Nederlands proza

Lucas Hüsgen: Nazi te Venlo

door Erik de Smedt

Wie deze essayistische vertelling op een willekeurige bladzijde openslaat, krijgt gegarandeerd een verkeerd beeld van wat Nazi te Venlo allemaal is. Op sommige bladzijden lijkt het een geschiedenis van de Duitse spoorwegen, op andere een reisverslag, een kritische beschouwing over Harry Mulisch’ visie op Eichmann of over de schilders Gerhard Richter en Neo Rauch, een geschiedenis van de nazitijd en de Jodenvervolging, een geëngageerde analyse van nieuw rechts en van dreigende ecologische catastrofen, elders nog een kijk op de filosofie van Leibniz en aanzetten tot een poëtica van de veelheid. De rode draad door het boek is het niet helemaal bewezen familieverhaal dat Hüsgens overgrootvader, spoorwegbeambte in Venlo, lid van de NSDAP zou zijn geweest. De auteur probeert omtrent dat verhaal zekerheid te krijgen, en dat brengt hem van de Nederlands-Duitse grensstreek steeds verder naar het oosten, tot in Berlijn, Leipzig, het vroegere Auschwitz en Wenen. Thematisch is de grootste gemene deler het zich niet neerleggen bij de geborneerde blik van het heden, in slaap gesust door (over)consumptie en amusement.
De speurtocht van Hüsgen is er vooral een naar de keerzijde van de ‘heile Welt’, de vlot functionerende wereld die ons wordt voorgespiegeld. Mensen laten zich muilkorven omwille van de veiligheid, plegen roofbouw op de aarde, trekken geen lessen uit het verleden en proberen een politiek te legitimeren die gebaseerd is op uitsluiting en uitbuiting. Zo geformuleerd, lijkt het pamflettistisch, maar dat is het boek juist niet. Voortdurend zoomt Hüsgen in op het concrete detail, de feitelijke informatie, de historische achtergrond. Zijn bronvermeldingen en bibliografie doen denken aan die van een goed geïnformeerd journalist of historicus. Zijn belezenheid en interesse kennen nauwelijks grenzen. Het tweede hoofdstuk bijvoorbeeld, op het eerste gezicht een fremdkörper in het geheel, gaat over de Koreaanse koning Yonsangun (15de-16de eeuw) die in de poëzie die hij schreef de extreem wrede daden die hij als dictator stelde verdoezelt. Poëticaal is dat het tegendeel van wat in Nazi te Venlo gebeurt. In een van de laatste hoofdstukken wijst Hüsgen op het voortbestaan van de naziconcentratiekampen in deze tijd, in Noord-Korea. ‘Nog altijd bestaan dit soort plaatsen, waar de mensen aan de mondiale desinteresse worden overgelaten. We ontvangen geen schokkende beelden van wat hen dagelijks overkomt. Ons kennen vormt een zwijgzaam oord waar alles al verdwenen is, waar onkruid woekert, juist terwijl het voortduurt.’ En in de voormalige DDR, waar neonazi’s gewiekst hun invloed uitoefenen, tekent hij op: ‘Er bestaan klaarblijkelijk mensen die de Sozialstaat Duitsland graag door de grote partijen ondergraven zien worden, terwijl zij zich in stilte afgeven met degenen die dezelfde staat met dictatoriaal oogmerk willen overnemen en hooguit een verzorgingsstaat naar etnische of culturele criteria nastreven.’
Wat dat laatste betreft, ziet hij geregeld parallellen met de uit Venlo afkomstige Geert Wilders, geen nazi maar wel iemand die uit nationale trots op enge wijze afbakent wie en wat tot de vaderlandse cultuur mag behoren. Hüsgen vraagt zich terecht af: ‘Hoort Max Havelaar daar wel of niet bij? En zo ja, in welke mate valt onder de redenen van trots Multatuli’s aldaar te boek gestelde inzet voor het gewone volk in het oude Indië? Vormt het slechts bijzaak dat hij zich als een van de grootste schrijvers inzette voor mensen die thuis het islamitische geloof aanhingen?’ Nazi te Venlo zit boordevol zulke fijnzinnige en scherpe overpeinzingen, geformuleerd in een even spitse als elegante stijl. Toch heeft het boek ook zijn zwakke kanten: geregeld pleegt de veelheid aan details een aanslag op het uithoudingsvermogen van de lezer. Nu en dan veroorzaakt de meanderende en fragmenterende compositie een gebrek aan duidelijkheid. Wie het werk van de hedendaagse schilder Neo Rauch of de dichter Dieter M. Gräf niet kent (vermoedelijk het merendeel van de lezers), krijgt het moeilijk om er zich een beeld van te vormen. Hüsgen vervalt soms in redundantie, zeker wat de geschiedenis van de overgrootvader betreft, maar soms ook in het andere uiterste: te beperkte of te verbrokkelde informatie. Het is de schaduwzijde van een boek dat veel hooi op de vork durft te nemen.

Lucas Hüsgen, Nazi te Venlo, Het balanseer Aalst, 2011, 319 p., € 22,5. ISBN 9789079202096. Distributie: EPO

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2011

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri