Beschouwingen

Geert Lernout: Nietwaterstaat (3) : Paranoia

door Geert Lernout

In Ulysses van James Joyce beleeft de hoofdpersoon op zijn tocht door Dublin allerlei avonturen en meer dan eentje heeft te maken met mislezen. Zo haalt hij bij het postkantoor een brief op van een zekere Martha Clifford, met wie hij iets heeft dat Brugse bisschoppen ‘een beetje een relatietje’ noemen – in het geval van Bloom wel volledig via de post. Zij reageerde op een advertentie van ‘Henry Flower’ voor een typiste en de correspondentie tussen hen is blijkbaar snel pikanter geworden. Overspel op papier, dat waren nog eens onschuldige tijden.

Op die mooie ochtend in juni gaat Bloom op het postkantoor een brief van haar halen die hij op straat leest en Joyce laat de lezer over zijn schouders meelezen. Blijkbaar heeft Bloom in zijn eerdere brief een al te gewaagd woord gebruikt, want Martha schrijft ‘I do not like that other world,’ terwijl ze met dat laatste woord natuurlijk het woordje ‘word’ bedoelt. Bloom leest dus correct wat Martha fout heeft geschreven. Als ze de brief later nog eens goed nagelezen heeft (en dat niet doen zou wel erg onprofessioneel zijn), is ze dus niet bepaald een goede secretaresse.
 
Dit is een van die passages in Ulysses die moeilijk te vertalen zijn, want alleen in het Engels is er maar één letter verschil tussen een wereld en een woord, en die letter is ook nog eens de eerste letter van het woord letter. Een kleine letter in een woord dat er maar vijf heeft, maar een wereld van verschil. Zelfs de vorm van die letter is volgens sommige literatuurspecialisten geen toeval: zeker voor de Freudianen onder ons is er geen andere letter die niet alleen tweemaal in het woord voorkomt, maar die qua vorm ook nog eens op een fallus in erectie lijkt.
 
Maar genoeg over mezelf. Volgens de Franse neo-Freudiaan Jacques Lacan krijgt ieder mens maar toegang tot de taal dankzij de fallus, die dan op zijn (haar?) beurt weer symbool wordt van wat we verder zullen moeten missen, van wat er in taal onmogelijk kan worden gezegd en wat dus eigenlijk het spreken per se mogelijk maakt. Of iets in die aard, want Lacan zag de fallus niet alleen in taal, maar ook in de wiskunde. Daar was de fallus de vierkantswortel van min-1. Wat Lacan met die laatste uitspraak juist bedoelde, is niet echt duidelijk, maar dat zal wel ook niet de bedoeling zijn geweest.
 
De psychoanalytische lectuur van Jacques Lacan kan zonder meer toegepast worden op deze passage in Ulysses: als je namelijk de letter l toevoegt aan het woord ‘woord’, wordt heel de wereld je deel. Of wacht eens even: ik merk nu plots dat je in het Nederlands ook een woord hebt dat exact hetzelfde geschreven is als het Engelse woord dat woord betekent. En als je nu de letter T eens goed bekijkt, is dat dan niet veel meer dan een L een man met een fallus? En word ik dan niet net dat kleine beetje meer man als die letter aan dat woord wordt toegevoegd?
 
In elk geval herinner ik me een studie waar iemand ontdekte dat het woord ‘fallus’ veelvuldig voorkwam (de fallus ‘insisteerde’ heette dat dan, maar dat wil echt gewoon hetzelfde zeggen) in het oeuvre van een schrijver met een vermoedelijk heel goede (of juist heel slechte) relatie met de taal. Maar dan bleek het concreet te gaan om de opeenvolging van de medeklinkers ‘fls’ of ‘vlz’, of elke andere combinatie van deze vijf letters. En zoals een andere literatuurwetenschapper fijntjes opmerkte, is op die manier ook iedere valies een fallus, terwijl het toch voor iedereen duidelijk is dat je een fallus wel in een valies kunt stoppen, maar niet omgekeerd.

De psychoanalyse is een leuk tijdverdrijf voor gezonde mensen, maar ik mag er niet aan denken dat je als psychiater op die manier een diagnose zou maken van iemand die echt ziek is. Natuurlijk zijn romans en gedichten geen mensen, die gekwetst kunnen worden als iemand beslist om ze verkeerd te interpreteren, maar alle teksten zijn wel door mensen geschreven en die hebben ook recht om op een correcte manier behandeld te worden.
 
Een dergelijke manier van lezen wordt namelijk al te snel een rorschachtest. Dan maakt het niet meer uit wat je voorgeschoteld krijgt: je ziet niet meer wat er staat, maar wat er volgens jou zou moeten staan en dat is dan je naam, bijvoorbeeld, zoals Bloom met zijn Blood of the Lamb. Uiteindelijk is die manier van mislezen inderdaad niets anders dan een vorm van paranoia: op zwakke momenten denken we allemaal wel eens dat wij het centrum van het universum zijn, dat de rest van de wereld alleen maar voor ons gemaakt is.
 
Bloom las tenminste nog alleen zijn eigen naam en hij was slim genoeg om onmiddellijk te merken dat hij zich vergist had. Dat is ook het geval bij goede romans: literatuur leert ons dat het allemaal niet zo eenvoudig is als ze in Hollywood denken: in de echte wereld hebben verhalen nooit een happy end en er is nooit maar één goede verklaring.
 
De pen is machtiger dan het zwaard: Freudianen zien overal fallussen omdat hen is verteld dat alles een penis kan zijn. Net als die gelovige medemensen die in een stuk toast het beeld zien van Maria of Jezus. In al die gevallen zegt wat je ziet meer over jou dan over wat er echt te zien is.
 
Oorspronkelijk verschenen in De Leeswolf 2014 

deze pagina printen of opslaan

Nieuwe recensies

BOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Couperus in de Oriënt

José Buschman

De buurjongen

Jan Siebelink

Het verkoolde alfabet

Paul de Wispelaere

The night

Rodrigo Blanco Calderón

Werk werk werk

Christophe Van Gerrewey

naar overzicht

JEUGDBOEKEN NR. 9, OKTOBER 2017

Een nacht op het strand

Elena Ferrante, Mara Cerri (ill.)

Het bos slaapt

Rébecca Dautremer

Optimisme is dodelijk

Susin Nielsen

naar overzicht


‚Äč
ontwerp: Ann Van der Kinderen   |   programmatie: dataweb   |   © MappaLibri