Vertaald proza

Halil Gür: De babykamer

door Renée Moernaut

Zo doordrongen van magie en mystiek als de oosterse cultuur is, zo nuchter en sceptisch is vaak de moderne westerse cultuur. Halil Gür, Nederlands schrijver van Turkse origine, smeedde zijn twee culturele achtergronden samen tot een uniek ‘magisch, macrofilosofisch’ verhalenboek. Moderne Duizend-en-een-nacht-verhalen zijn het, die een onvermoede magische laag toevoegen aan het herkenbare Nederland waarin ze geplaatst werden. Magie en mystiek speelden in de kantlijn steeds al een rol in het werk van Gür, die zich sinds zijn debuut in 1984, Gekke Mustafa en andere verhalen, ontpopte tot auteur en dichter die op onnavolgbare wijze de kijk van de nieuwe Nederlander verwoordt. In De babykamer worden reïncarnatie, karma en het onderbewuste voor het eerst verheven tot hoofdthema’s. Hoe komt het dat hij nog steeds geen geluk heeft gevonden in de liefde, alsof hij vervloekt is door een donkere kracht? Hoe kan hij verklaren dat de Amsterdamse grachten hem, als vreemdeling uit het oosten, toch zo bekend voorkomen, alsof hij er in een vorig leven al eens liep? Het zijn maar twee van Gürs eigen levensvragen waarop hij antwoorden tracht te vinden in de mystiek, tijdens magische ervaringen, tochten door het onderbewustzijn of (droom)gesprekken met vrienden, waarzeggers en verwante zielen. Intussen nodigt hij de lezer met zachte dwingende hand uit ook zijn eigen leven vanuit een nieuw standpunt te onderzoeken.
Als hoofdrolspeler in de vijf verhalen schotelt Gür ons proza voor waarin de grenzen tussen fictie en non-fictie vervaagd zijn. Een rake keuze. Meer dan hij met pure fictie zou doen, slaagt de hij erin om met die persoonlijke, heel eerlijke toets (als van een dagboek) en enting van een (be)vreemde(nde) thematiek in een nabije realiteit zelfs de meest sceptische westerling te doen twijfelen en iets ontvankelijker te maken voor het mysterie van het leven. Dat Gür beseft dat zijn thematiek vaak ver staat van zijn lezerspubliek blijkt ook uit een verzorgd voorwoord met uitgebreide toelichtingen. Maar ook de verhalen zelf zitten vol ‘uitleggerige’ passages. Vooral Gürs vriend en psychiater Fred analyseert zijn mystieke ervaringen tot op het bot. Op die manier neemt Gür de lezer niet alleen impliciet, maar ook expliciet mee langs - voor velen ongetwijfeld - heel nieuwe gedachtewegen. Een uitdagend filosofisch ‘experiment’, dat echter niet aan iedereen besteed zal zijn. Jammer is ook dat daardoor zelden ruimte over is voor de eigen verbeelding en interpretatie van de lezer.
Poëzie is de taal van het hart en de geest. Het zijn de woorden van de dichter Halil Gür zelf. Gedichten uit zijn bundels zoals Stamppot voor iedereen begeleiden elk van de verhalen. De poëzie weerspiegelt telkens de thematiek van het proza en vormt op die manier bij de – vaak rationeel moeilijker te verteren – kortverhalen een gevoelsmatige voetnoot die zorgt voor directer begrip ‘in hart en geest’. Gürs taal is toegankelijk en verschilt op het eerste gezicht weinig van het proza van de doorsnee Nederlandstalige auteur. Toch klinkt zijn niet-westerse achtergrond af en toe door in een beeldtaal die anders doet kijken en die de lezer zachtjes en subtiel meevoert naar de wereld van verwante zielen die elkaar telkens weer ontmoeten in nieuwe levens.

Halil Gür, De babykamer, De Geus Breda, 2012, 250 p., € 19,99. ISBN 9789044500790. Vert. door Mark Grobbink

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2012

deze pagina printen of opslaan



ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri