Nederlands proza

Piet Gerbrandy: Smijdige witheid

door Erik de Smedt

Classicus, dichter, essayist en vertaler Piet Gerbrandy publiceerde verscheidene bundels taalzwangere, geladen poëzie. Ook Smijdige witheid ziet er als een dichtbundel uit, maar in feite mengt het boek zowat alle genres: beschrijvend, verhalend en beschouwend proza, poëzie, toneel, redevoering. De zeven teksten, vier tot zes bladzijden lang, worden voorafgegaan door een Grieks of Latijns motto, dat achteraan (dat moet nu wel) wordt vertaald. Je zou kunnen spreken van variaties op een thema: de liefde. De titels, telkens een woord(groep) uit de tekst die volgt, zijn misschien poëtisch maar ook wat willekeurig. De band tussen de motto’s en de tekst is al even los; hetzelfde geldt voor het gedicht dat in de meeste stukken is ingewerkt. ‘Twee zwarte wouwen’ gaat uit van de situatie ‘Wij liggen.’ Die wordt systematisch uitgewerkt, fenomenologisch in zijn basis- en randvoorwaarden afgetast. De tekst is helder, maakt elementaire gegevens bewust waar haast nooit bij wordt stilgestaan. Cursief, en dat is bij de zeven teksten zo, wordt er steeds een zin toegevoegd die in het theater een terzijde naar het publiek zou zijn, hier bijvoorbeeld ‘Heb je ingecalculeerd dat er altijd iemand kan komen.’ Die zin wordt in de slottekst ‘Aanstalten’ overigens bewaarheid; een derde voegt zich tussen de ik en de jij. ‘Zonder kleerscheuren’ is een dialoog op het scherp van de snede tussen een ‘hij’ die een op een terrasje schrijvende ‘zij’ voor zich tracht te winnen. Het spel van aantrekken en afstoten krijgt een filosofische en poëticale inslag. Hij: ‘Schrijven duidt op verlangen naar een ander en de behoefte datzelfde verlangen zo lang mogelijk onbevredigd te laten.’ De brief aan de weggegane geliefde in ‘Ultieme troost’ varieert op Andreas Capellanus’ kijk op de hoofse liefde: ‘Hoe verder je van mij vandaan bent, des te gemakkelijker kan ik je kneden naar mijn beeld. Smijdig is de witheid en de volte van je leden. Althans zo wil ik me je herinneren.’ ‘Een steenworp afstand’ is een overwegend verhalende, dromerige en drakerige tekst, opnieuw over naderen en afstand houden. ‘Misschien heb ik gezwaaid en ben ik doorgelopen. / Ik mis je grondeloos en zonder uitzicht. / Fantoompijn om de banden van mijn stem.’ ‘Een welgeronde bol’ is een traktaat over de hechtste band: het gedicht of het samenzijn? Hier wordt geciteerd uit Boëthius’ Vertroosting waar ook de ondertitel van deze bundel naar verwijst. De tekst staat bol van pretentie, maar blijft wazig. In ‘Fluisterende lippen’ krijgen we een soort verdedigingsrede als van Socrates, maar de spreker lijkt een hedendaagse, zich in een door milieurampen geteisterde wereld bevindende en banjo spelende Orpheus. Op de eerste twee teksten en de laatste tekst na, komt deze bundel over als een weinig geïnspireerde stilistische vingeroefening, dicht bij woordenkramerij.


Piet Gerbrandy, Smijdige witheid, Contact Amsterdam, 2011, 55 p., € 19,95. ISBN 9789025436025. Distributie: Veen Bosch en Keuning

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2011

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2021

Al het blauw

Peter Terrin

De andere kant van de zee

António Lobo Antunes

De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman

Rune Christiansen

Lettipark

Judith Hermann

Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld

David van Reybrouck

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2021

Hallo nu

Jenny Valentine

Kleintje

Barbara de Wolf

Meneer Droste van het Kinderboekenmuseum

Sjoerd Kuyper, Sylvia Weve (ill.)

Op een koude winternacht

Jean E. Pendziwol, Isabelle Arsenault (ill.)

Toen ik de sterkste was

Jason Reynolds

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri