Beschouwingen

Jean-Pierre Rondas: Ontworteling, een hoop ellende?

door Jean-Pierre Rondas

Roots of wortels?
Roots moeten het zijn, geen wortels. Alsof ‘wortels’ te concreet aan penen doen denken en de schrijver dit uit de weg wenst te gaan door het hippere anglicisme te gebruiken, wat nochtans precies hetzelfde wil zeggen. Gewoon kijken wat op mijn tafel ligt en ik vind enkele sprekende zinnetjes. ‘Brussel, waar bijna 60 % van de bevolking andere roots heeft’: uit een tekst voor het burgerinitiatief Hart boven Hard, van de hand van cultureel filosoof Bleri Lleshi. Andere roots? Welja, andere wortels dan de wortels van de autochtonen of oud-ingezetenen, alleen: de uitdrukking ‘andere wortels’ kwam hem niet uit de pen. Een tweede voorbeeld: migranten ‘voelen zich stadsbewoner, Vlaming, Belg of Nederlander maar behouden tegelijk hun roots en verbondenheid met het land van herkomst’: zo kondigt HETPALEIS een avond aan met socioloog Dirk Geldof over zijn boek over superdiversiteit. Waarbij ik me afvroeg of deze mensen echt hun roots behouden, of dat het vooral Geldofs wens is dat ze die behouden? Een derde zinnetje: ‘je eigen culinaire roots herontdekken is de meest sympathieke en leukste vorm van patriottisme’. Aan het woord is Abdelkader Benali, die net samen met zijn vrouw een kookboek uitgeeft. Het gaat wel degelijk om Marokkaans patriottisme, geen Nederlands. Zouden wortels dezelfde gevoelswaarde hebben als roots in het spreken over de herkomst van migranten, allochtonen, asielzoekers, nieuwe burgers? Ik denk het niet. ‘Wortels’ legt iets te scherp het wereldbeeld bloot van waaruit deze gedachtegang vertrekt. ‘Wortels’ zit dan ook vol van multiculturele contradicties. ‘Roots’ verzacht die een beetje. Bovendien klinkt het veel interessanter.  
 
Maar ook de autochtonie kent haar roots, in de klanknabootsende Nederlandse spelling roets bijvoorbeeld. Deze nieuwvorming is de naam van een historische kalender (uitgegeven en verdeeld door het Davidsfonds) die bij elke dag een korte historische notitie levert en bij elke week een langer verhaal, van Christina de Wonderbare over Karel van de Woestijne tot Jenny Tanghe. De wervende tekst luidt: ‘Omdat De Roets Vlaanderens geheugen is’. Roots en Roets zitten duidelijk samen in de herinnerings- en geheugenproblematiek. Dat ze zo heten, komt door een roman uit de jaren zeventig.
 
Kunta Kinte en Chicken George
De ‘roots’ hebben over de hele wereld ingang gevonden door het megasucces van de roman (1976) en de achtdelige televisieserie (1977) Roots van de Amerikaanse auteur Alex Haley, die zijn wortels is gaan opzoeken in Gambia. Hij beschrijft de geschiedenis van zijn Afrikaanse voorvader Kunta Kinte, die in 1767 door een concurrerende stam aan blanke slavenhandelaars werd verkocht en naar Amerika verscheept, waar hij terechtkwam op de plantages in Virginia en Carolina. Deze Kunta Kinte heeft zich samen met zijn kleinzoon Chicken George in het Amerikaanse en zelfs Europese televisiegeheugen vastgezet: wie de serie gezien heeft, vergeet deze personages nooit meer (die twee zwarte mannen zijn als het ware tot onze roots gaan behoren). Alex Haley kent hun wedervaren en weet zelfs wat ze zeiden en dachten, doordat zijn grootmoeder, die het weer van haar grootmoeder had, gemakkelijk zes generaties kon overbruggen. Dan is hij dat allemaal nog eens gaan checken in Gambia zelf, waar hij het dorp opzocht waar Kunta Kinte vandaan kwam, en de plaatselijke griot zijn verhaal liet doen. Griots zijn West-Afrikaanse troubadours die de geschiedenis levendig houden door ze zingend verder te vertellen. Haley is zijn roots dus op het spoor gekomen door middel van ‘oral history’, het uithoren van getuigen en beroepsherinneraars. De structuur van zijn narratieve identiteit werd alvast door hen geleverd, de rest (het vlees aan het been) vulde hij zelf in, door research in de archieven van de slavenhouderij in de Verenigde Staten in de achttiende en negentiende eeuw, maar ook met behulp van zijn schrijversverbeelding: hoe hij aanvoelde dat het moet gegaan zijn, hoe deze levens zich gedurende zes generaties hadden afgespeeld. Daarom sprak hij niet van fiction, maar van faction. Hij stond erop dat zijn deels fictionele reconstructie wel degelijk op waarheid berustte.  
 
De Griots
Jammer genoeg kwamen er enkele kinken in de kabel, toen bleek dat de griot in Gambia die door Haley werd aangesproken op de hoogte was van wat hij wilde horen, en het gewenste verhaal dan ook leverde – een situatie waar elke antropoloog mee af te rekenen kreeg en krijgt, een bron van talloze moppen overigens. Het verhaal over wie Haley was, werd geleverd door iemand die vertelde wat Haley verwachtte te zijn. De griots zijn overigens over het algemeen, net zoals wijzelf, nogal onbetrouwbaar in hun herinnering, wat de bruikbaarheid van oral tradition voor geschiedschrijving met ettelijke graden verlaagt. En dan nog: waarschijnlijk had Haley niet eens het juiste dorp gevonden. Deze tweede kink had eveneens te maken met oral history, maar werd geleverd door de Amerikaanse zegslui, die zich de slaventoestanden van (bijvoorbeeld) de omgeving van De hut van oom Tom ‘levendig herinnerden’. Historici hebben aangetoond dat er nauwelijks correlaties bestaan tussen de documenten van de plantages en wat Haley pretendeert. Later zou Haley trouwens aanspraak maken op een ‘diepere waarheid’.  <br /> 
De derde kink was dodelijk. Een onbekend antropoloog kon aantonen dat veel van wat Haley zich via zijn grootmoeders grootmoeder herinnerde in feite afgekeken was van een roman die deze antropoloog (tussen allerlei veldwerk door) tien jaar eerder had geschreven. De man stapte ermee naar de rechter, die Haley tot astronomische geldsommen veroordeelde.
 
De idee van de roots achter Roots had een stevige knauw gekregen. Dan is er eindelijk eens iemand die de geschiedenis van de zwarten in de Verenigde Staten nauwkeurig traceert, blijken de herinneringen aan de wortels gefalsifieerd of geplagieerd. Nochtans legt roots de nadruk op de culturele en etnische oorsprong van iemand, die dan weer de oorzaak is van het feit dat diegene zijn leven lang een emotionele band met een plek, plaats of streek kan hebben waar hij of zij nooit heeft gewoond. Haleys verhaal was vooral het verhaal dat de Verenigde Staten op dat moment nodig hadden en dat op dat moment dus ook succes zou kennen. De motivatie was puur hedendaags, en was niet zozeer op de liefde voor het verleden gebaseerd. De voedingsbodem voor het verhaal was de emancipatie van de zwarten, waarbij Haley aan dat bevolkingsdeel  een geschiedenis wilde bezorgen die zogenaamd alleen door oral history getraceerd kon worden. Was Haley een bedrieger? Ik denk het niet. Had hij niet het gevoel kunnen hebben dat de ‘waarheid’ zich langzamerhand aan hem ontvouwde, of, in een ander taalregister, dat de waarheid zich aan hem openbaarde wanneer hij eindelijk eens enkele snippers verhaal en historie in een enorme puzzel van open plekken in elkaar kon schuiven?  
 
Het Ethiopische meisje en andere gastarbeiders
Ik moet nu denken aan het schrijnende verhaal van dat Ethiopische meisje dat tegen haar zin geadopteerd werd in een constructie die duidelijk geen adoptie was, maar een investeringsgarantie voor Ethiopische vaders die in ruil voor de afstand van hun kind later iets terug hoopten te krijgen (zie: ‘Tarikuwa Lemma’ in The Guardian van 31.10.2014). Het meisje in kwestie wordt grootgebracht in de Amerikaanse staat Maine bij adoptieouders, haar hele kindertijd en adolescentie gevuld met spijt en heimwee naar een land dat ze zich nauwelijks herinnert en een taal die ze helemaal niet spreekt. Wanneer ze uiteindelijk, gediplomeerd en wel, toch bij haar Ethiopische familie terechtkomt, blijkt haar hele omgeving haar te zien als een  ‘commodity’, iets wat geld opbrengt – en ze realiseert zich dat de zogenaamde adoptie Ethiopië uit haar heeft verdreven. Waarschijnlijk de schuld van haar vader. Roots? Wortels?  
 
In 1977, toen de televisiereeks Roots ook hier werd uitgezonden, begon ook het Vlaamse publiek te zien welke richting het met de migratie in West-Europa uitging. Maar hier was de migratie niet gestoeld op slavernij en slavenschepen en driehoekshandel tussen Nederland of Hamburg via Afrika naar Amerika en terug. Veel minder tot de verbeelding sprekend dan Kunta Kinte en Chicken George waren het hier ‘gewoon’ gastarbeiders die per trein of per vliegtuig waren toegekomen als resultaat van officiële overeenkomsten tussen het ontvangende land en het ‘zendende’ land. De autochtone bevolking was nauwelijks  geïnteresseerd in de geschiedenis van deze officiële migranten, en nog veel minder in de geschiedenis van de illegale migranten. Deze mensen zijn dan op den duur – eerst in Nederland, pas nadien in Vlaanderen – zelf hun geschiedenis gaan schrijven, hun geschiedenis van herkomst, aankomst en bestaan in Europa.  
 
Spreken over roots en wortels betekent zich inschrijven in een neoromantisch en multiculturalistisch wereldbeeld. Het betekent gebruikmaken van een organische plantenmetafoor, die suggereert dat mensen geworteld zijn, groeien en vrucht voortbrengen, om ten slotte op diezelfde akker af te sterven en ook daar ondergeschoffeld te worden. En als die mensen zich dan toch verplaatsen, dan zijn ze ontworteld; meer nog, zij worden ontwortelden.  
 
Ontworteling bij nomaden
Men kan daartegen inbrengen dat dit geworteld zijn het kenmerk is van een sedentair leven, maar zeker niet van een nomadisch bestaan. De parallel van de gewortelde boom en mens heeft zijn grenzen. Diegenen die dus in een multiculturele context ontworteling onmiddellijk contrasteren met een nomadenleven hebben geen ongelijk. Vorige maand vond aan de universiteit van Utrecht een colloquium plaats over ‘ontworteling: de schrijver als nomade’, met bijdragen van Hafid Bouazza, Abdelkader Benali en Mustafa Stitou. Deze drie auteurs zien een dialectische verhouding tussen ontworteling en het vaak postmoderne nomadenideaal dat sommigen prediken. Niet toevallig werd dit colloquium georganiseerd door het departement filosofie en religiewetenschap, dat dit onderwerp dan nog eens via de literatuurwetenschap aanpakte. Er is nogal wat interdisciplinariteit nodig om deze verschijnselen in kaart te kunnen brengen.
 
Ondertussen ben ik mij ervan bewust dat het meeste wat over postmoderne nomaden wordt geschreven berust op levensgeschiedenissen van kosmopolieten die op luchthavens en in hotels leven, en dat het gesetteld zijn de realiteit en de hoop uitmaakt van miljarden mensen. In werkelijkheid bestaan er buiten de postmoderne theorievorming nauwelijks ‘nomaden’ in de wereld.  
 
Wortels uitrukken of afsnijden?
In dit kader moeten we het negativum van de ontworteling verstaan. Het is een ont-, een deprivatie, in elk geval een soort beroving van de grond waar je bent gegroeid. Iets is je ontnomen, namelijk de grond onder je voeten. Het kan gebeuren dat je met wortels en al in andere grond wordt verplant of verpot, en daar dan verder wortel schiet. Maar dat is het niet wat met deze overdrachtelijke betekenis van ‘ontwortelen’ bedoeld wordt. Hier zijn de wortels zelf afgesneden, samen met de mogelijkheid om wortel te schieten en om uit de nieuwe grond je voedsel te halen en te groeien. Wie dat toch kan, is geslaagd en heeft de ontworteling overwonnen.  
 
Het verbaast mij helemaal niet dat het multiculturalisme quasi gedachteloos de neoromantische metafoor van ontwortelen hanteert – ook als het dit na analyse zou verwerpen. Inderdaad, wie het concept ontworteling gebruikt, gaat uit van het bestaan van een gemeenschap, een etnie of een natie, een gevoelen van toebehoren waarvan het verlies wordt beklaagd. Wie ‘ontworteling’ zegt, is bereid rekening te houden met de schaduwzijden van de multiculturaliteit, de diversiteit en de zogenaamde superdiversiteit als normale toestand. Mobiliteit, nomadisme en migratie zijn uiteraard tegengesteld aan het geworteld zijn. De contradictie bestaat erin dat het multiculturalisme de ontworteling een ongewenste ontwikkeling vindt van een groot goed, namelijk migratie. Neemt het dan de ontworteling er gewoon maar bij? Neen, het gaat de ontworteling bestrijden. De vraag is dan of ontworteling überhaupt bestreden kan worden.
 
Ontheemding en vervreemding
Ontworteling gaat natuurlijk over de deprivatie van een plek, van een habitat. De woordvorming gaat ervan uit dat je die wortels nodig hebt. Dat je om volwaardig mens te zijn niet zonder kan, en dat je geworteld moet zijn op een plek die jou toebehoort en waartoe je zelf behoort. Wanneer die plek de omvang heeft van een kenbaar land, met de maat van bijvoorbeeld Schotland of Catalonië of Vlaanderen, en anderzijds niet te klein is, niet beperkt is tot een stadswijk of een gehucht, dan beantwoordt dat gevoelen van behoren ook aan een realiteit. De plek heeft altijd een mensenmaat, groot genoeg en niet te klein. Tot waar de horizont reikt. Op die manier graaft de idee ‘ontworteling’ paradoxaal genoeg dieper dan de idee van vervreemding. Vervreemding veronderstelt een zelf, een identiteit, een essentie waarnaar een individu of een klasse kan terugkeren door de vervreemding ‘op te heffen’. Er moet een en ander hersteld worden, ‘verlost’ bijna. Ontworteling voegt daaraan toe dat de vervreemding ook nog eens te wijten is aan het losgerukt zijn uit een oorspronkelijke habitat waarin het zelf zichzelve vond, zonder meer, zonder bewustzijn van zijn gelukzalige toestand.
 
Een imagined community in ellende
Als je op die plek niet meer mag wonen, voel je je niet alleen ontheemd, je voelt je ellendig. De etymologie van het woord ellende zegt het helemaal: je moet naar een ‘el-land’, een elders-land dat je niet dezelfde bescherming biedt door de wet en de gebruiken en waar je dus min of meer vogelvrij bent. Je voelt je dan wel ‘el-lendig’. Fremd bin ich eingezogen / fremd geh ich wieder aus, zegt en zingt de doler in Schuberts Winterreise. Verbanning naar het ellendige land was in het hele ancien régime en ook later een echte straf. Er is een verschil met vandaag: het ellendige land, waar men misschien als vogelvrije of illegale mens zal behandeld worden, wordt nu wel degelijk opzettelijk opgezocht. De ellende wordt voor lief genomen en de ontworteling wordt draaglijker geacht dan de toestand in het land van herkomst. Men vestigt zich, men gaat een leven leiden. Maar ondertussen knaagt het gevoel van ontworteling dat de geboortegrond zelfs gaat idealiseren, ook wanneer men niet terug kan of wil. Kortom, ‘imagined communities’ is niet alleen een spel dat de ‘nationalisten van de autochtonie’ spelen. Ook de ‘patriotten van de allochtonie’ spelen het: ze verbeelden zich evenzeer een gemeenschap – met dat verschil dat ze er niet meer in leven en dat die gemeenschap waarschijnlijk zelfs niet meer bestaat, zoals het land van Kunta Kinte niet meer bestaat. Daarom nodigen de autochtonen de nieuwelingen uit om zich samen met hen een nieuwe gemeenschap te verbeelden die naar de toekomst kijkt.  <br /> 
Herwortelingen allerhande
Deze nieuwe, gezamenlijke gemeenschapsverbeelding lukt niet zonder tussenstadia, waarin de zogenaamd ontwortelden zich hun roots ‘herinneren’ en ermee aan de slag gaan in de keuken, op café en in allerhande verenigingen. Zoals we zagen in het geval van Haley of van het Ethiopische meisje, is dit stadium grotendeels gebaseerd op inbeelding, maar toch moet het doorlopen worden. Op het Navajo-gebied (dat zich over vier van de Verenigde Staten uitstrekt) staan ergens de gebouwen van een Navajo-universiteit. De studenten leren daar, zo vertelde de rectrix van deze instelling, zich te herinneren wie ze zijn. Remember who you are! Net als de ontworteling zelf is ook deze zogenaamde ‘herinnering’ een multiculturalistische idee. De Navajo leert daar zichzelf, zijn ware zelf, weer present te stellen. Als je je na enkele jaren universitaire studie herinnert wie je werkelijk ‘etnisch’ bent, dan kom je ook dichter bij jezelf, word je weer authentiek. Er zit iets platonisch in deze redenering. Er zijn sporen in je achtergebleven, slapende sporen, die je door herinneringsarbeid weer tot leven kan wekken, en dan heb je je ware zelf hervonden. Dan ben je herworteld.  
 
Ik moet mijn ironische beschrijving wat matigen. Wie zijn wij om tegen te spreken wat die mensen voelen? In Navajo-gebied bijvoorbeeld raakt elke vreemdeling die daar een tijdje met de mensen omgaat al snel onder de indruk van de claim dat men zich kan herinneren wie men eigenlijk is. Je ondergaat een ceremony in een hogan en je gelooft het wel – of liever, je geeft deze mensen het volle recht te geloven wat jij zelf niet gelooft, je ‘kan er inkomen’. Anderzijds zitten we met zo’n houding weer volop in het multiculturalisme, new age en politieke correctheid en uiteindelijk in een toestand van niet-communiceerbaarheid van elk zijn eigen waarheid. Slechts je welwillendheid brengt je in een toestand van ‘geloof’.  
 
Cultureel geheugen
Toch had ik hierboven, zowel in het geval van Alex Haley als van het Ethiopische meisje, aangegeven dat deze mensen zich dat alles niet zelf, niet persoonlijk konden herinneren. Men kan wel degelijk ontworteld zijn terwijl men zijn eigen wortels niet  kent, net zoals men ergens kan toe behoren zonder de plaats van dat ‘ergens’ te kennen. Is het gevoel van ontworteling minder bijtend omdat de kennis van de herkomst onvoldragen is? Het volstaat waarschijnlijk wel als men slechts van mening is zijn wortels te kennen. Dan berust herworteling zeker op leren en leren kennen, en dan gaat men naar de (figuurlijke) Navajo-universiteit.  
 
Achter deze overtuigingen werkt dus een sterk gemeenschapsgevoel dat de mogelijkheid biedt van een cultureel geheugen in die gemeenschap – een geheugen dat groter is dan de som van alle aparte individuele geheugens in deze gemeenschap. Dit geheugen heeft evident te maken met worteling of ontworteling in de tijd, niet noodzakelijk met worteling op een plek of ontworteling uit een habitat. Navajo’s wonen perfect waar ze willen zijn; alleen, de machtige, usurperende, verleidelijke consumptie-omgeving heeft hen hun tijdsbewustzijn afgenomen, hun bewustzijn van een verleden. Ontworteling in de tijdsbetekenis komt neer op het wegredeneren van een identiteit, zodanig dat de persoon in kwestie nog eens gaat geloven in die
wegwerpredenering ook. Dan is hij zijn identiteit een tweede maal kwijt. Worteling heeft te maken met geheugen, ontworteling met geheugenloosheid.  
 
Er bestaat dus meer dan het lijfelijk-individuele geheugen alleen. Er bestaat zoiets als een collectief geheugen, waarbij de collectiviteit deel uitmaakt van het individuele geheugen. Wat wil zeggen dat het persoonlijke geheugen collectief bepaald is: de gemeenschap zit in ons. Maar het culturele  geheugen voegt daar nog een dimensie aan toe. Als vanzelf kweken de gemeenschappen culturele geheugens, waarvan de opslagplaatsen zich buiten het individu bevinden. Verhalen en mythen, oorsprongsmythen en funderingsmythen van een gemeenschap vormen een koepel boven de individuen. Ook de cultuur doet dat, met haar neiging canons aan te leggen van identiteitstichtende werken. Ook riten en liturgieën behoren tot deze opslagplaatsen. Telkens weer gaat het om collectieve constructies die een beroep doen op herinnering en geheugen, maar die ook herinnering en geheugen creëren. Een speciale eigenschap van het culturele geheugen is dat het niet gesloten is, maar incrementeel: het ontwikkelt geleidelijk. Er kunnen dingen bijkomen, er is vermenging mogelijk – en deze mogelijkheid wordt slechts in enkele culturen actief tegengewerkt. In de westerse culturen ontstaan, soms schoksgewijs, telkens nieuwe varianten (‘ontwikkelingen’) van die oude koepel. Het westerse culturele geheugen zuigt op, stoot af, groeit en buigt zich naar iets onverwachts.  
 
Hier moeten we zijn
Dat geldt zowel voor de autochtonie als voor de allochtonie. Deze benamingen mogen trouwens blijven gelden, omdat het over de plekken (de chtoon) gaat die men verlaat, waar men toekomt, waar men zich vestigt en vanwaar men weer kan vertrekken: telkens staan deze plekken in het midden. Elke plek kan het midden van de wereld zijn waarnaar men zich een leven lang oriënteert. In die zin is elke plek heilig. De plek waaruit ontworteld wordt, samen met de plek waarin men eventueel kan ‘herwortelen’, vormden trouwens ons uitgangspunt.  Beiden, autochtonen en allochtonen, mensen van deze grond en mensen van een andere grond, bouwen niet alleen aan hun eigen cultureel geheugen, maar aan het evoluerende culturele geheugen van de plek waar ze wonen. Dat is theorie, dat is geleefde praktijk, het is noodzaak, soms is het een vertwijfeling, maar het is vooral ook een grote hoop.

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri