Nederlands proza

Joseph Pearce: Schoolslag

door Erik de Smedt

Een school is een samenleving in het klein die op haar beurt min of meer verbonden is met ‘de’ maatschappij waar ze jonge mensen op moet voorbereiden. Ook als ze een eiland wil zijn, ontsnapt ze niet aan de wetten van markt en strijd. Het College van de Heilige Felix van Dunway, waar de paters felixtijnen de plak zwaaien, is een erg traditionele en ronduit elitaire school. Er heerst zelfs nog het Britse systeem van ‘fagging’: de oudste leerlingen mogen bij het begin van het schooljaar een jonge leerling uitkiezen, die hun dan blindelings moet gehoorzamen. Dat laatste verwacht de schooldirectie eigenlijk ook van haar leerkrachten, die zich daar slechts zelden toe geroepen voelen. En van de leerlingen, die meestal totaal andere oogmerken hebben dan wat hun ouders en leraren van hen verwachten. Voldoende conflictstof voor een satirische roman, waarin Joseph Pearce (die zelf dertig jaar lesgaf) zijn vertrouwdheid met het reilen en zeilen in een college met elitaire faam de vrije loop heeft kunnen laten. Een sleutelroman is het niet, al leunen de opvattingen en gedragingen van de felixtijnen voor insiders wel dicht aan bij die van bijvoorbeeld jezuïeten op hun colleges. De stad waar de roman speelt, is ook moeiteloos als het multiculturele Antwerpen te herkennen. De auteur vergroot echter, zoals het een karikaturist betaamt, veel dingen uit — de felixtijnen achten zich bijvoorbeeld torenhoog verheven boven de jezuïeten — om de (on)zeden van de beschreven biotoop sterker in de verf te zetten.
De roman beschrijft het laatste schooljaar van de doorgewinterde directeur pater Evens, die zich schrap zet tegen de vernieuwingen die ‘schoolchirurg’ Lieve Kramer eindelijk in dat bestofte bastion wil doorvoeren. Als een volleerd strateeg bedenkt hij allerlei intriges waarmee hij het onheil hoopt af te wenden. Voor de jonge lerares Nederlands en godsdienst Anna Groen is het haar eerste schooljaar. Met vallen en opstaan leert ze haar naïeve idealisme om te zetten in een gedreven realisme. Ze wordt daarin geholpen (al lijkt het soms meer op het tegendeel) door haar mentor, de geschiedenisleraar Jan van Bergen, een weerspannige en cynische ouwe rot in het onderwijs die desondanks een hart voor de leerlingen heeft. De belangrijkste personages bij de leerlingen zijn de rebelse zittenblijver Jonas Meier, die worstelt met zijn geaardheid, de jonge (en gepeste) Bart van Moor, de flamboyante Gloria van den Heuvel, de domme en stokende Koen Ketels wiens vader voortdurend de school financieel steunt en de eerste allochtone leerling, de pientere Fatima Hamdaoui. De structuur volgt chronologisch alle maanden van het schooljaar, wat de herkenbaarheid verhoogt. De roman zit vol situatie- en taalhumor. Broeder Van Dam, factotum en ook nog eens spion van pater Evens, onderbreekt de lessen voortdurend om dringend berichten te laten voorlezen, wat de leraren dan steevast op hun collega van het volgende lesuur proberen af te schuiven. De gevreesde doorlichting die de school krijgt, heet ‘de Waarheidscommissie’. Bij de zowel door mevrouw Kramer als door de doorlichters geciteerde onderwijsprincipes wordt geput uit het pseudowetenschappelijke jargon van de officiële eindtermen. Het hoogdravende idealisme van de paters (en sommige leken) botst natuurlijk met hun eigen en andermans machtsspelletjes, zoals ook de totaal andere besognes van de oudere leerlingen botsen met de eisen die vakken en leerkrachten, retraites, schoolreizen en schoolfeesten aan hen stellen.
Pearce vertelt smeuïg, in doorgaans korte taferelen, en weet de talrijke verhaallijnen mooi te verweven. Dat hij zoveel facetten van het schoolleven aansnijdt, leidt wel geregeld tot oppervlakkigheid, al wordt die op microniveau gecompenseerd door overpeinzingen en replieken van personages die getuigen van inzicht. Een groter bezwaar vind ik het nogal ouderwetse taalgebruik, vooral in de dialogen. Je krijgt geregeld de indruk dat het gebeuren zich tientallen jaren geleden afspeelt, terwijl het toch in het begin van de eenentwintigste eeuw gesitueerd is. Daardoor en door die bijna preconciliaire klemtoon op de paters felixtijnen lijkt de wereld van Schoolslag, ondanks het realisme in detail, wel eens een bordkartonnen werkelijkheid.


Joseph Pearce, Schoolslag, De Bezige Bij Antwerpen, 2011, 423 p., € 22,5. ISBN 9789085421917. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2011

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri