Nederlands proza

Mirjam Van Hengel: Hoe mooi alles

door Marjan Bex

Aan het einde van het leven van de dichter en bioloog Leo Vroman (1915-2014) kreeg redactrice Mirjam van Hengel (Querido) het mandaat om een boek te schrijven over diens leven met zijn vrouw Tineke. De innige liefde tussen Leo en Tineke, die een jarenlange fysieke scheiding omwille van de oorlog overleefde, werd geuit via brieven. Nu wordt voor het eerst inzage verleend in hun privécorrespondentie. De documenten, die in het Letterkundig Museum van Den Haag bewaard werden, vormen samen met dagboeken en gesprekken met het echtpaar de basis voor het boek. Ook put Van Hengel uitgebreid uit het literaire werk van Vroman.
Hoe mooi alles is echter geen biografie in de strikte zin van het woord. Mirjam van Hengel vond in het leven van Leo en Tineke zoveel verbanden met haar eigen bestaan en achtergrond, dat ze niet aarzelde om die nu en dan in hun liefdesgeschiedenis te verweven. De lezer verneemt bovendien hoe sommige aspecten daarvan aan Van Hengel werden verteld – de Vromans hadden sinds lang gekozen voor de Verenigde Staten als hun definitieve woonplaats, het is dan ook in Fort Worth (Dallas), in hun knusse flat op tien hoog, dat de vriendschap tussen Van Hengel en de Vromans zich ontwikkelt. Hoe mooi alles heeft dus alles in zich van een ongewoon persoonlijke biografie. En dat is het boek ook geworden: van afstandelijkheid of kritische zin is geen sprake – maar Van Hengel waarschuwt de lezer ook al van in het begin dat dat niet haar doel is. Boeiend is het wel om te lezen over die prille liefdesgeschiedenis tussen een jongeman die vooral oog heeft voor salamanders en padden, en het onzekere meisje dat pas na de vlucht van haar Joodse geliefde beseft wat ze mist en wat ze wil. Het verhaal is ingebed in het literaire leven van die tijd, waarin contacten met schrijvers als Jan Greshoff een grote rol spelen. Ook over het (oorlogs)klimaat van die tijd, en hoe dat door gewone mensen beleefd werd, verneemt de lezer meer.
Jammer is wel dat het erop lijkt dat het boek uiteindelijk te snel afgemaakt moest worden. Mogelijk speelt de verslechterende gezondheid en het overlijden van Leo daarbij een bepalende rol. Tineke lijkt steeds meer in haar eigen wereld te vertoeven, contact met haar tijdens persoonlijke gesprekken wordt steeds moeilijker, aldus Van Hengel. Dat is wellicht de reden dat wel erg vaak herhaald wordt dat Vroman zich op jonge leeftijd ‘vreemd’ (d.i. jolig) gedraagt, en dat hij er zelf van overtuigd is een genie te zijn – zonder daar overigens mee te willen opscheppen. Het is voor Leo gewoon een feit dat hij slim is en hij weet op jonge leeftijd al dat hij ooit beroemd zal worden. Een meer geserreerde stijl, waarbij zulke herhalingen werden vermeden, zou een nog beter boek hebben opgeleverd. Qua inhoud echter levert Hoe mooi alles alvast mooie en boeiende lectuur.


Mirjam Van Hengel, Hoe mooi alles, Querido Amsterdam, 2014, 325 p., ill. € 19,99. ISBN 9789021454993. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 4, APRIL 2019

Confituurwijk

Femke Vindevogel

De dood en het voorjaar

Mercè Rodoreda

De grote angst in de bergen

Charles-Ferdinand Ramuz

Een kamer met een tafel en schrijfgerei

Ivo van Strijtem

Het nabestaan van Anna Portier

Judith Maassen

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 4, APRIL 2019

De vloek van de vliegende Olifantes

Kate DiCamillo

De wolf komt echt niet

Myriam Ouyessad, Ronan Badel (ill.)

Haast

Stéphane Servant, Rébecca Dautremer (ill.)

Ik mis me. Boek bij de film Nous Trois

Wally De Doncker

Wolinoti, het houten kind

Dimitri Leue, Vanessa Verstappen (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri