirlincks toneelstuk De vertraagde film.Geregeld sturen de auteurs elkaar werk toe, al dan niet gevolgd door een bedankje met een korte appreciatie. Zo meldt Streuvels op 6 november 1920 dat hij ‘eenthoevel plezier’ gehad heeft van Claes’ novelle ‘Pastoor Munte’, maar adviseert hem meteen voor zijn ‘eigen welzijn […] eens iets vreeselijk ernstigs te schrijven, iets dramatisch of tragedisch, anders wordt gij ’t slachtoffer van uwen humor!’ Een rake opmerking, want hoewel Claes wel degelijk ernstiger dingen heeft geschreven dan verhalen à la De Witte en ‘Pastoor Munte’, is hij de stempel van humoristische, anekdotische schrijver inderdaad niet kwijtgeraakt. Wat er — samen met zijn dubieuze houding tijdens de Tweede Wereldoorlog — vast toe bijgedragen heeft dat hij in de Vlaamse literatuurgeschiedenis nooit die plaats heeft gekregen die hem op basis van zijn gehele oeuvre toekomt.
Anders dan het geval was in nogal wat oudere jaarboeken van dit genootschap, waarin vaak een heel eigen, weinig wetenschappelijke wijze van tekstbezorging gehanteerd werd, heeft Marcel De Smedt deze brieven volgens de regels van de kunst bezorgd, adequaat ingeleid en van een biografisch register voorzien. Het notenapparaat laat echter wel wat te wensen over. Om te beginnen werden de bijna 2000 noten achteraan in dit grote en zware boek opgenomen, wat de raadpleging tijdens de lectuur zelfs met de hulp van twee leeslinten heel lastig maakt. Bovendien zijn er tientallen verwijsnoten opgenomen, die niet naar andere noten maar naar andere brieven verwijzen, zodat men vaak heel wat heen en weer moet bladeren om bij de eigenlijke verklarende noot te belanden.
Niettemin verdient deze uitgave zowel vanwege de inhoud als de vorm alle lof. Ze vormt heerlijke lectuur die nieuwsgierig maakt naar meer. Aan een biografie van Ernest Claes wordt ondertussen gewerkt, nu Streuvels nog.



Marcel De Smedt (red.), Briefwisseling Stijn Streuvels 1871-1969 - Ernest Claes 1885-1968, Ernest Claesgenootschap Winksele, 2013, 340 p., ill. € 32,5. ISBN 9789063066406

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2013

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri