Vertaald proza

Georg Büchner: Lenz

door Erik de Smedt

Weinig verhalen uit de Duitse literatuur zijn zo indringend en nodigen zo uit tot meermaals lezen als Lenz, de novelle die de jonggestorven Georg Büchner (1813-1837) niet helemaal heeft afgewerkt. Zij vertelt een korte periode uit het leven van de Sturm und Drang-auteur Jacob Michael Reinhold Lenz (1751-1792) die op jonge leeftijd geestesziek is geworden. Büchner heeft zich gebaseerd op ooggetuigenverslagen, onder meer van de dominee in de Vogezen door wie Lenz in 1778 een tijdlang liefdevol is opgenomen. Hij heeft echter vooral met ongelooflijk inlevingsvermogen de ervaringswereld, emoties en gedachten van iemand die lijdt aan schizofrenie verbeeld, en dat lang voor het ziektebeeld met z'n typische derealisatie en depersonalisatie wetenschappelijk is beschreven. Er wordt verteld in de hij-vorm, maar zo dicht op de huid van het hoofdpersonage dat je bijna kijkt door zijn ogen en denkt met zijn hoofd. Ook de talrijke, hoogst originele natuurbeschrijvingen van het winterse berglandschap waar Lenz doortrekt, zijn landschappen van zijn ziel, zijn ontreddering, de kloof die hij in de wereld ervaart. Expressionisme avant la lettre. De haast claustrofobische beklemming die van de lectuur uitgaat, wordt draaglijk gemaakt door een dubbele contrastwerking. Enerzijds de eenvoudige omgeving waarin Lenz wordt opgevangen, met in de eerste plaats de bescheiden maar grootmenselijke dominee Oberlin, een van de onvergetelijke nevenpersonages in de Duitse literatuur: menselijke warmte als tegenstelling met de winterse sneeuw en de koude die Lenz in zichzelf voelt. Anderzijds de korte periodes waarin Lenz tot rust komt, zijn evenwicht hervindt en hoogst intelligent zijn visie uiteenzet, onder meer over het belang van realisme in de kunst. Het wisselbad van warm en koud, rustige bezinning en frenetieke verwarring ? waarin Lenz niet minder geniale, zij het afgrondelijke inzichten formuleert ? zorgt voor een uitzonderlijke leeservaring. Zo vind je hier zowel passages van piëtistische religiositeit als van rabiate godslastering. Lenz probeert net als Jezus een gestorven kind in de buurt op te wekken. 'Maar de muren weerkaatsten nuchter zijn klanken, als om hem te bespotten, en het lijk bleef koud. Hij stortte zich half waanzinnig op de grond, dan dreef het hem op, naar buiten, de bergen in. [...] De wind klonk als een titanenzang, het was hem of hij een kolossale vuist kon ballen tot in de hemel, om God te voorschijn te trekken en tussen zijn wolken te sleuren; als kon hij de wereld met zijn tanden vermalen en er de Schepper mee in het gezicht spuwen; hij vloekte, lasterde.' Wat de leeservaring helemaal uniek maakt, is de nerveuze, springerige stijl waarin Büchner schrijft: vol nevenschikkende opsommingen van losse waarnemingen, indrukken, gedachten. In zijn inleiding schrijft de vertaler: 'het is alsof de verwardheid en gejaagdheid van Lenz doorklinken in de toon van het verhaal'. Zijn vertaling is vlot en secuur, soms iets te mooi en te gepolijst, vergeleken bij de ongeschaafde stijl van het origineel. De vorige Nederlandse vertaling blijft dichter bij het Duits, klinkt daarom ook iets minder 'normaal' maar behoudt beter de scherpte van Büchners tekst. Vergelijk: 'In de lucht roerde zich niets dan een kalme wind en het geruis van een vogel, van wiens staart de vlokken lichtjes afstoven' (vert. Kees de Both) met 'Geen beweging in de lucht dan een zacht waaien, dan het ruisen van een vogel die de vlokken even van zijn staart stofte' (vert. Gielkens/Naaijkens). Het ideaal is beide vertalingen te lezen. Als pluspunt voor deze uitgave moeten zeker het instructieve nawoord over Büchner en Lenz en een reeks verklarende noten worden vermeld, die het op zich universele verhaal van het lijden in en aan de wereld historisch inbedden.

Georg Büchner, Lenz, IJzer Utrecht, 2010, 77 p., € 12,5. ISBN 9789086840540. Vert. van: Lenz : eine Reliquie door De Both, Kees

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2010

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

Berta Isla

Javier Marías

De klaverknoop

Paul Demets

Het amusement

Brecht Evens

International Bakery (voorheen Cinema Royale)

David Nolens

Michael Ondaatje

Blindganger

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 11, DECEMBER 2018

De blauwe vleugels

Jef Aerts, Martijn Van der Linden (ill.)

De pittige pruim die een pop werd

Vojtěch Mašek, Chrudoš Valoušek (ill.)

De torens van Beiroet

Paul Verrept

De waarheid volgens Mason Buttle

Leslie Connor

Het mysterie van niks en oneindig veel snot

Jan Paul Schutten, Floor Rieder (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri