Nederlands proza

Barney Agerbeek: Njai Inem

door Marjan Bex

Barney Agerbeek werd geboren in Surabaya, bracht er zijn eerste levensjaren door en keerde later terug naar zijn geboorteland om er enkele jaren als bankier te werken. Dit inspireerde hem tot verscheidene dichtbundels en één verhalenbundel (Schaduw van schijn, 2013). Nu is er de roman Njai Inem. Het jonge Javaanse meisje Inem wordt omstreeks 1930 gedwongen op de plantages van Sumatra te werken als de persoonlijke bediende (‘njai’) van een Nederlandse opzichter. Op dat moment maakt Indonesië nog deel uit van de Nederlandse koloniën. Hoewel Inem naar de afgelegen gebieden gelokt was met de belofte contractarbeider te worden, dwingen de plaatselijke verantwoordelijken haar om in te trekken bij de Europese rubberplanter. In de praktijk betekent dat dat zij hem in alles van dienst moet zijn, en dat zij dus zijn geliefde moet worden.
Barney Agerbeek geeft in zijn eerste roman beurtelings het woord aan de njai en de ‘toean’ en probeert zich in te leven in de eenzaamheid van beiden, en in het misbruik dat er jarenlang gemaakt werd van de inlanders. Het resultaat is gebalanceerd boek dat uitblinkt in de sobere maar zeer accurate en gedetailleerde beschrijvingen van de sfeer en het landschap van het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog. Zijn personages beschrijft hij met veel gevoel en nuance. Agerbeek gebruikt een uitgebreid vocabularium van Maleisische termen — hij voorziet een woordenlijst achterin indien de betekenis niet duidelijk is. Tegelijk wijst hij in een kort addendum ook op de actuele situatie van slavernij in de wereld, door de publicatie van een aantal krantenknipsels, en geeft hij een korte bibliografie van literatuur die hem inspireerde bij het schrijven van Njai Inem. Uit die bibliografie blijkt zijn belezenheid: niet alleen de verwachte Rob Nieuwenhuys (Komen en blijven, 1982, het boek waardoor de positie van de njai in Nederland meer bekendheid kreeg) en M. Székely-Lulofs (met Rubber: roman uit Deli, 1931) figureren daarin, maar bijvoorbeeld ook Pramoedya Ananta Toer met zijn de Buru-tetralogie. Pramoedya Ananta Toer wordt nog steeds gezien als een van de belangrijkste Indonesische schrijvers van de twintigste eeuw. Ook vandaag nog gelden zijn boeken als een belangrijke beschrijving van het sociale en politieke leven in het Indonesië van de vorige eeuw. Uit diens werk komen ook een aantal van de citaten die voorafgaan aan elk van de zes delen waaruit het boek bestaat. Andere aangehaalde auteurs zijn Jorge Amado en Wislawa Szymborska. Agerbeeks keuze toont een groot gevoel voor lyriek en voor het accuraat kunnen duiden van de gevoelens van zijn hoofdpersonages. Los van de sociale dimensie (een klacht tegen de onderwerping van koelies in de voormalige kolonie), en het thema van twee culturen die elkaar nooit echt zullen doorgronden en begrijpen, heeft Njai Inem dus ook een zekere poëtische kant, waarin natuurlijk de stille krachten die het eilandenrijk bevolken niet helemaal afwezig zijn.
Deze zeer indringende roman is een boek dat je niet zomaar opzij legt.

Barney Agerbeek, Njai Inem, In de Knipscheer Haarlem, 2014, 173 p., € 17,5. ISBN 9789062658640. Distributie: In de Knipscheer

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2014

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 7, JULI 2020

Brieven in de nacht

Hoda Barakat

De onvolmaakten

Ewoud Kieft

De poort

Natsume Sōseki

Het verschroeide land

Emiliano Monge

Ieder zijn eigen meer

Nenad Joldeski

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 7, JULI 2020

Dick Bruna

Bruce Ingman, Ramona Reihill

Het boek van Jongen

Catherine Gilbert Murdock, Ian Schoenherr (ill.)

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Joke van Leeuwen

Offerkind

Rob Ruggenberg

Vogel Vliegop

Julia Donaldson, Catherine Rayner (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri