Vertaald proza

Martin Mosebach: Het onvermijdelijke toeval

door Erik de Smedt

De eerste in het Nederlands vertaalde roman van Büchnerprijswinnaar Martin Mosebach (1951) toont iets onthutsends: een schrijver kan vertellen zonder dat hij iets te vertellen heeft. Een vrouw vraagt haar 35-jarige man hoe het was voor hij haar kende. Daarop doet hij, af en toe onderbroken door haar vragen en commentaar, het verhaal van hoe hij een halfjaar alleen in Frankfurt woonde: een woning in een oud huis in een rustige buurt, maar met een geheimzinnige huurder, die hij alleen van het naambordje als ene baron Von Sláwina kent. Hoe hij wordt uitgenodigd op de mondaine bijeenkomsten bij de gefortuneerde familie Hopsten, met het ogenschijnlijk volmaakte echtpaar Bernward en Rosemarie en hun kinderen Titus en Phoebe. Daar leert hij ook de zelfingenomen gewezen minister Schmidt-Flex kennen, zijn sociaal weinig gewaardeerde zoon Hans-Johst en diens vrouw Silvi. In het gezelschap duikt ook de wat dubieuze Libanese zakenman Joseph Salam op en de imposante interieur- en schoonheidsspecialiste Helga Stolzier. Tussen die personages ontspinnen zich zakelijke en amoureuze intriges, weinig blijkt te zijn wat het schijnt en aan het slot zijn de verhoudingen duchtig door elkaar geschud. De aanvankelijke vraag wordt tussen neus en lippen beantwoord, maar eigenlijk interesseert dat antwoord de lezer niet, omdat de ik-verteller noch zijn geliefde ooit contouren hebben gekregen. Er wordt gefocust op het societymilieu, op het wel en wee van enkele personages, die wat men noemt ‘raak worden geobserveerd’.
De schrijver vertelt als een epigoon van Thomas Mann: bloemrijk, uitgesponnen, met een voorkeur voor het concrete detail en de hebbelijkheid voortdurend vergelijkingen te maken. Die zijn behoorlijk nadrukkelijk, op het potsierlijke af. ‘Hij was geen nicotineverslaafde, een sigaret op zijn tijd was voor hem een verfrissing als een bedauwde appel in de herfst op een weiland in de Taunus.’ De grens van de (edel)kitsch wordt geregeld overschreden: ‘Zonder haar lichaam zweeg ze, met haar lichaam was ze heel spraakzaam, de welluidendheid waarmee ze sprak, was slechts de voorbode van het grote concert dat haar huid, haar lippen, haar schouders en borsten onafgebroken als een madrigaal bleven zingen en spreken.’ De auteur lijkt uit op psychologisch en sociologisch inzicht, maar raakt geen moment verder dan psychologie van de koude grond en stereotypen. Een paar passages (over een kastanjeboom, een kaketoe, de achtervolging van een meisje in Egypte) laten even iets oplichten van het surplus dat literatuur kan bieden, maar staan dan weer zo geïsoleerd in het voorspelbare geheel dat ze Fremdkörper blijven. En ook daar vergaloppeert de schrijver zich: ‘Als dit kind zou huilen dan zouden haar tranen schone straten door het stof op haar jonge marsepeinen huid spoelen.’ Er zijn mensen die zich graag vergapen aan figuren van koninklijken bloede, misschien geldt hetzelfde voor lezers en fictieve societyfiguren, lijkt Mosebachs redenering. Dat hij in zijn mooischrijverij geregeld uitglijdt, de compositie van zijn roman met haken en ogen aaneenhangt en zijn schrijverschap zo gecontroleerd is dat het geen ruimte meer laat voor verbeelding of nieuwe gedachten bij de lezer, laat een holle indruk na.


Martin Mosebach, Het onvermijdelijke toeval, Nieuw Amsterdam Amsterdam, 2012, 288 p., € 19,95. ISBN 9789046812006. Vert. van: Was davor geschah door Gerrit Bussink. Distributie: WPG Uitgevers

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2012

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri