Nederlands proza

BOEKEN NR. 7, DECEMBER 2015

Bert Natter: Goldberg

door Jooris van Hulle

‘Goldberg beschouwde ik als een volkomen oninteressant fenomeen. Niet meer dan een voetnoot bij Bach.’ Zo luidt het bij de aanvang van de roman Goldberg van Bert Natter. De vertellende ik-figuur is Bas Lesage (later zal hij zijn weinig commercieel klinkende naam veranderen in Sebastian Savage), die als musicoloog afstudeert op Bach en pas nadat zijn scriptie uitgegeven is en in onder meer het Duits wordt vertaald, op succes mag rekenen. Hij wordt een veelgevraagd tv-commentator en columnist. Als hij een brief ontvangt van een Duitse lezer die belangrijke brieven en documenten rond Goldberg bezit, bijt hij zich vast in de figuur van de beroemdste leerling van Bach, die volgens de overlevering zijn ‘Goldberg-variaties’ liet spelen door het wonderkind dat Goldberg zou geweest zijn.

Historisch is over Goldberg bijzonder weinig achterhaalbaar. Bert Natter maakt daar gebruik van om op de grens van fictie en waarheid de blinde vlekken in Golsbergs levensverhaal in te vullen. Wat zich mogelijk in de achttiende eeuw heeft afgespeeld in Dresden, waar Goldberg aan het Saksische hof werkzaam was en er tussen intriges en politiek gekonkel aan de bak moest zien te komen… Het wordt allemaal erg plausibel voorgesteld. Natter bespeelt zijn verhaalstof op een gedurfde manier, soms op het randje van de geloofwaardigheid. Zo stelt hij het voor dat Sebastian Savage in Dresden de levende Goldberg ontmoet en samen met hem de turbulente tijd beleeft. Wat in het verleden kan, moet – zo moet Natter hebben gedacht – ook op de verhaallijn van het nu-moment kunnen: hij projecteert zijn verhaal over musicoloog Bas en diens familie (waarbij onder meer zijn gestorven zus Heleen een centrale rol speelt), diens liefde voor Sky en haar vriendenclubje, naar het jaar 2020: de Europese Unie is geïmplodeerd en het grote Duitsland is uiteengevallen in een handvol staatjes, ‘zoals het Saksen van weleer’. De parallellie met het achttiende-eeuwse Duitsland is meteen uitgezet, maar lijkt niet meer dan een kapstok om de ‘biografie’ van Goldberg aan op te hangen.
 
Van de lezer wordt bereidheid en vooral veel inlevingsvermogen gevraagd om de wendingen in het Goldberg-verhaal mee te volgen. Wie erin slaagt, zal geraakt worden door de sporadisch opduikende ideeën die Natter neerzet over o.m. het actuele (of toekomstige?) Dresden: ‘een prachtige stad waarin niet wordt geleefd’, of over de manier waarop alles binnen onze huidige samenleving tot fun wordt herleid: ‘De mensen juichen voor alles, de mensen vinden alles mooi, als ze maar vermaakt worden […] zolang ze maar even nergens aan hoeven denken en worden vermaakt, vinden de mensen het allang best.’ Hoe zou Goldberg hier tegenaan hebben gekeken?
 
Amsterdam : Thomas Rap 2015, 628 p. ISBN 9789400403581
 

deze pagina printen of opslaan



‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri