Nederlands proza

Armando , Trudie Favié (red.): Schoonheid is niet pluis

door Erik de Smedt

Na de Verzamelde gedichten is nu ook het proza van de artistieke duizendpoot Armando (geb. 1929) gebundeld. Armando's geladen poëzie heeft nooit het grote publiek bereikt, en dat geldt grotendeels ook voor zijn prozawerk. Een uitzondering vormen de verslagen uit Berlijn, die oorspronkelijk in 'NRC Handelsblad' zijn verschenen. Uit Berlijn, Machthebbers en Krijgsgewoel tonen Armando in het hol van de leeuw, de stad waar mensen en huizen kogelgaten vertonen. 
 
Bijna het hele oeuvre verwerkt de traumatische confrontatie van de jonge Armando met het geweld en het machtsmisbruik waarvan hij getuige was in de omgeving van het concentratiekamp Amersfoort. Het idyllische boslandschap werd in de oorlog het decor voor de gruwelijkste handelingen, die de jongen tegelijk fascineerden en afstootten. De bomen keken zwijgend toe en leefden verder: de kern van Armando's vaak geciteerde 'schuldig landschap'. Dagboek van een dader evoceert in korte fragmenten de opdracht van de schrijver om de tijd stil te laten staan, dader en slachtoffer inwisselbaar te maken, de geschiedenis op de natuur te heroveren. Net als grote delen van de poëzie treft hier de neiging tot mythische uitvergroting, die nu wat pompeus overkomt. De negen benarde verhalen van De ruwe heren fictionaliseren de verhouding tussen overweldiger en verdrukte, gebruikmakend van onverwachte omkeringen.
 
Aantekeningen over de vijand
brengen voor het eerst het understatement, de praattoon en de schijnbare naïviteit die een waarmerk van Armando's proza worden. In de autobiografische jeugdherinneringen De straat en het struikgewasworden in korte stukjes scènes van vóór, tijdens en na de oorlog bij elkaar gebracht. Wat mensen elkaar aandoen in uitzonderlijke situaties blijkt voor Armando in het verlengde te liggen van het gedoe in vredestijd. Opvallend is dat ondanks de scherpte waarmee de menselijke omgang wordt getekend, concrete referenties aan personen en het tijdskader ontbreken. Het is Armando's tactiek om in zijn literaire werk juist niet de suggestie te wekken alles objectief historiserend onder controle te hebben, maar de complexe werkelijkheid van die tijd van heel dichtbij inleefbaar te maken. De persoonlijke, columnachtige verslagen uit Berlijn, waarin hij overal sporen van het oorlogsverleden aantreft, worden afgewisseld met 'Flarden'. Hierin laat hij in monoloogfragmenten mannen en vrouwen aan het woord over hoe zij de oorlog ervaren hebben. Het onverwachte van hun stukjes levensverhaal bevestigt een basisthema uit zijn werk: goeden en slechten zijn niet duidelijk van elkaar te onderscheiden.
 
Het werk uit de jaren '90 neemt stilaan afscheid van de preoccupatie met oorlog, schuld en geweld. Voorvallen in de wildernis is een soort dagboek van een paar verblijven in het wilde Westen: Armando lijkt hier milder te zijn geworden, toegankelijker en meer geneigd tot ontboezemingen, waar hij lange tijd als de dood voor was. Verbazing blijkt zich nu over de kleinste dingen uit te strekken. De toon wordt luchtiger, het al zo heldere Nederlands waarin hij schrijft nog uitgepuurder: geen dure of vreemde woorden, ten hoogste een aanhaling in het Duits. De fictievere verhalen uit De heideweg overtuigen minder, omdat het absurde hier in een klassieke vorm wordt gewrongen. Die absurdistische toets charmeert wel in De sprookjes en De prinses met de dikke bibs. Van de drie 'kinderboeken', geschreven voor kinderen van acht tot achtentachtig jaar, is echter Dierenpraat het absolute hoogtepunt: ontwapenend eenvoudige, ogenschijnlijk zinledige en toch ten zeerste herkenbare gesprekjes met leeuw, paard, muis en een stel andere dieren. De te nauw bij de werkelijkheid liggende boeken als de SS'ers, Geschiedenis van een Plek, De boksers en Mensenpraat zijn niet in dit verzamelde 'fictionele' proza opgenomen. Voor Mensenpraat vind ik deze beslissing aanvechtbaar -- alsof je een overzichtstentoonstelling ziet van Marcel Duchamp zonder de readymades. Maar Schoonheid is niet pluis bevat zo veel sterke teksten met een eigen stem en in de 'flarden' zo veel andere stemmen, dat zulke detailkritiek in het niet verdwijnt.  
 
Armando: Schoonheid is niet pluis, De Bezige Bij, Amsterdam 2003, 1255 p. ISBN 90-234-1079-3

Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2003


deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 3, MAART 2020

Cliënt E. Busken

Jeroen Brouwers

De herdershut

Tim Winton

Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

Dimitri Verhulst

Tijd tussen de jaren

Urs Faes

Zij

Helle Helle

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 3, MAART 2020

De koffer

Chris Naylor-Ballesteros

De weglopers

Ulf Stark

Dit ga je niet geloven

Adam Baron, Benji Davies (ill)

Het vogeltje en andere Armeense sprookjes

Hovhannes Toemanjan, Harmen van Straaten (ill.)

Uit elkaar

Bette Westera en Sylvia Weve

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri