Vertaald proza

Hugo Hartung, Christoph Buchwald (naw.): Wij wonderkinderen

door Erik de Smedt

Een bekend gezegde van Wilhelm Busch luidt: ‘Humor heb je wanneer je desondanks lacht.’ Wie in een semi-autobiografische roman of liever geromantiseerde herinneringen zijn levensverhaal als Duitser in de twintigste eeuw vertelt, heeft aan dat ‘desondanks’ een flinke kluif. Het autoritarisme en militarisme van het Wilhelminische keizerrijk, de Eerste Wereldoorlog en de chaos van de Republiek van Weimar (Eerste boek), het zich dictatoriaal vestigende nazisme (Tweede boek) en de ellendige levensomstandigheden in het naoorlogse Duitsland (Derde boek) geven weinig aanleiding tot lachen. De ik-verteller, wiens naam de lezer niet echt te weten komt, focust op goede herinneringen: uiteraard de jeugdige bewondering voor huzaren en kurassiers, de kwajongensstreken op school, de eerste avonturen met meisjes, om ter gekste baantjes enzovoort. Hij haalt zijn herinneringen op tijdens het lezen van de dagboekaantekeningen van zijn overleden jeugdvriend Bruno Tiches, in vele opzichten een contrastpersonage. Tiches draait mee met elke wind, dweept achtereenvolgens met keizer Wilhelm, dan weer met Hitler, vervolgens (hij heet intussen Bruno Anders) met de zegeningen van de democratie en het Wirtschaftswunder, en blijft vooral een gewetenloos opportunist, een carrièremaker die mensen aantrekt en te gronde richt naargelang het hem het best uitkomt. De ik-verteller, de journalist R…, is daarentegen een wat naïeve idealist, weliswaar gezegend met een scherp observatievermogen, maar niet voor held, laat staan verzetsheld in de wieg gelegd. Wel probeert hij door dik en dun een fatsoenlijk mens te blijven. Twee liefdesverhalen worden breed uitgemeten: de relatie met de jonge Baltische en adellijke Wera, die langdurig ziek wordt, maar met wie hij een prachtige tijd in Italië doorbrengt, en die met het Deense meisje Kirsten, met wie hij zal trouwen en kinderen krijgen. Haar praktische ingesteldheid en zin voor humor helpen hem de oorlog en de naoorlogse ellende door te komen.
Vergeleken met de verwerking van het verleden in romans van ondere andere Heinrich Böll, Alfred Andersch, Wolfgang Koeppen en Günter Grass is Wij wonderkinderen van Hugo Hartung (1909-1972) een heel vreemd, bijna wereldvreemd boek. Het bevat wel tijd- en maatschappijkritiek, vooral in de satirische passages over de opportunist Tiches, die het in het leven verder schopt dan de rechtschapen ik-verteller. Maar verder lijken de door mensen gemaakte politiek en geschiedenis haast natuurverschijnselen, periodes van slecht weer waar je in je privéleven nog steeds het beste van kunt maken. De systematische Jodenvervolging bijvoorbeeld komt slechts zijdelings ter sprake, in de vorm van een bevriend echtpaar Löw dat tijdig naar Amerika kan vluchten en daar gelukkig wordt. De Tweede Wereldoorlog wordt uitgespaard. De idylle overweegt, de humor is zo mild dat hij zich met alles lijkt te kunnen verzoenen. ‘Was vanuit het perspectief van de wereldgeschiedenis, van opvoeding, heropvoeding en her-heropvoeding van de volkeren, van dood, graf en eeuwigheid uiteindelijk niet alles slechts een absurd, lachwekkend spel — en was welbeschouwd de roman van ons allemaal dus vrolijk?’ Natuurlijk is een pleidooi voor levensmoed en optimisme nooit verkeerd, maar moeten die eigenschappen gepaard gaan met maatschappelijke naïviteit? Het luchtig geschreven en monter vertelde levensverhaal, dat voortreffelijk is hervertaald, roept meer vragen op dan de toch zo positieve auteur toelaat. In die zin kan het, al is het amusementsliteratuur, beter tegen de keer dan met de stroom mee worden gelezen. ‘We zaaien het gras van de vergetelheid op het grote graf Europa en daar marcheren we, tararaboemdijee, overheen.’ Misschien is dát er moet worden gemarcheerd, 55 jaar nadat dit boek voor het eerst verscheen, al niet zo vanzelfsprekend meer.


Hugo Hartung, Christoph Buchwald (naw.), Wij wonderkinderen, Cossee Amsterdam, 2012, 239 p., € 21,9. ISBN 9789059363717. Vert. van: Wir Wunderkinder : Der dennoch heitere Roman unseres Lebens door Janneke Panders. Distributie: Van Halewyck

Oorspronkelijk verschenen in de Leeswolf 2012

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

De bruidsvlucht

Annemarie Estor

Het hellen van een leven

Luis Carrasco

Kindertijd

Tove Ditlevsen

Oorlogsdagboek. Met brieven van Jack Hamesh

Ingeborg Bachmann

Solituden, songs

Jacques Hamelink

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 8, SEPTEMBER 2020

Alfabet

Charlotte Dematons

Dit is Jeruzalem

Stanislav Setinský

En de wereld zei ja

Kaia Dahle Nyhus

Het verlangen van de prins

Marco Kunst

Oliver Twist

Tiny Fisscher (bew.), Annette Fienieg (ill.)

naar overzicht


ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri