Nederlands proza

Cyrille Offermans: Dood van een leraar

door Erik de Smedt

Met Dood van een leraar waagt Cyrille Offermans (°1945) zich voor het eerst aan een roman voor volwassenen. Eerder publiceerde hij naast talrijke essaybundels drie jeugdboeken en een paar boeken over beeldende kunst. Offermans heeft een groot deel van zijn leven het werk als criticus en essayist met het leraarschap gecombineerd. De realistische fictie die deze roman wil zijn, draagt er duidelijk de sporen van, ook al gaat het geenszins om een sleutelroman. De roman valt uiteen in twee delen, die beide in de ik-vorm worden verteld. In het eerste deel haalt Freek Moerdijk herinneringen op aan zijn eigen 'Leerjaren': zijn middelbareschooltijd, waarin hij achtereenvolgens modelleerling en opstandige puber was, zijn studie filosofie, de moeizame strijd om als afgestudeerd filosoof een plaats in de maatschappij te veroveren met baantjes als persklaarmaker en redacteur bij een uitgeverij en los medewerker van een cultureel radioprogramma. Hij studeert ook nog in Barcelona, waar hij zijn vrouw leert kennen. Op zijn achtentwintigste kiest hij vrij verrassend voor een baan als docent filosofie in het middelbaar onderwijs ? voor iemand die een kritische scriptie heeft geschreven over 'Het geïdealiseerde gelaat' in de filosofie van Immanuel Levinas een uitnodiging tot 'Praktische filosofie'. De kennismaking met de onderwijswereld is behoorlijk ontnuchterend: de gesprekken in de docentenkamer staan op een heel laag niveau, de houding van de meeste collega's tegenover de leerlingen is negatief, de visie van de directie beperkt zich tot public relations en ambitieuze (maar voor het milieu nefaste) nieuwbouw. Toch zijn er enkele lichtpunten: Moerdijk weet zijn jonge leerlingen te enthousiasmeren, blijft, mede door tactisch dubbelspel, overeind in de bekrompen mallemolen die een school kan zijn, en leert een paar boeiende collega's kennen, onder wie de stoïcijnse en grootmoedige classicus Philippe en de geëngageerde bioloog Lucas, die z'n leerlingen zelf dingen laat ontdekken. Daar staan echter veel stoffige, intrigerende, roddelende en uitgebluste figuren tegenover die hij niet altijd kan ontwijken.

Met één collega, die ook een dochter op school heeft, komt hij nauwer in contact dan hem lief is: de ouderwets dicterende geschiedenisleraar Peter Marks, die zich voor de klas niet kan handhaven en überhaupt een schichtige, kruiperige indruk maakt. Moerdijk staat voor het dilemma of hij voor hem in de bres moet springen en als de zaak escaleert moet ingrijpen of niet. Als hij er via een bevriend psychiater is achtergekomen wat de oorzaak is van Marks' zielige gedrag, komt hulp al te laat. De enige vraag die hij nog moet oplossen is of hij al dan niet de afscheidstoespraak bij Peters uitvaart zal houden, voorbij de sussende clichés die daarbij worden verwacht.

Thematisch is Dood van een leraar een rijk gevuld boek: de ontwikkelingsroman en de onderwijsroman geven aanleiding tot talrijke kritische excursies, niet alleen over wat goed en slecht onderwijs is ? de onzin van elke leerling met dezelfde lat te willen meten (en vooral ook die van het voortdurend cijfers geven), geschikte onderwijsmethodes, het gevaar van etiketterende leerlingenvolgdossiers, ideale schoolarchitectuur enzovoort ? maar ook over de om zich heen grijpende verzakelijking, ook in de culturele sector en, algemener, over de spanning tussen dweperige intellectuele modes (hier belichaamd door de deleuzianen) en zelfstandig, verantwoordelijk denken en handelen. Kuddedenken, vooroordelen, de achterkant van het gelijk, de wil om door te stoten tot achter de schijn die wordt opgehouden, zijn aspecten die Moerdijk discursief en op grond van eigen ervaringen leert te doorzien. Dat wie het goede weet, nog niet automatisch het goede doet, is iets dat hij bij zichzelf ervaart.

Verhaaltechnisch en stilistisch valt dit boek minder mee: de verhouding tussen vertellen en tonen, uitleggen en suggereren is weinig geslaagd. De roman laat nauwelijks iets aan de verbeelding van de lezer over, de verdeling van sympathie en antipathie over de personages is te duidelijk, de stijl voorspelbaar. Het lijkt er sterk op dat de essayist Offermans de creatieve schrijver weinig ruimte heeft gelaten, de touwtjes van het verhaal strak in handen heeft willen houden en de proefvlucht in het onbekende niet heeft aangedurfd. Met een ouder citaat van hemzelf: 'dat kan alleen bereikt worden als de schrijver ook zelf de sprong in het niets heeft durven wagen. Mij lijkt het de hoogste tijd te worden om [naast maakwerk] die andere, duistere kant van het schrijfwerk weer eens te benadrukken, die van de fantasie, de creativiteit, de improvisatie.'

Cyrille Offermans, Dood van een leraar, Cossee Amsterdam, 2011, 313 p., € 19,9. ISBN 9789059362987

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2011

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri